Stigmella diniensis (Klimesch, 1975)

Lepidoptera, Nepticulidae

Fumana procumbens, Frankijk; uit van Nieukerken (1983b)

Stigmella diniensis mine

Fumana procumbens, France; from van Nieukerken (1983b)

mijn Ei aan de bovenzijde van het blad; eischaaltje vrij groot, glanzend wit. De mijn is een ongewoon lange smalle gang langs de bladrand, die zich tegen het einde plotseling verbreedt. Frass verspreid, in een dun centraal lijntje. Mijnen buitengewoon lastig te vonden.

mine Egg at the upperside of the leaf; egg shell comparatively large, shining white. The mine is an exceptionally long and narrow corridor along the leaf margin, that suddenly widens towards the end. Frass dispersed, in a narrow central line. Mines extremely diffucult to find.

waardplanten: Cistaceae, oligofaag (?)

hostplants: Cistaceae, oligophagous (?)

Fumana ericoides, procumbens; Helianthemum (?)

fenologie Larven waargenomen in april en begin september; waarschijnlijk verscheidene generaties per jaar.

phenology Larvae observed in April and early September; probably several generations per year.

verspreiding binnen Europa Zuid-Frankrijk.

distribution within Europe Southern France.

synoniemen Nepticula diniensis.

synonyms Nepticula diniensis.

literatuur

references

Klimesch (1975a), A & Z Laštuvka (1997a), van Nieukerken (1983b, 1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a).

modif. 10.xii.2009