Caloptilia stigmatella (Fabricius, 1781)

Caloptilia stigmatella mine

Salix fragilis, Nieuwendam

Caloptilia stigmatella mines

Salix viminalis, Brummen: leaf rolls

mijn

De mijn begint met een ongewoon lange epidermale onderzijdige gang, die vaak een eindweegs langs de hoofdnerf loopt maar uiteindelijk naar de bladrand afbuigt, waar een klein blaasje wordt gemaakt van max. 1 cm diameter. Het blaasje is aanvankelijk nog geheel epidermaal, maar later gaat de larve ook parenchym eten, er wordt spinsel afgezet, en de mijn begint zich tot een vouwmijn samen te trekken. Uiteindelijk verlaat de larve de mijn en gaat vrij leven onder een omgeslagen, en met spinsel vastgezette, bladrand (bij populier) of tot een kokertje gevouwen bladspits (bij wilg). Verpopping in een glanzende cocon aan de bladonderzijde.

mine

The mine begins with an unusually long lower-surface epidermal corridor that often follows the midrib for some distance, but finally turns towards the leaf margin, where a small blotch is made of up to 1 cm in diameter. The blotch initially is fully epidermal, but later the larva starts consuming parenchyma, silk is deposited, and the blotch begins to develop into a somewhat contracted tentiform mine. In the end the mine is vacated and the larve continues living freely under a leaf fold that has been fixed with silk (in poplar), or in a leaf tip that has been turned into a cone (in Salix). Pupation in a shiny cocoon at the underside of the leaf.

hostplants

(Betulaceae, Myricaceae), Salicaceae; almost oligophagous

Myrica gale; Populus alba, balsamifera, canescens, nigra, tremula; Salix alba, aurita, babylonica, cinerea, elaeagnos, euxinia, glaucosericea, gmelinii, lanata, magnifica, myrsinifolia, pentandra, purpurea, repens, sitchensis, spadicea, triandra, udensis, viminalis.

In Britain rarely also on Betula (Emmet ao, 1985a).

phenology

Larvae from June till September.

BENELUX

BE recorded (Phegea, 2010).

NE recorded (Kuchlein & de Vos, 1999a; Microlepidoptera.nl, 2010).

LUX recorded (Fauna Europaea, 2010).

distribution within Europe

All Europe, except the Balkan Peninsula (Fauna Europaea, 2010).

larva

ppupap

references

Bengtsson & Johansson (2011a), Biesenbaum (2010a), SCS Brown (1947a), Buhr (1935b, 1936a, 1937a, 1964a), Buszko (1992b), Buszko & Beshkov (2004a), Delplanque (1998a), Deschka & Wimmer (2000a), Deutschmann (2008a), Emmet, Watkinson & Wilson (1985a), Grandi (1931a, 1933a), Hering (1923a, 1925b, 1930b, 1957a), Huber (1969a), Huemer & Erlebach (2003a), Jaworski (2009a), Klimesch (1950c), Kozlov & Kullberg (2010a), Kuchlein & Donner (1993a), Kuchlein & de Vos (1999a), Leutsch (2011a), Maček (1999a), Nowakowski (1954a), Opheim (1977a), Patočka & Turčáni (2005a), Patočka & Zach (1995a), Pinzari, Pinzari & Zilli (2013a), De Prins (1998a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Sefrová (2005a), Shin, Lee & Byun (2015a), Sønderup (1949a), Szőcs (1977a, 1978a, 1981a), Zoerner (1970a).

08/02/2017

pub 8.ii.2017 · mod 8.viii.2017