Stigmella poterii (Stainton, 1857)

Lepidoptera, Nepticulidae

Potentilla sp.; coll. JC Koster

Stigmella poterii mine

Potentilla sp.; coll. JC Koster

mijn Ei meestal aan de bladbovenzijde, op een nerf. Dan volgt een kort gangmijntje, niet langer dan 3 cm. De eerste helft is nauw en volgt gewoonlijk een nerf. Het tweede deel is tamelijk sterk verwijd, gekronkeld, vormt vaak een secundaire blaas. Gewoonlijk slechts één mijn per blad. Mijnen zijn niet met zekerheid te onderscheiden van die van St. anomalella en St. centifoliella.

mine Egg generally at the upperside of the leaf, on a vein. The mine is a short corridor, no longer than 3 cm. Its first part is narrow and tends to follow a vein. The second part is rather tortuous and considerably widened, and often forms a secondary blotch. Generally only one mine in a leaf. Mines cannot reliably been distinguished from those of St. anomalella and St. centifoliella.

waardplanten: kruidachtige Rosaceae, oligophaag

hostplants: herbaceous Rosaceae, oligophagous

Argentina anserina; Potentilla erecta, recta, tabernaemontani; Comarum palustre; Rubus arcticus, chamaemorus, saxatilis; Sanguisorba minor, officinalis.

A & Z Laštuvka (1997a) noemen ook Filipendula ulmaria; dit dient nader bevestigd.

A & Z Laštuvka (1997a) also mention Filipendula ulmaria; this needs further confimation.

fenologie In centraal Europa twee generaties per jaar (Johansson ea, 1990a).

phenology In central Europe bivoltine (Johansson ao, 1990a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE not recorded (Fauna Europaea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia tot de Pyreneeën en Italië, en van Ierland tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia to the Pyrenees and Italy, and from Ireland to the Ukraine (Fauna Europaea, 2009).

larve Donkergeel; de larve heeft geen veld met stekeltjes achterop het pronotum, en op het mesosternum bevinden zich stekeltjes niet alleen op het pootrudiment, maar ook in twee veldjes schuin daarvoor. Zie Gustafsson & van Nieukerken (1990a) voor een beschrijving.

larva Dark yellow; the larva lacks a field of spinules at he rear of the pronotum, and on the mesosternum spinulation does not only occur on the rudiment of the foot, but also in two field obliquely in front. See Gustafsson & van Nieukerken (1990a) for a description.

synoniemen Nepticula poterii; N. comari Wocke, 1862; N. geminella Frey, 1870; N. tengstroemi Nolcken, 1871; N. occultella Heinemann, 1871; N. diffinis Wocke, 1874; N. serella Stainton, 1888; N. elisabethella Szöcs, 1957.

synonyms Nepticula poterii; N. comari Wocke, 1862; N. geminella Frey, 1870; N. tengstroemi Nolcken, 1871; N. occultella Heinemann, 1871; N. diffinis Wocke, 1874; N. serella Stainton, 1888; N. elisabethella Szöcs, 1957.

literatuur

references

Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1935a, 1964a),Diškus & Stonis (2012a), Gielis, Huisman, Kuchlein, van Nieukerken, van der Wolf & Wolschrijn (1985a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1921b, 1957a), Huber (1969a), Huemer (1986a, 1988a), Huisman ea (2004a), Johansson ao (1990a), Kasy (1865a, 1985a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuchlein ao (1988a), A & Z Laštuvka (1997a), Michalska (1970a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), Robbins (1991a), Skala (1939a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Steuer (1995a), Szőcs (1977a, 1981a), Vuorinen & Vikberg (2010a).

15/01/2017