Phyllonorycter sublautella (Stainton, 1869)

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Onderzijdige vouwmijn, epidermis met één sterke plooi. Bovenzijde van de mijn slechts weinig leeggegeten, overwegend groen. De pop ligt ogenschijnlijk zonder cocon in de mijn.

mine Lower-surface tentiform mine, epidermis with one strong fold. Upperside of the mine litte consumed, generally green. The pupa lies in the mine without an apparent cocoon.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus cerris, petraea subsp. iberica, pubescens, robur, rubra.

fenologie Larven in juli en september-october.

phenology Larvae in July and September - October.

verspreiding binnen Europa Van Zuid-Frankrijk tot Griekenland.

distribution within Europe From southern France to Greece.

opmerkingen Gewoonlijk in zeer lage struikjes (A & Z Lastukva, 2007a). Vaak in groene eilanden in verdorde bladeren (Hering, 1957a).

notes Generally in very low shrubs (A & Z Lastukva, 2007a). Often in green islands in withered leaves (Hering, 1957a).

literatuur

references

Buszko & Beshkov (2004a), Buvat, (1996a), Hering (1934a, 1957a), Klimesch (1942a), A & Z Lastukva (2007a), Maček (1999a), Nel & Varenne (2014a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), Subchec & Tomov (2008a), Tomov & Dimitrov (2007a).

24/10/2014