Stigmella eberhardi (Johansson. 1971)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ei meestal aan de bovenzijde van het blad. De mijn is een slanke gangmijn met een nauwe frasslijn; de mijn is niet te onderscheiden van die van roborella of atricapitella.

mine Egg usually at the upperside of the leaf. The mine is a slender corridor with a narrow frass line. The mine cannot be disinguished from the ones of roborella or atricapitella.

waardplanten: Fagaceae, monofaag

hostplants: Fagaceae, monophagous

Quercus ilex, petraea, pubescens, pyrenaica, robur, suber.

Zeldzaam op de wintergroene eiken Q. ilex, suber, en dan nog alleen op de zeer jonge bladeren.

Rare on the evergreen oaks Q. ilex, suber, and then only on the very young leaves.

fenologie Twee generaties, in het zuiden zich mogelijk continue voortplantend.

phenology Bivoltine, in the south probably continuously breeding.

verspreiding binnen Europa Van Frankrijk, Tsjechië en Slowakijë tot het Iberisch Schiereiland, Sardinë, Italië en Griekenland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From France, Czechia, and Slovakia to the Iberian Peninsula, Sardinia, Italy, and Greece (Fauna Europaea, 2009).

larve Geel.

larva Yellow.

literatuur

references

Borkowski (1972b), Johansson (1971a), A & Z Laštuvka (1997a, 2008a, 2011a, 2014a), Kasy (1983a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken & Johansson (2003a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a), Z & A Laštůvka (2009b), Szőcs (1977a, 1981a).

15/01/2017