Stigmella pallidiciliella Klimesch, 1946

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ei op de bovenzijde van het blad, tegen de hoofdnerf. De larve maakt aanvankelijk een lange gang die langs de hoofdnerf loopt met een vaak onderbroken frasslijn die aan weeszijden een een heldere zone vrij laat. De gang verwijd zich tot een brede, ovale blaas die bij smalle bladeren een half blad kan beslaan. Zowel de gang als de latere blaas liggen in het sponsparenchym; de mijn is daardoor van boven nauwelijks zichtbaar.

mine Oviposition at the upperside, next to the midrib. The larva at first makes a long corridor along the midrib, with an often interrupted frass line that leaves a clear zone at either side. The mine develops into a broad elongate blotch that in narrow leaves may occupy half of the leaf. Both the corridor and the later blotch are in the sponge parenchyma; from above the mine is hardly discernable.

waardplanten: Salicaceae, nauw monofaag

hostplants: Salicaceae, narrowly monophagous

Salix purpurea.

fenologie Larven verzameld in november.

phenology Larvae were collected in November.

verspreiding binnen Europa Van Tsjechië en Slowakijë tot Noord-Italië (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Czechia and Slovakia to northern Italy (Fauna Europaea, 2009).

larve Licht barnsteenkleurig; kop bruin.

larva Light amber; head brown.

literatuur

references

Hering (1957a), Klimesch (1946b, 1950c), A & Z Laštuvka (1997a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), Szőcs (1977a).

12/05/2012