Vulcaniella grabowiella (Staudinger, 1859)

Lepidoptera, Cosmopterigide

mijn Vlekmijn, zonder frass. De larve leeft buiten op de plant in zak van spinsel, dicht bekleed met frasskorrels. De zak doet denken aan die van een Coleophora, maar is minder regelmatig van vorm. Ook worden wel bladeren bijeengesponnen.

mine Fleck mine, without frass. The larva lives free on the plant in a case of silk, densely covered with frass grains. The case reminds of a Coleophora, but is less regularly constructed. Also leaves may be spun together.

waardplanten: Lamiaceae, oligofaag

hostplants: Lamiaceae, oligophagous

Lavandula stoechas; Thymus algeriensis, numidicus, vulgaris.

fenologie Larven in maart-juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in March - June (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Mediterraan, van het Iberisch Schiereiland tot Klein-Azië (Koster & Sinev, 2003a).

distribution within Europe Mediterranean, from the Iberian Peninsula to Asia Minor (Koster & Sinev, 2003a).

synoniemen Stagmatophora grabowiella.

synonyms Stagmatophora grabowiella.

literatuur

references

Chrétien (1926a), Hering (1957a), Koster & Sinev (2003a), Szőcs (1977a).

16/08/2010