Phyllonorycter maestingella (Müller, 1764)

Lepidoptera, Gracillariidae

Fagus sylvatica, Maarn; bovenzijde

Phyllonorycter maestingella mine

Fagus sylvatica, Maarn; upperside

Fagus sylvatica, Maarn; onderzijde, in meer detail

Phyllonorycter maestingella mine

Fagus sylvatica, Maarn; underside, in more detail

mijn Het ei wordt afgezet aan de bladonderzijde, altijd bij een zijnerf. Het eerste begin van de mijn is een langerekt blaasje van 5-7 mm, langs de zijnerf. Uiteindelijk ontstaat een langgerekte onderzijdige vouwmijn, soms van hoofdnerf tot bladrand, tussen twee zijnerven. Door samentrekking van de onderepidermis wordt de mijn min of meer buisvormig. De onderepidermis heeft een aantal fijne plooitjes, die zo dicht bijeen liggen dat het lijkt of er maar één sterke plooi is. Alle frass ligt in een klomp in een hoek van de mijn. De pop bevindt zich in een losse wit-zijden, vliezige, cocon in het andere uiteinde.

mine Oviposition at the underside of the leaf, always near a side vein. The mine begins as an elongate blotch of 5-7 mm alongside the vein. This develops into an elongate lower-surface tentiform mine between two side veins, sometimes from midrib to leaf margin. Contraction of the lower epidemis may give the mine a tubular aspect. The lower epidermis has a number of fine folds that are set so close together as to appear one single strong fold. Al frass is heaped in a corner of the mine. The pupa lies in a loose, white, membranaceous cocoon in the opposite corner.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Fagus crenata, orientalis, sylvatica.

Groenen (1996a) vond een mijn op Wisteria floribunda; de determinatie werd door uitkweken bevestigd.

Groenen (1996a) found a mine on Wisteria floribunda; the identification was confirmed by breeding.

fenologie Larven in juli en eind augustus-eind october (Emmet ea, 1985a); overwintering in het popstadium.

phenology Larvae in July and again in late August - late October (Emmet ao, 1985a); hibernation as pupa.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Waarschijnlijk heel Europa, maar ontbreekt op de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Probably all Europe, but absent on the Mediterranean islands (Fauna Europaea, 2010).

synoniemen Lithocolletis maestingella; Lithocolletis faginella (Zeller, 1846).

synonyms Lithocolletis maestingella; Lithocolletis faginella (Zeller, 1846).

opmerkingen De biologie is onderzocht door Miller (1973a).

notes The biology has been studied by Miller (1973a).

literatuur

references

Baldizzone (2004a), Beiger (1979a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935b, 1964a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Csóka (2003a), Deschka (2014a), Deschka & Wimmer (2000a), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gregor & Patočka (2001a), Groenen (1996a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1935a, 1957a), Huber (1969a), Huemer & Erlebach (2003a), Jaworski (2009a), Kasy (1987a), Klimesch (1950c), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kvičala (1938a), Landry ao (2013a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Michna (1975a), Miller (1973a), Nel & Varenne (2014a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1941a), Sønderup (1949a), Stammer (2016a), Starý (1930a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomov & Krusteva (2007a), Tourlan (1980a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a, 1970a).

31/03/2017