Stigmella pyri (Glitz, 1865)

Lepidoptera, Nepticulidae

Pyrus communis, Berkel en Rodenrijs, Ackerdijkse Plassen

Stigmella pyri mine

Pyrus communis, Berkel en Rodenrijs, Ackerdijkse Plassen

mijn Ei aan boven- of onderzijde van het blad. Mijn een gang, meestal op klein oppervlak samengebald (soms secundaire blaasmijn). Vooral eerste helft van de gang vrij sterk gekronkeld. Frass zwart, in het eerste deel van de gang in een min of meer brede lijn, in het tweede deel in duidelijke boogjes.

mine Egg may be at either side of the leaf. Mine a corridor, usually compacted into a small area, sometimes forming a secondary blotch. Frass black, in the first section of the gallery in a more of less broad central line, clearly coiled in the last part.

waardplanten: Rosaceae, monofaag

hostplants: Rosaceae, monophagous

Pyrus betulifolia, communis.

fenologie Larven in juni-juli en begin september-midden october (Johansson ea, 1990a).

phenology Larvae in June - July and early-September - mid-October (Johansson ao, 1990a).

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Zweden tot de Pyreneeën, Italië en Bulgarijë, en van Engeland tot de Ukraïne (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Sweden to the Pyrenees, Italy, and Bulgaria, and from Britain to the Ukraine (Fauna Europaea, 2009).

larve De larve is blauwgroen met bleekbruine kop (Emmet, 1983a; Schoorl ea, 1985a; Gustafsson & van Nieukerken, 1990a).

larva Bluish green, head light brown (Emmet, 1983a; Schoorl ao, 1985a; Gustafsson & van Nieukerken, 1990a).

synoniemen Nepticula pyri.

synonyms Nepticula pyri.

opmerkingen Soms in zulke dichtheden dat schade optreedt, vooral bij leibomen tegen een zuidmuur (van Frankenhuyzen & Freriks, 1972b).

notes Sometimes in such densities that damage occurs, especially in espaliers along a south-facing wall (van Frankenhuyzen & Freriks, 1972b).

literatuur

references

Anisimovas, Diškus & Stonis (2006a), Beiger (1979a), Bengtsson (2008a), Borkowski (1969a), Buhr (1935b, 1964a), Buszko & Baraniak (1989a), J Černý (2001a), Diškus & Stonis (2012a), Drăghia (1968a, 1970a, 1972a), Emmet (1983a), van Frankenhuyzen & Freriks (1972b), van Frankenhuyzen & Houtman (1972a), van Frankenhuyzen Houtman & Kabos (1982a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Haase (1942a), Hartig (1939a), Hering (1957a), Huber (1969a), Huemer (1988a), Johansson ao (1990a), Klimesch (1936a), Klimesch & Skala (1936c), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), ME & MA Kurz (2007a), Kvičala (1938a), A & Z Laštuvka (1997a), Maček (1999a), Michna (1975a), van Nieukerken (1986a, 2006a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2006a), Nowakowski (1954a), Popescu-Gorj & Drăghia (1968a), De Prins (1998a), De Prins & Steeman (2011a, 2013a), Robbins (1991a), Schoorl ao (1985a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Skala (1939a, 1941a, 1951a), Sønderup (1949a), Starý (1930a), Steuer (1995a), Szőcs (1977a, 1981a), Zoerner (1969a).

08/04/2017