Phyllonorycter stettinensis (Nicelli, 1852)

Lepidoptera, Gracillariidae

Alnus glutinosa, Nieuwendam

Phyllonorycter stettinensis mine

Alnus glutinosa, Nieuwendam

detail

Phyllonorycter stettinensis mine

detail

mijn Bovenzijdige, vrij kleine, vrijwel vlakke vouwmijn, met een kenmerkend geelgroene kleur. De mijn heeft één matig sterke lengteplooi. In het algemeen ligt de mijn boven een zijnerf. Frass in een klomp in een hoek van de mijn.

mine Upper-surface, fairly small, almost flat tentiform mine with a characteristic yellow green colour. The mine has a single, moderately strong, fold. Generally the mine is positioned over a lateral vein. Frass in a clump in a corner of the mine.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Alnus cordata, glutinosa, incana, orientalis.

Voornamelijk op A. glutinosa.

Mainly on A. glutinosa.

fenologie Twee generaties per jaar; larven meerendeels in mei en juli-augustus (van Frankenhuyzen & Freriks, 1976a); maar tot in november kunnen nog larven worden gevonden. In zowel Nederland als België een gewone soort, practisch altijd te vinden als de waardplant aanwezig is.

phenology Two generations per year, most of the larvae in May and July - August (van Frankenhuyzen & Freriks, 1976a); but larvae can be found as late as November. Both in the Netherlands and Belgium a very common species, practically always present where the hostplant grows.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa.

distribution within Europe Entire Europe.

synoniemen Lithocolletis stettinensis.

synonyms Lithocolletis stettinensis.

opmerkingen Emmet, Watkinson & Wilson (1985a) schrijven dat de pop in een stevige cocon ligt. Zoals de © hieronder laat zien is dat niet altijd het geval. Mogelijk is er in de zomergeneratie slechts een nauwelijks waarneembare cocon, maar in het najaar een veel dikkere.

notes Emmet, Watkinson & Wilson (1985a) write that the pupa lies in a tough cocoon. As the picture below shows this is not always the case. Perhaps the summer generation has a flimsy cocoon, and the autumn generation a tougher one.

Alnus glutinosa, Rijckholt, eind juni

Alnus glutinosa, Rijckholt, late June

literatuur

references

Ahr (1966a), Barton (2015a), Beiger (1979a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Deutschmann (2008a), Drăghia (1974a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gregor & Patočka (2001a), Gregor & Povolný (1950a), Haase (1942a), Hering (1947a, 1957a), Huber (1969a), Huemer & Erlebach (2003a), Jaworski (2009a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštůvka (2011a), Maček (1999a), Nel & Varenne (2014a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a, 1978a), Zoerner (1969a).

09/01/2017