Stigmella auromarginella (Richardson, 1890)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ovipositie op de bladbovenzijde. De mijn is een opvallend korte, weinig gekronkelde gang met een centrale, af en toe onderbroken, frasslijn die ongeveer 2/3 van de breedte van de gang vult. Verpopping extern.

mine Egg on the leaf upperside. The mine is an unusually short, not very tortuous corridor with a central line of frass that is irregularly interrupted and takes about 2/3 of the corridor width. Popuation external.

waardplanten: Rosaceae, oligofaag

hostplants: Rosaceae, oligophagous

Agrimonia; Rubus fruticosus, sanctus, ulmifolius.

fenologie In meer zuidelijke streken zijn er hete hele jaar door larven.

phenology In more southern regions larvae all present all months of the year.

BENELUX

Niet bekend uit de Benelucx-landen (Fauna Europaea, 2999).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2999).

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot Portugal, Kreta en Cyprus, en van Ierland tot Kroatië (Fauna Europaea, 2999). In het zuiden veel talrijker dan in het noorden (Johansson ao, 1990a).

distribution within Europe From Sweden to Portugl, Crete and Cyprus, and from Ireland to Croatia (Fauna Europaea, 2999). In the south much more common tha in the north (Johansson ao, 1990a).

larve Barnsteengeel, kop zeer licht bruin. Het kenmerkende patroon van bestekeling wordt afgebeeld door Gustafsson & van Nieukerken (1990a).

larva Amber yellow, head very light brown. The characteristic pattern of spinulation is depicted by Gustafsson & van Nieukerken (1990a).

literatuur

references

Bengtsson (2008a), Emmet (1983a), Gustafsson (1981a, 1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1957a), Johansson ao (1990a), A & Z Laštuvka (1997a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), Skala (1939a).

12/05/2012