Phyllonorycter roboris (Zeller, 1839)

Lepidoptera, Gracillariidae

Quercus robur, België, Viroinval

Phyllonorycter roboris mine

Quercus robur, Belgium, Viroinval

onderzijde

Phyllonorycter roboris mine

underside

de pop lijkt vrij in de mijn te liggen; in werkelijkheid zweeft hij in een uiterst ijl, driedimensionaal netwerk van spinsel

Phyllonorycter roboris mine

the pupa seems to lie free in the mine; in reality it floats in an extremely loose three-dimensional network of silk

mijn Grote, onderzijdige vouwmijn, ca 20 mm lang, vaak niet ver van de bladbasis. De onderepidermis lijkt met het blote oog glad, maar met de loupe zijn veel fijne lengteribbeltjes te zien. Frass in een klomp in een hoek van de mijn. De pop werkt zich voor het uitkomen door een gaatje in de onderepidermis half naar buiten de mijn; in tegenstelling tot bij de andere west-europese eiken-Phyllonorycters, waar de lege pophuid bleek olijfkleurig of roodbruin is, is deze bij roboris donker, zwartig (Emmet, 1975b).

mine A large, lower-surface tentiform mine, c. 20 mm long, often not far from the leaf base. The lower epidermis seems smooth to the naked eye, but with a lens many fine length folds are visible. Frass as a black mass in a corner of the mine. Before ecdysis the pupa works itself halfway out of the mine; unlike the other western European oak Phyllonorycter, that have the exuvium pale olive or reddish brown, in roboris it is dark, blackish (Emmet, 1975b).

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagogous

Quercus cerris, dalechampii, faginea, frainetto, x hispanica, macrocarpa, petraea & subsp. iberica, pubescens, robur & subsp. pedunculiflora.

fenologie Larven in juli en september (Hering, 1957a).

phenology Larvae in July and September (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe All Europe (Fauna Europaea, 2009).

opmerkingen Emmet (1975b) en Emmet ea (1986a) schrijven dat de pop in een witte cocon ligt. Dit verschil met mijn waarneming hangt mogelijk samen met het feit dat de soort in Engeland slechts één generatie heeft, terwijl op het Europese vasteland twee generaties voorkomen. De ©'s stammen van eind september.

notes Emmet (1975b) and Emmet ao (1986a) write that the cocoon lies in a white coccoon. This difference with my observation may be caused by the fact the in Britain the species has but one generation, while it has two in the European mainland. The pictures date from end September.

literatuur

references

Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1936a), Buszko & Beshkov (2004a), Csóka (2003a), Deutschmann (2008a), Drăghia (1972a), Emmet (1975b), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), ffennell (1975a), Gregor (1952a), Gregor & Patočka (2001a), Harper & Langmaid (1978a), Hartig (1939a), Hering (1934a, 1957a), Huemer (1986b, 2012a), Jaworski (2009a), Kasy (1983a, 1987a), Klimesch (1950c), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nel & Varenne (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1951a), Starý (1930a), Stolnicu (2007a, 2008a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Tomov & Dimitrov (2007a), Tourlan (1980a), Yefremova & Kravchenko (2015a).

14/02/2017