Phytomyza plantaginis Robineau-Desvoidy, 1851

Phytomyza plantaginis: mine on Plantago lanceolata

Plantago lanceolata, België, prov. Oost-Vlaanderen, Oudenaarde, bos t’Ename © Carina Van Steenwinkel

hytomyza plantaginis: frass pattern

de gangen zijn in verhouding heel smal, en de frass-korrels klein en zeer wijd gespatiëerd.

Phytomyza plantaginis puparium in the mine

puparium, zoals het zich voordoet in doorzicht

Phytomyza plantaginis puparium in the mine

puparium, onderzijdig

Phytomyza plantaginis: mihe on Plantago major

Plantago major, Harderwijk

mijn

Zeer smalle gangmijn, onderzijdig of bovenzijdig, vaak ook afwisselend. Frass in relatief kleine, zeer sterk geïsoleerde korrels. De gang is meestal zo smal dat de frasskorrels op één rij lijken te liggen. Verpopping in de mijn, soms in de bladsteel. De voorspiracula van het puparium zijn zwart en steken door de epidermis heen naar buiten.

waardplanten

Plantaginaceae, monofaag

Plantago lanceolata, major, maritima, media.

De vermelding van P. maritima is op basis van Bland (1994b).

fenologie

Larven van mei tot october.

BENELUX

BE waargenomen (Scheirs e.a., 1994a).

NE waargenomen (de Meijere, 1924a).

LUX niet waargenomen (Fauna Europaea, 2008).

verspreiding binnen Europa

Geheel Europa westelijk van de lijn Lapland-Bospsorus (Fauna Europaea, 2008).

larve

puparium

synoniemen

Phytomyza robinaldi Goureau, 1851, Ph. genualis Loew, 1869, Ph. nannodes Hendel, 1935, Ph biseriata Hering, 1936, Ph. plantaginicaulis Hering, 1944.

Hering’s (1957a) opvatting van Ph. plantaginis heeft deels betrekking op Ph. griffithsi.

opmerkingen

Van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a) noemen deze soort zeer algemeen in Nederland; ook Buhr (1932a) noemt de soort in Noord-Duitsland “overal talrijk”. Thans is de soort veel minder gewoon.

De door de epidermis heen prikkende voorspiracula van het puparium doen denken aan Chromatomyia waar dit regel is; toch hoort de soort op grond van de kenmerken van het imago in het genus Phytomyza.

literatuur

Beiger (1970a, 1979a), Beuk (2002a), Bland (1994b), Buhr (1932a, 1941b, 1964a), Černý (2001a, 2007a, 2011a), Černý & Merz (2005a, 2006a, 2007a), Černý & Vála (1999a), Černý, Vála & Barták (2001a), Ci̇velek, Çikman & Dursun (2008a), Civelek, Deeming & Önder (2000a), Drăghia (1972a), Dreger & Myssura (2005a), van Frankenhuyzen, Houtman & Kabos (1982a), Gil Ortiz (2009a), Hering (1924a, 1927a, 1936c, 1944c, 1955b, 1957a), Huber (1969a), Kabos (1971a), Kvičala (1938a), Maček (1999a), Masetti, Lanzoni, Burgio & Süss (2004a), de Meijere (1924a, 1926a, 1939a, 1946a, 1950a), Michalska (1970a), Nowakowski (1954a), Ostrauskas, Pakalniškis & Taluntyte (2003a), Pakalniškis (1982b, 1998a), Pârvu (2005a), Popescu-Gorj & Drăghia (1966a), Robbins (1991), Rydén (1926a), Sasakawa (1961a), Scheirs ao (1994a), Skala & Zavřel (1945a), Sønderup (1949a), Spencer (1957g, 1963a, 1965a, 1972a,b, 1974a, 1976a), Starke (1942a), von Tschirnhaus (1999a), Ureche (2010a), Zoerner (1969a).

28/04/2017

mod 27.vii.2017