Scrobipalpa perinii (Klimesch, 1951)

Lepidoptera, Gelechiidae

uit Klimesch (1950c)

Scrobipalpa perinii mine

from Klimesch (1950c)

mijn Langgerekte voldiepe vouwmijn, op en langs de hoofdnerf, met brede uitlopers die een eindweegs de bladslippen ingaan. De mijn heeft sterke lengteplooien, omdat er veel spinsel in wordt afgezet. De meeste frass wordt uitgeworpen, wat achterblijft ligt op de hoofdnerf. Verpopping extern.

mine Elongate, full depth blotch on and along the midrib, with broad extensions into the leaf lobes. The mine has strong length folds, because much silk is deposited inside. Most frass is ejected, what remains lies on the midrib. Pupation external.

waardplanten: Asteraceae, oligofaag

hostplants: Asteraceae, oligophagous

Carduus; Centaurea jacea, scabiosa.

fenologie Larven waargenomen in midden-mei tot juni en in begin october (Huemer & Karsholt, 2010a).

phenology Larvae observed in mid-May to June, then again in early October (Huemer & Karsholt, 2010a) .

verspreiding binnen Europa Zuid-Frankrijk, Italië, Slovenië, Macedonië (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Southern France, Italy, Slovenia, Macedonia (Fauna Europaea, 2010).

synoniemen Gnorimoschema, Phthorimaea perinii.

synonyms Gnorimoschema, Phthorimaea perinii.

literatuur

references

Hering (1957a), Huemer & Karsholt (2010a), Klimesch (1950c), Maček (1999a), Nel (2001a).

03/05/2011