Prochoreutis sehestediana (Fabricius. 1775)

Lepidoptera, Choreutidae

mijn Soms een voldiepe, slordige blaasmijn, vooral in de onderste bladeren van de plant; waarschijnlijk vaker venstervraat, tussen samengesponnen bladeren. De larve verlaat na enige tijd de mijn, en leeft daarna vrij, tussen samengesponnen bladeren.

mine Sometimes a full depth, untidy, blotch, mainly in the lower leaves; probably more often window feeding between spun leaves. Older larvae live free among spun leaves.

waardplanten: Lamiaceae, monofaag

hostplants: Lamiaceae, monophagous

Scutellaria galericulata.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded(Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX noy recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Grote delen van Europa, maar niet in het zuidoostelelijk deel (Italië, Balkan-schiereiland) (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Large parts of Europe, but not in the southeast (Italy, Balkan Peninsula) (Fauna Europaea, 2009).

larve Bleek geelgroen; pinacula zwart. Kop met een bruine figuur in de vorm van een W aan de achterrand; prothoracale plaat met ca 5+5 bruine vlekjes; anale plaat niet gedifferentiëerd.

larva Pale yellow green; pinacula black. Head with a brown W-mark on the rear margin. Prothoracic shield with c. 5+5 brown spots; anal shield not differentiated.

literatuur

references

Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Pelham-Clinton (1985b), Robbins (1991a), Sonderegger (2011a) Zwitserland.

16/11/2014