Trifurcula bupleurella (Chrétien, 1907)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Bovenzijdige, wittige gang, aanvankelijk smal maar snel breder wordend. Frass in een draaddunne, zwarte centrale lijn. Soms is de mijn sterk gekronkeld en tot een klein oppervlak beperkt, maar ook komen lange mijnen voor die een nerf volgen.

mine Upper-surface, whitish corridor, narrow at first, but considerably widening later. Frass in a thread thin black central line. Some mines are contorted and confined to a limited space, other follow a vein and are quite long.

waardplanten: Apiaceae, monofaag

hostplants: Apiaceae, monophagous

Bupleurum fruticosum, rigidum.

verspreiding binnen Europa Zuid-Frankrijk, Iberia.

distribution within Europe Southern France, Iberia.

synoniemen Nepticula, Stigmella, bupleurella.

synonyms Nepticula, Stigmella, bupleurella.

opmerkingen De mijnen bij Bupleurum rigidum wijken ietwat af, doordat de gang ingeklemd blijft tussen twee lengte-nerven. Van Nieukerken ea (2004a, 2006a) sluiten niet uit dat op B. fruticosum en rigidum twee aparte soorten leven.

notes The mines on Bupleurum rigidum appear somewhat different, because the corridor is confined to the space between two longitudinal veins. Van Nieukerken ao (2004a, 2006a) do not exclude the possibility that B. fruticosum and rigidum harbour two different species.

literatuur

references

Chrétien (1926a), Hering (1936b, 1957a), A & Z Laštuvka (1997a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a, 2006a), Skala (1939a).

modif. 12.xii.2009