Somabrachys aegrota (Klug, 1830)

Lepidoptera, Somabrachyidae

mijn vlekmijn, uiteraard zonder frass; de larve mineert niet vanuit een zak, maar leeft vrij op het blad en kruipt tijdens het eten geheel in de mijn. Verpopping buiten de mijn.

mine fleckmine, obviously without frass; the larva does not mine from a case, but lives free on the leaf and completetely enters the mine while feeding. Pupation external.

waardplanten: Cistaceae, monofaag

hostplants: Cistaceae, monophagous

Helianthemum.

fenologie Minerende larven in maart.

phenology Mining larvae in March.

verspreiding binnen Europa Spanje, Sicilië (Fauna Europaea, 2011).

distribution within Europe Spain, Sicily (Fauna Europaea, 2011).

larve Lichaam groengeel met brode rode rosale en laterale lijnen en rode wratten. Hering voegt er aan toe dat de larve 20 poten heeft, wat zal moeten beteken dat er zes paar buikpoten zijn en een paar naschuivers.

larva Body greenish yellow with broad red doral and lateral length lines and red tubercles. Hering adds that the larva has 20 feet, which will mean that there are six pairs of abdominal prolegs plus a pair of anal prolegs.

opmerkingen Bovenstaande beschrijving is gebaseerd op de bespreking van de Noordafrikaanse Somabrachys aegrota ragmata Chrétien, 1910 in Hering (1957a). De extrapolotie van deze ondersoonrt naar de Europese S aegrota is echter mogelijk incorrect, omdat de Beccaloni ea (2011) ragmata beschouwen als een synoniem van Somabrachys infuscata Klug, 1830.

notes The description above is based on a reference to the North African Somabrachys aegrota ragmata Chrétien, 1910 in Hering (1957a). The extrapolation of this subspecies to the European S aegrota may be incorrect, because Beccaloni ao (2011) consider ragmata a synonym of Somabrachys infuscata Klug, 1830.

literatuur

references

Hering (1957a).

22/11/2014