Rhopobota ustomaculana (Curtis, 1831)

Lepidoptera, Tortricidae

Vaccinium vitis-idaea, België, prov. Luik, Eupen, Brackvenn © Jean-Yves Baugnée

Rhopobota ustomaculana mine

Vaccinium vitis-idaea, Belgium, prov. Liège, Eupen, Brackvenn © Jean-Yves Baugnée

jonge, minerende, larve

Rhopobota ustomaculana mining larva

young, mining, larva

oudere, vrijlevende, larve

Rhopobota ustomaculana older larva

older, free living, larva

Vaccinium vitis-idaea, België, prov. Luik, Lierneux, fagne de la Crépale: samengesponnen topbladeren © Jean-Yves Baugnée

Rhopobota ustomaculana feeding style

Vaccinium vitis-idaea, Belgium, prov. Liège, Lierneux, fagne de la Crépale: spun apical leave; © Jean-Yves Baugnée

Vaccinium vitis-idaea. Engeland, Yorkshire © Charlie Streets

Rhopobota ustomaculana: mine in Vaccinium vitis-idaea

Vaccinium vitis-idaea. England, Yorkshire © Charlie Streets

zelfde mijn

Rhopobota ustomaculana: mine in Vaccinium vitis-idaea

same mine

mijn Grote, voldiepe blaas- of brede gangmijn; veel frass, soms verspreid, soms opgehoopt bij het begin van de mijn. De larven verlaten na enige tijd de mijn, leven vervolgens tussen samengesponnen bladeren.

mine Large full depth blotch or broad corridor, with much frass, either dispersed or heaoead near the start of the mine. After some tine he larvae leave their mine, and continue feeding among spun leaves.

waardplanten: Ericaceae, nauw monofaag

hostplants: Ericaceae, narrowly monophagous

Vaccinium vitis-idaea.

fenologie Larven tot in april (Hering, 1957a).

phenology Larvae until April (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia en Noord-Rusland tot de Pyreneeën en Italië, en van Engeland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia and northern Russia to the Pyrenees and Italy, and from Britain to Romania.

larve Minerende larve wittig, met een bruine kop en halsschild; borstpoten en kleine pinacula zwart. Buikpoten met ca 40 haakjes, die aan de voorkant in een enkele, aan de achterzijde in een dubbele rij staan (Swatschek, 1958a). Geen anale kam (Bradley ea, 1979a).

larva Mining larva whitish, with a brown head and prothoracic plate; thoracic feet and small pinacula black. Prolegs with c. 40 hooks, anteriorly in a single row, posteriorly in a double row (Swatschek, 1958a). No anal comb (Bradley ao, 1979a).

literatuur

references

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Gielis ao (1985a), Hering (1957a), Klimesch & Skala (1936a), Kuchlein & Donner (1991a), Kuchlein & de Vos (1999a), Maček (1999a), Skala (1951b), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a), Zoerner (1970a).

07/04/2017