Phyllonorycter mespilella (Hübner, 1805)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Onderzijdige, geelgroene vouwmijn, 20-32 mm lang, met een aantal fijne lengteplooitjes in de epidermis. In het algemeen is de mijn langgerekt, en ligt hij tussen twee zijnerven. De roodbruine tot kastanjebruine pop ligt in een ijle witte cocon, waarin geen frass is verwerkt: de frass ligt niet in een klomp, maar in een lijn van losse korrels achter de cocon. Voor het uitkomen werkt de pop zich door de onderwand van de mijn naar buiten; meestal blijft de lege pop half uit de mijn steken.

mine Lower-surfce, yellow-green tentiform mine, 20-32 mm long, with a number of fine folds in the lower epidermis. In most cases the mine is elongate, situated between two lateral veins. The reddish to chestnut brown cocoon lies in a flimsy cocoon in which no frass is incorporated: the frass is stored not in a clump but in a row of loose grains behind the coccoon. Just before edcysis the pupa works itself out of the mine through the lower wall; mostly the empty exuvium sticks halfway out of the mine.

waardplanten: Rosaceae, oligofaag

hostplants: Rosaceae, oligophagous

Amelanchier ovalis; Cotoneaster integerrimus; Crataegus; Cydonia oblonga; Malus domestica; Mespilus germanica; Prunus cerasus; Pyrus communis; Sorbus aria, aucuparia, intermedia, torminalis.

fenologie Larven in juli en september-october (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a); overwintering als pop (Triberti, 2007).

phenology Larvae in July and September - October (Emmet, Watkinson & Wilson, 1985a); hibernation as pupa (Triberti, 2007).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland tot het Iberisch Schiereiland, Sardinië, Italië en de Karpaten, en van Ierland tpt Zuid-Rusland (Fauna Europaea, 2009). In recente tijd geïntroduceerd in de Canarische Eilanden (De Prins ea).

distribution within Europe From Germany to the Iberian Peninsula, Sardinia, Italy and the Carpathians, and from Ireland to southern Russia (Fauna Europaea, 2009). In recent times introduced in the Canarys Islands (De Prins ao).

pop Cremaster, gelijkend op dat van Ph. anceps, met twee paar korte, stevige doorns, de buitenste naar buiten, de binenste naar binnen gekromd; de buitenste doorns ongeveer even lang als breed aan de basis (Gregor & Patočka, 2001a; Triberti, 2007a).

pupa Cremaster, similar to that of Ph. anceps, with two pairs of short, stout spines, the outer one curved outwards, the inner one inward; the outer spines about as long as wide at their base (Gregor & Patočka, 2001a; Triberti, 2007a).

synoniemen Lithocolletis mespilella; L. pyrivorella Bankes, 1899.

synonyms Lithocolletis mespilella; L. pyrivorella Bankes, 1899.

literatuur

references

Aguiar & Karsholt (2006a), Buhr (1935b), Deutschmann (2008a), Drăghia (1972a, 1974a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Gregor & Patočka (2001a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Huber (1969a), Huisman & Koster (1996a, 1998a, 2000a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštůvka (2011a, 2014a), Maček (1999a), Nel & Varenne (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins, De Prins, De Coninck, Kawahara, Milton & Hebert (2013a), Robbins (1991a), Szőcs (1977a), Triberti (2007a).

06/09/2016