Scrobipalpa brahmiella (von Heyden, 1862)

Lepidoptera, Gelechiidae

mijn Min of meer ronde blaasmijn, ietwat opgeblazen, in de bladtop, of de top van een bladslip; bovenzijde gerimpeld. Frass in de bladtop; hier ook overwintert de larve. Verpopping buiten de mijn.

mine More or less rounded blotch, a bit inflated, in the tip of the leaf or leaf segment; upper face wrinkled. Frass in the leaf apex; here also the larva hibernates. Pupation outside the mine.

waardplanten: Asteraceae, nauw oligofaag

hostplants: Asteraceae, narrowly oligophagous

Jurinea cyanoides, humilis, mollis; Serratula.

fenologie Larven van october tot april, en in juli, augustus (Hering, 1957a).

phenology Larvae from October till April, and in July - August (Hering, 1957a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE not recorded (Fauna Europaea, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Duitsland tot de Pyreneeën, en van Frankrijk tot Roemenië en de Ukraïne (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Germany to the Pyrenees, and from France to Romania and the Uraine (Fauna Europaea, 2009).

larve Roodbruin (Hering, 1957a).

larva Reddish brown (Hering, 1957a).

synoniemen Gnorimoschema brahmiella.

synonyms Gnorimoschema brahmiella.

literatuur

references

Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Hering (1957a), Huemer & Karsholt (2010a), Jansen (1999a), Sattler (1986a), Skala (1950a), Szőcs (1977a).

20/04/2011