Phyllonorycter ilicifoliella (Duponchel 1843)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Middelgrote onderzijdige vouwmijn met veel scherpe plooien in de onderepidermis. Het dak van de mijn wordt vaak maar gedeeltelijk leggegeten, zodat er een groen centrum resteert. Pop in de mijn, in een cocon die vrij in de mijn ligt en geheel met frass is bedekt.

mine Average-size lower-surface tentiform mine with many sharp folds in the lowers epidermis. Usually the roof of the mine is only incompletely eaten out, leaving a green centre. Pupa in the mine, in a cocoon that lies freely in the mine and is entirely covered with frass.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus cerris.

De vermelding van Quercus trojana als waardplant door Deschka (1983a) berust mogelijk op een vergissing.

The reference to Quercus trojana as a hostplant by Deschka (1983a) probably is due to a confusion.

fenologie Larven in juli en september-october (Hering, 1957a); overwintering als pop (Gregor & Patočka, 2001a).

phenology Larvae in July and September - October (Hering, 1957a); hibernarion als pupa (Gregor & Patočka, 2001a).

verspreiding binnen Europa Van Tsjechië tot Portugal, Sicilië en Griekenland, en van Frankrijk tot Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Czechia to Portugal, Sicily, and Greece, and from France to Romania (Fauna Europaea, 2009).

pop Beschreven door Gregor & Patočka (2001a), Patočka & Turčáni (2005).

pupa Described by Gregor & Patočka (2001a), Patočka & Turčáni (2005).

literatuur

references

Deschka (1970c, 1983a), Gregor (1952a), Gregor & Patočka (2001a), Hering (1934a, 1957a), Nel & Varenne (2014a), van Nieukerken ao (2004a), Patočka & Turčáni (2005a), Skala & Zavřel (1945a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomov & Dimitrov (2007a), Zimmermann & Skala (1946a).

16/01/2017