Phyllonorycter rajella (Linnaeus, 1758)

Lepidoptera, Gracillariidae

Alnus glutinosa, Nieuwendam

Phyllonorycter rajella mine

Alnus glutinosa, Nieuwendam

zelfde mijn, doorvallend licht

Phyllonorycter rajella mine

same mine, lighted from behind

mijn Onderzijdige vouwmijn, niet langer dan 20 mm, meestal in de oksel van een dikke zijnerf, met 1 sterke lengteplooi. De pop bevindt zich in een stevige vuilwitte cocon, die aan boven- en onderzijde van de mijn vastgesponnen is. (Vrijwel) alle frass is opgenomen in de zijwanden van de cocon (met de loupe bij doorvallend licht te zien als twee parallele donkere lijnen). In het najaar niet zelden vijf of meer mijnen in één blad.

mine Lower-surface tentiform mine, not longer than 20 mm, usually in the axil of a thick lateral vein, with 1 strong length fold. Pupa in a a tough off-white cocoon that is fastened to the floor and the roof of the mine. (Almost) all frass is incorporated in the sides of the cocoon (visible with a loupe in transparancy as two dark lines). In autumn not infrequently five or more mines in one leaf.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus cordata, glutinosa, incana, rubra, viridis.

fenologie Twee generaties per jaar; larven in mei en juli (van Frankenhuyzen & Freriks, 1976a).

phenology Two generations per year; larvae in June and July (van Frankenhuyzen & Freriks, 1976a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, met uitzondering van het Iberisch Schiereiland en Griekenalnd (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Europe, with exception of the Iberian Peninsula and Greece (Fauna Europaea, 2009).

larve Bleekgroen.

larva Pale green.

synoniemen Lithocolletis rajella; Phyllonorycter alnifoliella (Hübner, 1796); Ph. alniella (Zeller, 1946a).

synonyms Lithocolletis rajella; Phyllonorycter alnifoliella (Hübner, 1796); Ph. alniella (Zeller, 1946a).

literatuur

references

Ahr (1966a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935a, 1964a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Deutschmann (2008a), van Frankenhuyzen & Freriks (1976a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gregor & Patočka (2001a), Gregor & Povolný (1950a), Haase (1942a), Hering (1932a, 1947a, 1957a, 1962a), Huber (1969a), Jaworski (2009a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštůvka (2011a), Lhomme (1934a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Michalska (1976a), Nel & Varenne (2014a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Szőcs (1977a), Tourlan (1980a), Triberti & Braggio (2011a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1969a, 1970a).

09/01/2017