Scythris siccella (Zeller, 1839)

Lepidoptera, Scythrididae

mijn Zeer heldere, frassloze vlekmijn. De larve mineert vanuit een lange, met zandkorrels bedekte, buis van spinsel onder het blad, en trekt zich gedurende de dag hierin terug. Vooral in (onder) bladeren die op de grond liggen. De larve mineert zijn gehele leven. Verpoping in een cocon in de grond onder de plant.

mine Very transparant, frassless fleck mine. The larva mines from a long silken tube, covered with sand, under the leaf, in which it retracts at daytime. Mainly in (under) leaves they lie on th ground. The larva mines all its life. Pupation in a coccoon in the ground belwo the plant.

waardplanten: polyfaag op lage kruiden

hostplants: polyphagous on low herbs

Anthyllis vulneraria; Armeria maritima; Cerastium; Helianthemum nummularium; Lotus corniculatus; Ononis spinosa subsp. procurrens; Pilosella officinarum; Plantago; Scabiosa columbaria; Thymus, Tuberaria.

Naar ervaring van Baran (2003a) is Pilosella de belangrijkste waardplant.

In the experience of Baran (2003a) Pilosella is the most important host.

fenologie Larven in mei (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a). Onlangs na een halve eeuw weer in Nederland waargenomen (Bot, 2002a: Terschelling).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999). Recently, after half a century, found again by Bot (2002a: Terschelling)

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Geheel West-Europa, Ierland uitgezonderd (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Entire Western Europe, Ireland excepted (Fauna Europaea, 2009).

larve Larve roodpaars, segmentgrenzen tussen de voorste ca vijf segmenten wittig; kop, prothoracale plaat, anale plaat en borstpoten glanzend bruinzwart tot zwart (Bengtsson, 2002a). Baran (2003a) geeft een gedetailleerde beschrijving van morfologie en chaetotaxie.

larva Larva reddish purple; segment limits between the first five or so segments whitish; head, prothoracal plate, anal plate and thoracic feet shining dark brown to black. Baran (2003a) gives a detailed description of the chaetotay and morphology.

pop Baran (2003a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa Baran (2003a), Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Baran (2003a), Bengtsson (2002a), Bot (2002a), Hering (1957a), Patočka & Turčáni (2005a), Szőcs (1977a), Zoerner (1970b).

22/11/2014