Phyllonorycter troodi Deschka, 1974

Lepidoptera, Gracillariidae

mijn Grote, brede, ovale of ronde onderzijdige vouwmijn. Plooien in de onderepidermis met het blote oog nauwelijks waarneembaar. Bovenepidermis bij volgroeide mijnen bijna geheel leeggegeten. Pop in een langerekte cocon. Frass in een klomp bij het achtereind van de pop.

mine Large, broad, oval or circular lower-surface tentiform mine. Folds in de lower epidermis barely perceptible with the naked eye. In full grown mines the upper epidermis has almost completely been eaten out. Pupa in an elongated cocoon. Frass in a mass near the rear end of the pupa.

waardplanten: Fagaceae, nauw monofaag

hostplants: Fagaceae, narrowly monophagous

Quercus alnifolia.

fenologie Larven in de winter.

phenology Larvae in winter.

verspreiding binnen Europa Cyprus (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Cyprus (Fauna Europaea, 2010).

literatuur

references

Deschka (1974b).

29/09/2010