Scrobipalpa obsoletella (Fischler von Röslerstamm, 1841)

Lepidoptera, Gelechiidae

mijn De larve leeft in een spoelvormig opgezwollen stengel van de plant. De frass wordt naar buiten gwerkt door een gaatje in de stengel, dat zich altijd bevindt aan de basis van een blad of een zijtak. Volgens Hering (1957a) maakt de larve uitstapjes in de bladeren, en veroorzaakt daar onregelmatige blaasmijnen, maar volgens Jansen (1999a) komt dit slechts zelden voor, en Bland ea (2002a) noemen het verschijnsel in het geheel niet.

In Hering's tijd was het verschil tussen obsoletella en S. nitentella onvoldoende bekend. De twee soorten werden in 1961 door Sattler zelfs gesynonymiseerd, wat pas in 1988 door Povolný werd weerlegd. Het is daarom aan te nemen dat Hering de biologie van een mix van de twee soorten beschreven heeft.

mine The larve bores in the pith of part the stem, that takes a fusiform shape. The frass is ejected through a hole in the stem, always at the base of the leaf or side branch. According to Hering (1957a) the larva makes excursions into the leaves, making irregular blotc hmines. However, according to Jansen this is only rarely the case, and Bland ao (2002a) do not menthion this behavious altogether.

In Hering's time the difference between obsoletella and S. nitentella was incompletely known. Both species were even synonymized in 1961 by Sattler, and only in 1988 this synonymy was reversed by Povolný. Conceivably Hering described the biology of a mix of both species.

waardplanten: Amaranthaceae, oligofaag

hostplants: Amaranthaceae, oligophagous

Atriplex glabriuscula, halimus, litoralis, tatarica; Chenopodium.

fenologie Larven in juni-juli en vanaf september; overwintering in het larvestadium (Jansen, 1999a).

phenology Larvae in June - July and again from September; hibernation as larva (Jansen, 1999a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel Europa (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe All Europe (Fauna Europaea, 2009).

larve Jonge larven zijn lichtgroen, volgroeide geelgroen; de kop, is bleekbruin, het pronotum is zwartbruin met een wittige rand.

larva Light green when young, yellowish green later. Head light brown, pronotum blackish brown with a whitish border.

synoniemen Gnorimoschema obsoletellum.

synonyms Gnorimoschema obsoletellum.

opmerkingen Veel meer dan Sc. nitentella een soort van ruderale terreinen (Povolný,1988a).

notes Much more than Sc. nitentella a species of ruderal vegetations (Povolný,1988a).

literatuur

references

Bland ao (2002a), Buhr (1964a), Hering (1957a, 1963a), Huemer & Karsholt (2010a), Jansen (1999a), Kozlov & Kullberg (2006a), Kuchlein & Donner (1993a), Kaitila (1996a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Povolný (1988a), Sattler (1961a), Schütze (1931a), Skala (1950a), Szőcs (1977a), Tomasi (2014a).

18/11/2016