Scythris buszkoi Baran, 2004

Lepidoptera, Scythrididae

mijn De larven leven in spinselbuizen langs de takken en bladstelen. Vanuit de buis maken ze een aantal vlekmijnen in de bladeren. Tijdens eetpauzen verblijven de larven in de spinselbuis. Verpopping in een witte cocon, die aan de plant is gehecht.

mine The larvae live in silken tubes along the branches and petioles. From the tube they make numerous fleck mines in the leaves. During feeding pauses the larvae rest in the tube. Pupation in a white cocoon, attached to the plant.

waardplanten: Solanaceae, monofaag

< div class="en">

hostplants: Solanaceae, monophagous

Lycium barbarum.

fenologie Volgroeide larven worden gezien in de eerste helft van juli; waarschijnlijk zijn er twee generaties. Overwintering als pop.

phenology Full fed larvae were seen in the first half of July; probably there are two generations. Hibernation as pupa.

verspreiding binnen Europa Ukraïne, Oostenrijk, Hongarije.

distribution within Europe Ukraine, Austria, Hungary.

larve, pop Lichaam donkerbruin, kop en pronotum oranjebruin met donkere tekening. Zie Baran (2004a) voor een gedetailleerde beschrijving, ook voor de chaetotaxie en de morfologie van de pop.

larva Body dark brown, head and pronotum orange brown with dark markings. See Baran (2004a) for a detailed description, also of the chaetotaxy, and for the morphology of the pupa.

literatuur:

references:

Baran (2004a), Kahrer & Huemer (2012a).

10/11/2014