Phyllonorycter parisiella (Wocke, 1848)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Onderzijdige, middelmatig grote vouwmijn met één sterke plooi in de onderepidermis. Bovenzijde van de mijn meestal niet geheel uitgegeten, zodat er een groen centrum overblijft. Verpopping in de mijn in een cocon van tenminste 5 mm lang. De cocon is vrijwel geheel met frass bedekt.

mine Moderately sized lower-surface tentiform mine with one strong fold in the lower epidermis. The roof of the mine generally not completely eaten out, leaving a green centre. Pupation in the mine in a cocoon of at least 5 mm. The cocoon is almost entirely covered by frass.

waardplanten: Fagaceae, nauw monofaag

hostplants: Fagaceae, narrowly monophagous

Quercus pubescens.

fenologie Twee generaties.

phenology Two generations.

verspreiding binnen Europa Van Tsjechië en Slowakijë tot de Pyreneeën, Sardinië, Italië en Macedonië, en van Frankrijk tot Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Czechia and Slovakia to the Pyrenees, Sardinia, Italy, and Macedonia, and from France to Romania (Fauna Europaea, 2009).

pop Zie Gregor & Patočka (2001a), Patočka & Turčáni (2005a). Meso- en metanotum met een putje opzij bij de achterrand. Cremaster met twee paar doorns, het buitenste paar veel groter dan het binnenste.

pupa See Gregor & Patočka (2001a), Patočka & Turčáni (2005a). Meso- and metanotum with a small pit laterally near the hind margin. Crermaster with two pairs of spines, the outer pair much longer than the inner one.

literatuur

references

Gregor (1952a), Gregor & Patočka (2001a), Hering (1934a, 1957a), Huemer (2012a), Kasy (1983a, 1987a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nel & Varenne (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), Szőcs (1977a, 1981a).

16/01/2017