Scythropia crataegella (Linnaeus, 1767)

Lepidoptera, Yponomeutidae

Crataegus monogyna, Nieuwendam

Scythropia crataegella mines

Crataegus monogyna, Nieuwendam

ander blad (samen met Rhamphus oxyacanthae).

Scythropia crataegella mines

another leaf (together with Rhamphus oxyacanthae).

nog een

Scythropia crataegella mines

one more

primaire mijn; rechts, half bovenop de hoofdnerf, het ei

Scythropia crataegella mine

primary mine; at right, partly on top of the midrib, the egg

secundaire mijntjes

Scythropia crataegella mines

secondary mines

secundaire mijntjes, onderzijde; frasskorrels zijn blijven hangen in een onzichtbaar ijl spinsel

Scythropia crataegella mines

secondary mines, underside; frass grains are stuck in an invisible, thin, spinning

Prunus spinosa, Veenendaal © Ben van As; secundaire mijnen

Scythropia crataegella: secondary mines on Prunus spinosa

Prunus spinosa, Veenendaal © Ben van As; secondary mines

doorzicht

Scythropia crataegella: secondary mines on Prunus spinosa

lighted from behind

mijn De jonge larven maken zeer kleine (≤ 3 mm) gang- of blaasmijntjes, meestal een aantal in een blad. De primaire mijn ligt meestal tegen de hoofdnerf; voorzover ik ze heb gezien ligt het ei altijd aan de bovenzijde. De secundaire mijnen liggen vaak op een blad zonder primaire mijn: de larven verhuizen kennelijk gemakkelijk naar een ander blad. De secundaire mijnen worden aangeboord vanaf de onderzijde van het blad; onder het blad wordt spinsel afgezet. De meest frass wordt uit de mijnen verwijderd, waarbij frasskorrels vaak in het spinsel blijven hangen. Al vrij spoedig leven de larven geheel vrij in een gezamelijk spinsel onder het blad. Ze overwinteren in een hibernaculum, en leven in het voorjaar vrij.

mine The young larvae make very small (≤ 3 mm) corridor or blotch mines, usually several in a leaf. The primary mine generally lies adjacent to the midrib; as fas as I have seen the egg always is upper-surface. The secondary mines often are found in leaves without primary mine: obviously the larvae easily move to another leaf. The secondary mines are made from the underside of the leaf; while moving around silk is deposited under the leaf. Most frass is ejected from the mines, and part of the frass grains remain stuck in the spinning. Rather soon the larvae start living completely free in a common spinning under a leaf. The hibernate in a hibernaclum and continue living free in the spring.

waardplanten: Rosaceae, oligofaag

hostplants: Rosaceae, oligophagous

Cotoneaster integerrimus; Crataegus monogyna; Malus domestica; Prunus domestica, spinosa; Pyrus communis.

Wörz (1957a) noemt nog Euonymus en Quercus; dat moet nader worden bevestigd.

Wörz (1957a) adds Euonymus and Quercus; this needs confirmation.

fenologie Larven van het najaar tot in juni.

phenology Larvae from autumn till in June.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Middellandse Zee, en van Engeland tot Roemenië (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Mediterranean, and from Britain to Romania (Fauna Europaea, 2010).

larve sociaal; kop zwart, met bruine en witte lijnen; lichaam vlekkerig roodbruin tot grijsbruin (Agassiz, 1996a).

larva social; head black, with brown and white lines; body mottles reddish brown to fuscus grey (Agassiz, 1996a).

pop Afgebeeld door Patočka (1997a).

pupa Illustrated by Patočka (1997a).

literatuur

references

Agassiz (1996a), Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Buhr (1936a), Burmann (1951a), Emmet (1976a), Heckford (1986a), Hering (1957a), Kasy (1987a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala (1951b), Szőcs (1977a), Wörz (1957a).

15/10/2016