Trifurcula sanctibenedicti (Klimesch, 1979)

Lepidoptera, Nepticulidae

mijn Ovipositie onder- of bovenzijdig. Mijn een 30-40 mm lange gangmijn die meestal in of nabij de bladtop begint en in twee lussen langs de parallele bladnervatuur loopt. De mijn is bovenzijdig en wittig, en doet daardoor denken aan een vliegenmijn. Frass in een fijne, donkerbruine tot zwarte, vaak onderbroken centrale lijn die ca 1/3 van de gangbreedte inneemt (in oude mijnen is de frass verkleurd naar lichtbruin). Verpopping buiten de mijn, boogsnede in de bovenepidermis.

mine Oviposition on upper or lower side. Mine a corridor of 30-40 mm, mostly starting in or near the tip of the leaf and winding in two loops along the parallel leaf veins. The mine is upper-surface and whitish, resembling a Diptera mine. Frass in a narrow, dark brown or black, often interrupted, central line, occupying c. 1/3 of the width of the corridor (in old mines the frass has turned light brown). Pupation external, exit slit in upper epidermis.

waardplanten: Apiaceae, nauw monofaag

hostplants: Apiaceae, narrowly monophagous

Bupleurum fruticescens.

fenologie Larven verzameld in september, waarschijnlijk is er maar één generatie.

phenology Larvae collected in September, probably the species has but one generation.

verspreiding binnen Europa Spanje.

distribution within Europe Spain.

larve Barnsteengeel, kop lichtbruin.

larva Amber yellow, head light brown.

literatuur

references

Klimesch (1979b), A & Z Laštůvka (2011a, 2014a), van Nieukerken (1986a), van Nieukerken, A & Z Laštuvka (2004a).

24/08/2014