Ascomycota

De hyphen (“zwamdraden”) van Ascomycota zijn door septen gecompartimenteerd. Bovendien kunnen de hyphen een dicht drie-dimensionaal vlechtwerk vormen dat in functie en structuur overeenkomt met het parenchym van planten. Hierdoor kunnen deze schimmels drie-dimensionale structuren vormen, bijvoorbeeld in verband met de voortplanting.

Zowel geslachtelijke als als ongeslachtelijke vermenigvuldiging komt voor, en bij de meeste soorten treedt zowel het een als het ander op. De meest voorkomende vorm van ongeslachtelijke vermenigvuldiging is middels conidia: door afsnoering ontstane sporen. Ze worden afgesnoerd van gespecialiseerde hyphen: conidoforen. Conidia kunnen één- of meercellig zijn en allerlei vormen aannemen.

Hyphen zijn in principe haploid. Door verschillende vormen van sexualiteit kan een diploid stukje hyphen ontstaan, dat vervolgens uitgroeit tot een zakje, dat ascus genoemd wordt. In de ascus treedt reductiedeling van de kern op, gevolgd door een gewone deling, zodat acht haploide kernen worden gevormd, waaromheen zich dan acht ascosporen differentiëren. De vorming van asci gebeurt gewoonlijk is speciale vruchtlichamen, die schotelvormig of hol kunnen zijn, en dan min of meer diep ingebed liggen in het substraat. De details van de asci en de vruchtlichamen daaromheen zijn de belangrijkste taxonomische kenmerken.

Van veel soorten is wel het asexuele stadium bekend (de anamorf), maar niet het sexuele (de telomorf – die misschien niet eens bestaat), waardoor het niet goed mogelijk is ze systematisch te plaatsen. Ze worden als “Deuteromycota” of “Fungi Imperfecti” aangeduid. Door moleculaire technieken is de plaatsing van de meeste deuteromyceten thans wel opgehelderd. De allermeeste ervan zijn gebleken te behoren tot de Ascomycota, slechts een minderheid bleek Basidiomycota te zijn.

literatuur

Alexopoulos, Mims & Blackwell (1996a).

10/12/2014

pub 10.xii.2014 · mod 23.vii.2017