Scrobipalpa halonella (Herrich-Schäffer, 1854)

Lepidoptera, Gelechiidae

mijn De larve maakt een gang bovenop de hoofdnerf; hierin trekt hij zich tijdens vreetpauzes terug. De gang wordt van binnen bekleed met spinsel en frasskorrels. Vanuit de hoofdgang gaan onregelmatige, vaak ook vertakte, gangen de bladschijf binnen. Mijnen vooral in de grondbladeren. De larven verhuizen vaak naar een ander blad, en maken daarbij buizen van spinsel, waarin frasskorrels blijven hangen. Verpopping extern.

mine The larva makes a corridor on top of the midrib; here he withdraws during feeding pauses. The inside is lined with silk and frass grains. From this main corridor irregular, often brancing, corridors enter the leaf disk. Mines mostly in the ground leaves. The larvae frequently move to another leaf, thereby making silken tubes in which frass grains are trapped. Pupation external.

waardplanten: Asteraceae, monofaag

hostplants: Asteraceae, monophagous

Centaurea scabiosa.

Elsner ea (1999a) noemen nog Artemisia absinthium, campestris; dat verdient nadere bevestiging.

Elsner ao (1999a) mention additionally Artemisia absinthium, campestris; this needs confirmation.

fenologie Larven in juli; overwintering als pop.

phenology Larvae in July; hibernation as pupa.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Frankrijk tot Hongarijë, en van Oostenrijk tot Italië (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From France to Hungary, and from Austria to Italy (Fauna Europaea, 2010).

literatuur

references

Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Huemer & Karsholt (2010a), Kasy (1985a), Sattler (1986a).

25/04/2011