Stigmella nylandriella (Tengström, 1848)

Lepidoptera, Nepticulidae

Sorbus aucuparia, Duin en Kruidberg

Stigmella nylandriella mine

Sorbus aucuparia, Duin en Kruidberg

Sorbus aucuparia, Arnhem, Sonsbeek

Stigmella nylandriella mine

Sorbus aucuparia, Arnhem, Sonsbeek

mijn Ei op de bladonderzijde. Mijn een lange, geleidelijk breder wordende gang, die vaak voor een groot deel nauwkeurig langs de bladrand loopt. In het begin van de gang ligt de frass in een brede centrale lijn, maar spoedig komt het in boogjes te liggen; bij uitzondering komen echter mijnen voor waar de frass over de hele gang lineair blijft. Zulke mijnen zijn van die van St. magdalenae te onderscheiden doordat ze breder zijn, en niet zo tot een klein oppervlak beperkt.

mine Egg at the upperside of the leaf. The mine is a long, gradually widening corridor that often closely follows the leaf margin for a long distance. Frass at first in a broad central line, but soon it becomes coiled. Occasionally mines occur with linear frass throughout; such mines can be distinguished from those of St. magdalenae because they are broader and less confined the a small space.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monophagous

Sorbus aria, aucuparia, domestica.

fenologie Larven in juni-augustus, soms een kleine najaarsgeneratie in september-october (Johansson ea, 1990a).

phenology Larvae in June - August, sometimes a small autumn generation in September - October (Johansson ao, 1990a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Europa met uitzondering van het Iberisch en Balkan-schiereiland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe Europe with exception of the Iberian and Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2009).

synoniemen Nepticula nylandriella; Stigmella aucupariae (Frey, 1857). Tot ca 1980 werd de naam nylandriella gebruikt voor wat thans St. magdalenae heet, en werd de huidige nylandriella aangeduid als aucupariae.

synonyms Nepticula nylandriella; Stigmella aucupariae (Frey, 1857). Untill about 1980 the name nylandriella was in use for what now is called St. magdalenae, and the current nylandriella was addressed as aucupariae.

literatuur

references

Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1937a, 1964a), J Černý (2001a), Diškus & Stonis (2012a), Emmet (1971a, 1983), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1921b, 1957), Huber (1969a), Huemer (1985a, 1988a, 2012a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1950c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), A & Z Laštuvka (1997a), Maček (1999a), Michalska (1970a, 1976a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2011a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Nowakowski (1954a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), De Prins (1998a), De Prins & Steeman (2011a), Robbins (1991a), Schoorl, van Nieukerken & Wilkinson (1985a), Skala (1939a, 1951a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Steuer (1995a), Szőcs (1977a), Yefremova & Kravchenko (2015a), Zoerner (1969a, 1970a).

13/01/2017/p>