Phyllonorycter trojana Deschka, 1982

Lepidoptera, Gracillariidae

Quercus trojana; uit A & Z Laštuvka (2007a)

Phyllonorycter trojana mine

Quercus trojana; from A & Z Laštuvka (2007a)

mijn Kleine onderzijdige vouwmijn met één duidelijke plooi, 9-20 mm lang. De bovenzijde is meestal geheel leeggevreten. Cocon in de mijn; de frass ligt er als een hoefzijser omheen.

mine Small lower-surface tentiform mine with one strong fold; 9-20 mm lang. The roof is mostly completely eaten out. Cocoon in the mine; frass lies around it in horse-shoe shape.

waardplanten: Fagaceae, nauw monofaag

hostplants: Fagceae, narrowly monophagous

Quercus trojana.

fenologie Larven mineren in de herfst, mogelijk ook in de winter winter

phenology Larvae mine in autumn, perhaps also in winter.

verspreiding binnen Europa Montenegro, Macedonië, Griekenland.

distribution within Europe Montenegro, Macedonia, Greece.

pop Tergieten van abd. 2-4 met een paar sterke, naar buiten gebogen doorns. Retinaculum met twee paar doorns. Het binnenste paar is driehoekig, naar achteren ggericht en en mediaan vergroeid. Het buitenste paar is veel langer, slank, en naar buiten gebogen. De pop doet in een aantal details denken aan Ph. quercifoliella.

pupa Tergites of abd. 2-4 with a pair of strong, outwards pointing spines. Retinaculum with two pairs of thorns. The inner pair is triangular, directed rearwards, and medially fused. The outer pair is much longer, slender, and bent outwards. Some details of the pupa remind of Ph. quercifoliella.

literatuur

references

Deschka (1982a), A & Z Laštuvka (2007a).

modif. 1.x.2009