Scrobipalpa stangei (Hering, 1889)

Lepidoptera, Gelechiidae

mijn Brede, doorzichtige (voldiepe) gangmijn. Verpopping buiten de mijn.

mine Broad, transparant (full depth) gallery. Pupation external.

waardplanten: Juncaginaceae, monofaag

hostplants: Juncaginaceae, monophagous

Triglochin maritima, palustris.

fenologie Larven zouden mineren in het najaar, overwinteren in de wortelstok, en in het voorjaar boren in de wortelstok (Bland ea, 2002a).

phenology Larvae are said to mine in autumn, hibernate in the rhizome, and bore in the rhizome or stem in spring (Bland ao, 2002a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2011).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2011).

verspreiding binnen Europa Van Scandinavië tot de Alpen, en van Engeland tot Hongarijë (Fauna Europaea, 2011).

distribution within Europe From Scandinavia to the Alps, and from Britain to Poland (Fauna Europaea, 2011).

larve Over het uiterlijk van de larven bestaan twee, nogal uiteenlopende, lezingen. Zie (Bland ea, 2002a).

larva Two, rather different descriptions exist about the appearance of the larva. See (Bland ao, 2002a).

pop Beschreven door Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Described by Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen Gnorimoschema stangei.

synonyms Gnorimoschema stangei.

literatuur

references

Bland, Corley, Emmet ao (2002a), Buhr (1937a), Hering (1957a), Huemer & Karsholt (2010a), Jansen (1999a), Kaitila (1996a), Kasy (1965a), Patočka & Turčáni (2005a), Skala (1950a), Sønderup (1949a), Wegner (2010a).

15/05/2017