Scrobipalpa instabilella (Douglas, 1846)

Lepidoptera, Gelechiidae

Atriplex portulacoides, Engeland; © Rob Edmunds

Scrobipalpa instabilella mine

Atriplex portulacoides, Britain; © Rob Edmunds

mijn Larven in blaasachtige mijnen. De meeste frass wordt door een klein gaatje in de mijn naar buiten gewerkt. Verse mijnen zijn heel moeilijk te vinden. De larven kunnen de mijn verlaten en elders opnieuw beginnen. Verpopping buiten de mijn.

mine Larvae in blotchlike mines. Most frass is ejected through a small opening in the mine. Fresh mines are very difficult to find. The larvae can leave their mine and restart elsewhere. Pupation external.

waardplanten: Amaranthaceae, monofaag

hostplants: Amaranthaceae, monophagous

Atriplex halimus; Halimione portulacoides.

De vermelding van Chenopodium door Hering (1957a) en Elsner ea (1999a) berust waarschijnlijk op verwisseling met Scrobipalpa atriplicella (Bland ea, 2002a). Ook andere in de literatuur genoemde waardplantrelaties, waaronder met Aster tripolium; Atriplex littoralis; Lycium barbarum; Plantago coronopus, maritima; Salicornia europaea; Salsola; Suaeda berusten waarschijnlijk op foutieve determinaties.

The reference to Chenopodium by Hering (1957a) and Elsner ao (1999a) probably is due to confusion with Scrobipalpa atriplicella (Bland ao, 2002a). Also other hostplants associations mentioned in the literature, like with Aster tripolium; Atriplex littoralis; Lycium barbarum; Plantago coronopus, maritima; Salicornia europaea; Salsola; Suaeda probably originated from erroneous identifications.

fenologie Minerende larven in april (Jansen, 1999a en in litt.); Bland ea (2002a) schrijven maart-mei. Overwintering als larve.

phenology Mining larvae in April (Jansen, 1999a and in litt.); Bland ao (2002a) write March - May. Hibernation as larva.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Denemarken tot het Iberisch Schiereiland, Sardinië, Sicilië en Cyprus, en van Ierland tot Hongarijë (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Denmark tot the Iberian Peninsula, Sardinia, Sicily, and Cyprus, and from Ireland to Hungary (Fauna Europaea, 2009).

larve Larven geelgrijs met drie roodbruine lengtestrepen; kop en prothoracale plaat bleekbruin; anale plaat bleek tot donker bruin, borstpoten zwartig (Jansen, 1999a; Bland ea, 2002a).

larva Larva yellowish grey with three reddish brown length lines. Head and prothoracic shield light brown. Anal shield pale to dark brown; thoracic feet blackish (Jansen, 1999a; Bland ea, 2002a).

synoniemen Gnorimoschema instabilellum; G. stabilella: Hering 1957a:150.

synonyms Gnorimoschema instabilellum; G. stabilella: Hering 1957a:150.

opmerkingen Alleen in zoutmoerassen langs de kust.

notes Only in salt marshes along the coast.

literatuur

references

Bland, Heckford & Langmaid (2002a), Elsner, Huemer & Tokár (1999a), Hering (1957a), Huemer & Karsholt (2010a), Jansen (1999a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Skala (1950a), Szőcs (1977a), Wegner (2010a).

15/05/2017