Cornus, kornoelje

fam. Cornaceae

1a gangmijn: Phytomyza agromyzina

1b blaasmijn, waarin uiteindelijk een uitsnede wordt gemaakt => 2

1c vlekmijn => 5

1d gallen etc => 100

2a uitsnede bijna zo groot de blaas zelf, rond; het ovipositielitteken op enkele mm van de bladrand => 3

2b uitsnede veel kleiner dan de blaas, ovaal; ovipositie óp de bladrand => 4

3a minerende larve in mei-juni: Incurvaria pectinea

3b minerende larve in juli-augustus: Incurvaria oehlmanniella

4a lengte van de uitsnede 4-5.5 mm; larve: abdomen dorsaal wit met een rij zwarte vlekjes: Antispila treitschkiella

4b lengte van de uitsnede 5.5-7 mm: larve: abdomen dorsaal geheel wit, op de anale plaat na: Antispila metallella

5a pistoolzak: Coleophora anatipenella

5b lapjeszak => 6

6a de epidermis-lapjes waarmee de zak wordt vergroot, worden gesneden uit de bovenepidermis: Coleophora violacea

6b ... uit de onderepidemis: Coleophora ahenella

100a Nematoda => 101

100b Acari => 102

100c Coleoptera => 103

100e Diptera => 104

100f Hemiptera => 105

100d Hymenoptera => 106

100g roesten => 107

100h brandschimmels => 108

100i echte en valse meeldauwen => 109

100j andere veroorzakers => 110

104 - Diptera

104a Cecidomyiidae: Craneiobia corni

105 - Hemiptera

105a Aphididae: Anoecia corni, vagans; Aphis salicariae

105a Diaspididae: Chionaspis salicis

109 - echte en valse meeldauwen

109a Erysiphaceae: Erysiphe pulchra, tortilis; Phyllactinia corni

110 - andere veroorzakers

110a Bacteria, Rhizobiaceae: Agrobacterium tumefaciens

110b Fungi, Mycosphaerellaceae: Sphaerulina cornicola

110c Fungi, Sclerotiniaceae: Cristulariella depraedans

110d Fungi, Synchytriaceae: Synchytrium aureum

110e Plantae, Santalaceae: Viscum album

Opmerkelijk is dat van de mineerders op kornoelje niet minder dan vier soorten behoren tot twee nauwverwante families, die gekenmerkt zijn door het maken van een blaasmijn, die eindigt in een uitsnede. Een uitvoerige bespreking van dit verschijnsel wordt gegeven door Dziurzynski (1958a).

Steven IJland vond in 2009 drie onderzijdige vouwmijnen op één blad van C. sanguinea, een met duidelijke plooien. De soort kon niet worden vastgesteld.

Cornus, dogwood

fam. Cornaceae

1a corridor mine: Phytomyza agromyzina

1b blotch mine, from which in the end an excision is made => 2

1c fleck mine => 5

1d galls, etc => 100

2a excision almost as large as the blotch itself, round; oviposition scar at some mm from the leaf margin => 3

2b excision much smaller than the blotch, oval; oviposition on the leaf margin => 4

3a mining larva in May-June: Incurvaria pectinea

3b mining larva in July-August: Incurvaria oehlmanniella

4a length of the excision 4-5.5 mm; larva: abdomen dorsally white with a row of black dots: Antispila treitschkiella

4b length of the excision 5.5-7 mm; abdomen dorsally entirely white, except for the anal plate: Antispila metallella

5a pistol case: Coleophora anatipenella

5b lobe case =>

6a the pieces of epidermis, that are used to enlarge the case, are cut out of the upper epidermis: Coleophora violacea

6b ... out of the lower epidermis: Coleophora ahenella

100a Nematoda => 101

100b Acari => 102

100c Coleoptera => 103

100e Diptera => 104

100f Hemiptera => 105

100d Hymenoptera => 106

100g rust fungi => 107

100h smut fungi => 108

100i powdery and downy mildews => 109

100j other causers => 110

104 - Diptera

104a Cecidomyiidae: Craneiobia corni

105 - Hemiptera

105a Aphididae: Anoecia corni, vagans; Aphis salicariae

105a Diaspididae: Chionaspis salicis

109 - powdery and downy mildews

109a Erysiphaceae: Erysiphe pulchra, tortilis; Phyllactinia corni

110 - other causers

110a Bacteria, Rhizobiaceae: Agrobacterium tumefaciens

110b Fungi, Mycosphaerellaceae: Sphaerulina cornicola

110c Fungi, Sclerotiniaceae: Cristulariella depraedans

110d Fungi, Synchytriaceae: Synchytrium aureum

110e Plantae, Santalaceae: Viscum album

It is surprising that among the miners of dogwood four species belong to two, closely related families characterised by making a blotch, ending with an excision. This is discussed in detail by Dziurzynski (1958a).

Steven IJland found in 2009 three lower-surface tentiform mines on one leaf of C. sanguinea, one with well-developed folds. The species could not be established.

25/08/2016