Stigmella benanderella (Wolff, 1955)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ei meestal een aan de bladbovenzijde. De mijn is een karte, bijna geheel met frass gevulde gang, overgaand in, en vaak overlopen door een kort blaasje met verpsreide frass. Verpopping buiten de mijn.

mine Oviposition mostly at the leaf upperside. The mine is a short corridor, almost completely filled with frass, widening into, and oftren overrun by, a sohrt blotch with dispersed frass. Pupation external.

waardplanten: Salicaceae, nauw monofaag

hostplants: Salicaceae, narrowly monophagous

Salix phylicifolia, repens & subsp. rosmarinifolia.

fenologie In Zuid-Zweden werden de larvan waargenomen in de eerste helft van juli en midden augustus tot septemmber; verder noordelijk schijnt er maar één generatie te zijn.

phenology Larvae were observed in southernn Sweden in the first half of July and in mid-August - September; further to the north only one generation seems to exist.

verspreiding binnen Europa Fennoscandia, Denemarken, Baltishce Staten; Hongarijë en Slowakijë (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Fennoscandia, Denmark, Baltic States; Hungary, Slovakia (Fauna Europaea, 2009).

larve Geel.

larva Yellow.

opmerkingen De mijn is lastig te onderscheiden van die van St. zelleriella, die in termen van waardplant en verspreiding gedeeltelijk met benanderella overlapt. Mijnen met het ei aan de bladbovenzijde zijn met zekerheid benanderella.

notes The mine often cannot be distinguished from the one of St. zelleriella. The two species partly overlap, both in hostplants and in distribution. Mines with the egg at the upper surface belong with certainty to benanderella.

literatuur

references

Bengtsson (2008a), Diškus & Stonis (2012a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1957a), Johansson ao (1990a), Laštuvka & Laštuvka (1997a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2011a), van Nieukerken (1983a, 1986a), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), Šulcs (1996a), Szőcs (1968a, 1977a, 1981a).

15/01/2017