Stigmella zelleriella (Snellen, 1875)

Lepidoptera, Nepticulidae

Salix repens, Meijendel (herbariummateriaal)

Stigmella zelleriella mine

Salix repens, Meijendel (herbarium material)

mijn Ei onveranderlijk aan de bladonderzijde. De mijn bestaat uit een gang, vaak langs de bladrand, die zich tenslotte vrij sterk verbreed tot een blaas. De gang is breed met zwarte frass gevuld. Verlaten mijnen worden zwart.

mine Egg invariably at the leaf underside. From there runs a short gallery, often partly following the leaf margin, almost stuffed with frass. The corridor widens into a blotch that may occupy half a leaf; the frass here is dispersed. Pupation exprernal. Vacated mines turn black.

waardplanten: Salicaceae, nauw monofaag

hostplants: Salicaceae, narrowly monophagous

Salix, lapponum, repens & subsp. rosmarinifolia.

Vann Nieukerken ea (2004) vermoeden dat de soort in Zuid-Rusland leeft op Salix triandra.

Van Nieukerken ao (2004) suppose that the species in South-Russia lives on Salix triandra.

fenologie Larven omtreeks eerste helft juli en eerste helft october.

phenology Larvae in about the first half of July and the first half of October.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2009).

NE waargrenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2009).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2009).

LUX not recorded (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Van Fennoscandia en Noord-Rusland tot de Alpen, en van Ierland tot Centraal Rusland (Fauna Europaea, 2009).

distribution within Europe From Fennoscandia and North-Russia to the Alps, and from Ireland to Central Russia (Fauna Europaea, 2009).

larve Geel.

larva Yellow.

synoniemen Nepticula zelleriella; Stigmella repentiella (Wolff, 1955); Stigmella lappovimella Svensson (1976).

De synonymie van lappovimella wordt door Bruun & Itämies (1997a) weersproken, maar gehandhaafd door van Nieukerken (in Fauna Europaea, 2010) en van Nieukerken ea (2012a).

synonyms Nepticula zelleriella; Stigmella repentiella (Wolff, 1955); Stigmella lappovimella Svensson (1976).

The synonymy of lappovimella is rejected by Bruun & Itämies (1997a), but maintained by van Nieukerken (in Fauna Europaea, 2010) and van Nieukerken ao (2012a).

opmerkingen De najaarsmijnen kunnen worden verward met de mijnen van Rhampus pulicarius. Het gemakkelijkste verschil is het totaal andere uiterlijk van de larve, die nooit uit de mijn ontbreekt.

De mijn is lastig te onderscheiden van die van St. zelleriella, die in termen van waardplant en verspreiding gedeeltelijk met benanderella overlapt. Mijnen met het ei aan de bladbovenzijde zijn met zekerheid benanderella.

notes The autumn mines can be confused with those of Rhampus pulicarius. The easiest difference ias the totally different aspect of the larvae, that never missing from the mine.

The mine often cannot be distinguished from the one of St. zelleriella. The two species partly overlap, both in hostplants and in distribution. Mines with the egg at the upper surface belong with certainty to benanderella.

literatuur

references

Bengtsson (2008a), Bruun & Itämies (1997a), Buszko (1987a), Diškus & Stonis (2012a), Gielis, Huisman, Kuchlein, van Nieukerken, van der Wolf & Wolschrijn (1985a), Gustafsson (1985a), Gustafsson & van Nieukerken (1990a), Hering (1957a), Johansson ao (1990a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Kuchlein ao (1988a), Laštuvka & Laštuvka (1997a), Navickaitė, Diškus & Stonis (2011a), van Nieukerken (1983a, 1986a), van Nieukerken, Mutanen & Doorenweerd (2012a), van Nieukerken, Zolotuhin & Mistchenko (2004a), Schütze (1931a), Skala (1939a), Sønderup (1949a), Svensson (1976a), Szőcs (1977a), Yefremova & Kravchenko (2015a).

15/02/2017