Aulagromyza lucens (de Meijere, 1924)

op Galium

mijn

De mijn begint in een blad, dat later verwelkt (hiernaar zoeken om deze mijn te vinden!). Vervolgens gaat de larve verder in een een stengelschorsmijn.

waardplanten

Galium aparine, mollugo.

fenologie

Larven in juni-juli (Hering, 1957a).

BENELUX

BE niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a, 1939a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2007).

verspreiding binnen Europa

Van Finland tot Frankrijk, en van Engeland tot de Baltische Staten en Duitsland (Fauna Europaea, 2007).

larve

De larve wordt beschreven door de Meijere (1941a); achterspiraculum met ca. 20 papillen, geplaatst in een hoefijzervorm.

synoniemen

Paraphytomyza, Phytagromyza lucens.

literatuur

Beuk (2002a), Černý (2011a), Deeming (1999a), de Meijere (1924a, 1939a), Pakalniskis (1990a, 1993a, 1998a), Papp & Černý (2016a), Spencer (1976a), von Tschirnhaus (1999a).

29/03/2017

mod 9.viii.2017