Phyllonorycter ulmifoliella (Hübner, 1817)

Lepidoptera, Gracillariidae

Betula pubescens, Duin en Kruidberg

Phyllonorycter ulmifoliella mine

Betula pubescens, Duin en Kruidberg

Betula pendula, Tilburg; geopende mijn van de zomergeneratie: do cocon is een ijl spinsel.

Betula pendula, Tilburg; opened mine of the summer generation: the cocoon is a flimsy spinning.

Betula pubescens, Hoenderloo, Hoge Veluwe: mijn van de najaaarsgeneratie

Phyllonorycter ulmifoliella mine

Betula pubescens, Hoenderloo, Hoge Veluwe: mine of the autumn generation

Betula pendula, Loonsche en Drunensche Duinen; geopende mijn van de najaarsgeneratie; de cocon is zo taai dat het openen ervan, met twee pincetten, met enige kracht moet gebeuren.

Betula pendula, Loonsche en Drunensche Duinen; opened mine of the autumn generation; the cocoon is so tought that openinng it, with two pairs of tweezers, requires some force.

mijn Kleine onderzijdige vouwmijn; onderepidermis geelgroen en vrij zwak geplooid. De pop ligt in een cocon in de mijn; bij de zomergeneratie kan die zo ijl zijn dat hij soms afwezig lijkt, bij de najaarsgeneratie is hij perkamentachtig. Alle frass ligt in een klomp in een hoek van de mijn.

mine Small lower surface tentiform mine; the lower epidermis is greenish yellow and weakly folded. Pupation within the mine in a cocoon that in the summer generation is so flimsy that sometimes it seems to be missing, while in the autumn generation it is quite tough. All frass in a corner of the mine.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula x alpestris, grossa, pendula, pubescens.

Door Hering (1957a) ook vermeld als incidentele mineerder op Ribes. De mededeling door Kollár (2007a) en Kollár & Hrubík (2009a) dat de soort schadelijk zou zijn op Ulmus glabra en laevis moet wel op een vergissing berusten.

Reported by Hering (1957a) as an occasional miner of Ribes. The statement by Kollár (2007a) and Kollár & Hrubík (2009a) that the species were a pest on op Ulmus glabra and laevis must be due to a mistake.

fenologie Larven in juli en september-november; overwintert als pop (Emmet ea, 1985a).

phenology Larvae in July and September - November; hibernation as pupa (Emmet ao, 1985a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa, met uitzondering van het Balkan-Schiereiland (Corley ea, 2006a; Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Europe, with exception of the Balkan Peninsula (Corley ao, 2006a; Fauna Europaea, 2009).

larve Wittig, met een oranjegele vlek dorsaal op het zesde achterlijfssegment. Zie Grandi (1931a, 1933a) voor een beschrijving van de morfologie.

larva Whtish, with an orange-yellow spot dorsally on the sixth abdominal segment. See Grandi (1931a, 1933a) for a description of the morphology.

synoniemen Lithocolletis ulmifoliella.

synonyms Lithocolletis ulmifoliella.

literatuur

references

Ahr (1966a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1935a, 1964a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Corley, Maravalhas & Passos de Carvalho (2006a), Deschka (1968a), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson,1985a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Grandi (1931a, 1933a), Gregor & Patočka (2001a), Haase (1942a), Hering (1927b, 1957a), Huber (1969a), Huemer (2012a), Huemer & Erlebach (2003a), Jaworski (2009a), Klimesch (1950c), Kollár (2007a), Kollár & Hrubík (2009a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Matošević, Pernek, Dubravac & Barić (2009a), Nel & Varenne (2014a), Nowakowski (1954a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1951a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Szőcs (1977a, 1981a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1969a, 1970a).

16/01/2017