Stigmella lapponica (Wocke, 1862)

Lepidoptera, Nepticulidae

Betula pubescens, Bergen NH

Stigmella lapponica mine

Betula pubescens, Bergen NH

zelfde mijn, detail

same mine, detail

mijn Ei meestal aan de onderzijde van het blad. De mijn is een slanke gang, die zich ook aan het eind nauwelijks verbreedt. Het eerste derde deel van de gang is geheel gevuld met diffuse groenbruine frass. Na een vervelling verandert het frasspatroon daarna plotseling in een heel nauwe continue zwarte band. De mijn volgt vaak over lange trajecten een nerf, maar de larve is in staat om dikke nerven, zelfs de hoofdnerf, over te steken.

mine Oviposition generally at the underside of the leaf. The mine is a slender corridor that hardly widens, even towards the end. The first third is stuffed with diffuse greenish brown frass. After a moult the frass pattern changes completely, into a very narrow, continuous black line. The mine often follows a thick vein over a long distance, but the larva is capable of crossing thick veins, even the midrib.

waardplanten: Betulaceae, monofaag

hostplants: Betulaceae, monophagous

Betula humilis, nana, pendula, pubescens.

fenologie In Engeland zijn de larven waargenomen in juni en begin juli, en een paar verdwaalde in october (Emmet, 1983a).

phenology Larvae observed in Britain in June and early-July, with a few strays in October (Emmet, 1983a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Vrijwel heel Europa, uitgezonderd het Balkan-Schiereiland en de Middellandse Zee-eilanden (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Almost all Europe, except the Balkan Peninsula and the Mediterranean Islands (Fauna Europaea, 2009).

larve Bleek geelgroen, de kop donker; de larve ligt op zijn buik in de mijn. Zie Gustafsson & van Nieukerken (1990a) voor een gedetailleerde beschrijving.

larva Pale yellowish green, head dark; the larva lies venter-downwards in the mine. See Gustafsson & van Nieukerken (1990a) for a detailed description.

synoniemen Nepticula lapponica; Stigmella vossensis (Grønlien, 1927).

synonyms Nepticula lapponica; N. lusatica Schütze, 1904; Stigmella vossensis (Grønlien, 1927).

literatuur

references

Ahr (1966a), Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1935a, 1964a), J Černý (2001a), Csóka (2003a), Diškus & Stonis (2012a), Emmet (1971a, 1983a), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), Grønlien (1927a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hering (1927b, 1930b, 1934b, 1957a), Huemer & Erlebach (2003a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1950c), Kozlov, van Nieukerken, Zverev & Zvereva (2013a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštůvka (2014a), Z & A Laštůvka (1997a), Maček (1999a), van Nieukerken (1986a, 2006a), van Nieukerken, A & Z Laštůvka (2004a, 2006a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2011a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Nowakowski (1954a), De Prins (1998a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Skala (1939a), Sønderup (1949a), Steuer (1995a), Szőcs (1977a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1970a).

13/01/2017