Vulcaniella rosmarinella (Walsingham, 1891)

Lepidoptera, Cosmopterigide

mijn Bovenzijdige opgeblazen blaas, van binnen bekleed met spinsel. De larve verhuist een paar maal naar een nieuw blad, dat hij van de onderzijde uit penetreert. Uit deze opening puilt de frass die uit de mijn wordt verwijderd. Verpopping in de mijn.

mine Upper-surface inflated blotch, its inner wall lined with silk. The larva moves a few times to a new leaf, that is penetrated from below. Out of the opening protrudes the frass that is ejected from the mine. Pupation within the mine.

waardplanten: Lamiaceae, monofaag

hostplants: Lamiaceae, monophagous

Rosmarinus officinalis.

fenologie Larven in mei-juni (Hering, 1957a).

phenology Larvae in May - June (Hering, 1957a).

BENELUX

Niet bekend uit de Benelux-landen (Fauna Europaea, 2009).

BENELUX

Not known from the Benelux countries (Fauna Europaea, 2009).

verspreiding binnen Europa Rondom de Middellandse Zee, oostwaarts tot Kreta (Koster & Sinev, 2003a; Fauna Europaea, 2009a).

distribution within Europe Around the Mediterranean, as far east as Crete (Koster & Sinev, 2003a; Fauna Europaea, 2009a).

synoniemen Stagmatophora rosmarinella.

synonyms Stagmatophora rosmarinella.

literatuur

references

Chr├ętien (1926a), Hering (1932e, 1936b, 1957a), Koster & Sinev (2003a), Riedl (1988a), Utech (1962a).

15/04/2012