Yponomeuta evonymella (Linnaeus, 1758)

Lepidoptera, Yponomeutidae

Prunus padus; © Petr Kapitola, State Phytosanitary Administration, Czechia, Bugwood.com

Yponomeuta evonymella larva

Prunus padus; © Petr Kapitola, State Phytosanitary Administration, Czechia, Bugwood.com

mijn Larven zouden volgens Robbins (1991a) in het voorjaar, na de overwintering, kleine voldiepe blaasmijntjes maken, die soms samenvloeien. Agassiz (1996a) schrijft echter dat de jonge larven dan een een scheut boren die daardoor verslapt, en Hering (1957a) noemt de soort niet eens. De oudere larven leven in grote groepen in de bekende omvangrijke spinsels.

mine According to Robbins (1991a) the young larvae, after their hibernation, make small full depth blotch mines, that sometimes coalesce. However, Agassiz (1996a) writes that the young larva mines in a shoot, causing it to droop, and Hering (1957a) does not even mention the species. The older larvae live in extensive groups in the well known large webs.

waardplanten: Rosaceae, nauw monofaag

hostplants: Rosaceae, narrowly monophagous

Prunus padus.

Ook wel vermeld van Prunus cerasus en domestica, en zelfs van Sorbus aucuparia; of dit normale waardplanten zijn valt te betwijfelen.

Also reported from Prunus cerasus and domestica, and even from Sorbus aucuparia; if these are normal hostplants is doubtful.

fenologie Larven van het late najaar tot juni.

phenology Larvae from late autumn till June.

BENELUX

BE waargenomen (Phegea, 2010).

NE waargenomen (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX waargenomen (Fauna Europaea, 2010).

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

verspreiding binnen Europa Waarschijnlijk heel Europa, met mogelijke uitzondering van delen van het Balkan-Schiereiland (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe Probably all Europe, with possible exception of parts of the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2010).

larve Lichaam groenig, later bruingroen, met op elk segment een tweetal grote zwarte, subdorsale vlekken. Kop, prothoracale en anale plaat zijn zwart.

larva Body greenish, later brownish green, with on each segment a pair of large, black subdorsal spots. Head, prothoracic and anal plates black.

pop Zie Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a).

pupa See Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

references

Abras, Fassotte, Chandelier & Cavelier (2008a), Agassiz (1996a), Baldizzone (2004a), Bengtsson & Johansson (2011a), Huemer (2012a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Patočka (1997a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins (1998a), Robbins (1991a)

17/11/2014