Quercus, eik

fam. Fagaceae

1a mijn eindigt met een uitsnede => 2

1b blaasmijn, eventueel met korte, snel breder wordende begingang => 7

1c blaasmijn, voorafgegaan door een slanke en lange begingang => 15

1d gangmijn van begin tot eind => 19

1e vouwmijn => 29

1f vlekmijn => 51

1g gallen etc. => 100

2a uitsnede alleen uit bovenepidermis, rond: Tischeria decidua

2b uitsnede is een ponsje uit het hele blad, rond of ovaal => 3

3a uitsnede elliptisch, voorafgegaan door korte gang die ontspringt op bladbasis of hoofdnerf: Heliozela sericiella

3b uitsnede rond => 4

4a uitsnede voorafgegaan door een lange gang langs de bladrand => 5

4b geen voorafgaande gang => 6

5a uitsnede pal tegen de bladrand: Orchestes erythropus

5b uitsnede een eindweegs dieper in het blad: Orchestes avellanae

6a larve: pronotum bruin, meso- en metanotum licht met twee kleine zwarte vlekjes: Incurvaria masculella

6b pro-, meso- en metanotum dorsaal met een grote donkere dwarsvlek: Incurvaria koerneriella

7a frass in draadjes of draadstukjes; mijnen in het jonge blad, april-mei => 8

7b frass in losse korrels; mijnen in de zomer => 9

8a frass ten dele in lange draden, los in de mijn; larve wit: Dyseriocrania subpurpurella

8b frass in korte draadstukjes, geplakt tegen de bovenepidermis; larve grijs: Orchestes pilosus

9a mijn voldiep en doorzichtig, < 3 mm => 10

9b mijn bovenzijdig, ondoorzichtig, groter => 12

10a mijn in nerfoksel, driehoekig => 11

10b mijn vrij in het blad, rond of ovaal (jonge mijnen van Incurvaria) => 6

11a bladverliezende eiken; larven in juli-augustus: Caloptilia alchimiella

11b bladverliezende eiken; larven in mei en dan weer augustus: Caloptilia robustella

11b altijdgroene eiken: Povolnya leucapennella

12a mijn met schijfvormige cocon die al vroeg wordt aangelegd, waarin de larve vaak gekromd ligt te rusten; bovenepidermis tamelijk ondoorzichtig => 13

12b mijn grijsgoen of groenig, zonder cocon, larve nooit gekromd; bovenepidermis doorzichtig: Profenusa pygmaea

13a mijn met concentrische donkerder gekleurde booglijntjes, rondom een punt aan de zijkant van de mijn; mijn niet melkwit => 14

13b mijn zonder booglijntjes, melkwit, soms ten dele oranje overlopen: Tischeria ekebladella

14a mijn steenrood met donkerbruine booglijnen: Tischeria dodonaea

14b mijn geelbruin met grijsgroene booglijntjes: Tischeria decidua (jonge mijn)

15a mijn begint bij een ovipositielitteken op een nerfonderzijde: Orchestes quercus

15b mijn begint niet bij een ovipositielitteken => 16

16a gang en blaas grotendeels epidermaal, zilverig; meestal een aantal samengevloeide mijnen op een blad; geen eischaaltje aan gangbegin: Acrocercops brongniardella

16b mijn niet epidermaal, zelden of nooit samenvloeiend; gang begint bij een glimmend eischaaltje => 17

17a in de blaas bevindt zich een snede, waardoor een deel van de frass naar buiten wordt gewerkt: Ectoedemia subbimaculella

17b geen snede in de blaas => 18

18a ganggedeelte loopt in de richting van, de hoofdnerf; larve met bruinzwarte kop; meestal in vergeelde, of al gevallen bladeren, in groen eiland: Ectoedemia heringi

18b ganggedeelte loopt langs de hoofdnerf, of van de hoofdnerf weg; larve met lichtbruine kop; meestal in groene bladeren: Ectoedemia albifasciella

19a mijn < 1 cm, haakvormig, in nerfoksel => 20

19b mijn langer, niet in nerfoksel => 22

20a op Quercus robur: Bucculatrix ulmella

20b op Quercus rubra => 21

21a vrijlevende larve grijs, wit gevlekt; cocoon crême of gelig: Bucculatrix ulmella

21b vrijlevende larve wit; cocon hagelwit: Bucculatrix ainsliella

22a gang begint niet bij een zichtbaar eischaaltje, loopt langs de bladrand: Orchestes avellanae (jonge mijn)

22b gang begint bij een glimmend eischaaltje, loopt soms langs de bladrand => 23

23a gang zeer sterk gekronkeld, zelden secundaire blaas: Ectoedemia quinquella

23b gang minder sterk gekronkeld => 24

24a gang over hele breedte gevuld met (in verse toestand groene, later bruine) frass in boogjes; larve groen: Stigmella basiguttella

24b frass bruin of zwart, in brede of smalle band, altijd een heldere zoom vrij latend (de volgende soorten kunnen niet met zekerheid worden gedetermineerd aan de hand van de mijnen) => 25

25a frass in smalle middenlijn, nooit breder dan een derde van de gang => 26

25b frass in boogjes of verspreid, frasslijn breder dan de halve gang => 27

26a gang uitgesproken lang en slank: Stigmella roborella

26b gang breder en korter: Stigmella atricapitella

27a mijn zeer lang; ei aan bladonderzijde: Stigmella svenssoni

27b mijn niet opvallend lang; ei aan onder- of bovenzijde => 28

28a ei meestal aan bladonderzijde, meestal vlakbij een dikke nerf: Stigmella samiatella

28b ei aan bladboven- of onderzijde, meestal vrij op het blad: Stigmella ruficapitella

29a op wintergroene eiken => 30

29b op bladverliezende eiken => 38

30a mijn bovenzijdig: Phyllonorycter belotella

30b mijn onderzijdig = 31

31a op Quercus macrolepis: Phyllonorycter graecus

31b op Quercus trojana: Phyllonorycter trojana

31c op Quercus faginea: Phyllonorycter barbarella

31d op Quercus coccifera => 32

31e op andere eiken (met name Quercus ilex en Q. suber) => 36

32a soorten uit het westelijke Middellandse Zee-gebied => 33

32b soorten uit het oostelijke Middellandse Zee-gebied => 35

33a mijn zeer groot; pop in een ijle cocon, frass in een klomp: Phyllonorycter endryella

33b mijn kleiner => 34

34a cocon met frass bedekt: Phyllonorycter rebimbasi

34b onbekend: Phyllonorycter cocciferella

35a soort van Kreta: Phyllonorycter gerfriedi

35b soort van het Griekse vasteland: Phyllonorycter olympica

36a mijn zeer groot; pop in een ijle cocon, frass in een klomp: Phyllonorycter endryella

36b mijn niet opvallend groot => 37

37a de meeste frass ligt aan weerszijden van de cocon: Phyllonorycter suberifoliella

37b de meeste frass ligt als een klomp in de mijn: Phyllonorycter messaniella

38a cremaster, van boven gezien, met twee doorns; abdomen segment 9 met lateraal aan weerszijden 2 korte doorns; pro- en mesonotum met aan de voorzijde lateraal een kort doorntje => 39

38b cremaster, van boven gezien met vier doorns; geen doorns op adb9 en pro- en mesonotum => 40

38c mijnen en poppen van Phyllonorycter amseli, Phyllonorycter barbarella, Phyllonorycter kusdasi en Phyllonorycter sublautella zijn niet of onvoldoende beschreven

39a binnenste paar doorns van het cremaster (alleen ventraal zichtbaar) ver uiteen; alleen op Quercus pubescens: Phyllonorycter delitella

39b binnenste paar doorns dicht bijeen: Phyllonorycter harrisella

40a abdomen 2-4 lateraal met een zware, naar buiten gekromde doorn => 41

40b abd2-4 zonder zo'n doorn => 44

41a abdomen 7 ventraal met een groep naar buiten wijzende stekeltjes => 42

41b abd7 zonder zo'n groep => 43

42a metanotum met aan de buiten-achterzijde een putje: Phyllonorycter muelleriella

42b metanotum aan de buiten-achterzijde zonder putje: Phyllonorycter messaniella

43a bestekeling van abdomen 9-10 dorsaal zeer grof: Phyllonorycter quercifoliella

43b bestekeling hier fijn: Phyllonorycter parisiella

44a binenste paar doorns van het cremaster aan hun basis zeer breed: Phyllonorycter ilicifoliella

44b basis van binnenste en buitenste paar niet sterk verschillend => 45

45a binnenste paar doorns zeer kort: Phyllonorycter scitulella

45b binnenste paar doorns niet zeer kort => 46

46a buitenste paar doorns slank, op een smalle basis => 47

46b buitenste paar doorns kort en plomp, op een brede basis => 49

47a binnenste en buitenste doorns even lang: Phyllonorycter abrasella

47b binnenste doorns half tot 3/4 de lengte van de buitenste => 48

48a metanotum aan de achterrand lateraal met een putje: Phyllonorycter roboris

48b metanotum zonder zo'n putje: Phyllonorycter distentella

49a cremaster van ventraal gezien even lang als breed; mijn zeer groot: Phyllonorycter lautella

49b cremaster korter dan breed => 50

50a uitsteeksel aan de voorbovenzijde van de pop dorsaal glad; mijn klein: Phyllonorycter heegeriella

50b uitsteeksel aan de voorbovenzijde van de pop dorsaal ruw: Phyllonorycter kuhlweiniella

51a buisvormige zijden zak => 52

51b pistoolzak => 53

52a larve: mesonotum met een paar rondachtige chitineplaatjes: Coleophora lutipennella

52b mesonotum met een paar wigvormige chitineplaatjes: Coleophora flavipennella

53a pistoolhandvat met oor-achtige aanhangsels: Coleophora currucipennella

53b pistoolhandvat met een korte of lange transparante afhangende mantel, maar zonder oren => 54

53c geen mantel, geen aanhangsels: Coleophora anatipenella

54a mantel de hele zak bedekkend, bijna tot de mondrand reikend: Coleophora kuehnella

54b mantel minder groot, tot ongeveer halverwege de mondrand: Coleophora ibipennella

100a Nematoda => 101

100b Acari => 102

100c Coleoptera => 103

100e Diptera => 104

100f Hemiptera => 105

100d Hymenoptera => 106

100g roesten => 107

100h brandschimmels => 108

100i echte en valse meeldauwen => 109

100j andere veroorzakers => 110

102 - Acari

102a Diptilomiopidae: Brevulacus reticulatus; Rhyncaphytoptus massalongoianus

10ba Eriophyidae: Acaricalus cristatus; Aceria cerrea, cerrigemmarum, ilicis, quercina, rudis, suberina, trichophila; Aculops coutierei; Cecidophyes sanctiregisladislai, tristernalis; Eriophyes carueli, licopolii

103 - Coleoptera

103a Buprestidae: Agrilus biguttatus

105 - Hemiptera

105a Aphididae: Lachnus longirostris, roboris; Thelaxes dryophila

105b Asterolecaniidae: Asterodiaspis minor, quercicola, variolosa

105c Diaspididae: Chionaspis salicis

105d Phylloxeridae: Acanthochermes quercus; Moritziella corticalis; Phylloxera coccinea foae, glabra, quercus

105a Triozidae: Trioza ilicina, remota, soniae/em>

106 - Hymenoptera

106a Cephidae: Janus femoratus

106b Cynipidae:

----- gallen van wortels of bast => 111

----- gallen van takken of twijgen => 112

----- gallen van knoppen => 113

----- gallen van bladeren of bladstelen => 114

----- gallen van de bloemknoppen of mannelijke katjes => 115

----- gallen van eikels of napjes => 116

106c Tenthredinidae: Periclista lineolata

107 - roesten

107a Cronartiaceae: Cronartium quercuum

109 - echte en valse meeldauwen

109a Erysiphaceae: Erysiphe alphitoides, hypophylla, pyrenaica, quercicola; Phyllactinia orbicularis, roboris

110 - andere veroorzakers

110a Fungi, Gnomoniaceae: Apiognomonia errabunda

110b Fungi, Hyphomycetes: Cladosporium taphrinae

110c Fungi, Microstromataceae: Microstroma album

110d Fungi, Mycosphaerellaceae: Sphaerulina quercicola

110e Fungi, Sclerotiniaceae: Cristulariella depraedans

110f Fungi, Taphrinaceae: Taphrina caerulescens, kruchii

110g Lepidoptera, Gelechiidae: Stenolechia gemmella

110h Lepidoptera, Gracillariidae: Spulerina simploniella

110i Lepidoptera, Tortricidae: Epinotia festivana

110j Plantae, Loranthaceae: Loranthus europaeus

110k Plantae, Santalaceae: Viscum album

111 - Cynipidae-gallen op wortels en bast

- Andricus gemmeus, quercuscorticis, quercusradicis, rhyzomae, sieboldi

- Biorhiza pallida

Quercus, oak

fam. Fagaceae

1a mine ending with an excision => 2

1b blotch, may have a short, quickly widening preceding corridor => 7

1c blotch, preceded by a long, slender initial corridor => 15

1d corridor from start to end => 19

1e tentiform mine => 29

1f fleck mine => 51

1g galls, etc. => 100

2a excision round, in the upper epidermis only: Tischeria decidua

2b excision round or oval, throughout the leaf => 3

3a excision oval, preceded by a short corridor the begins in the leaf base or midrib: Heliozela sericiella

3b excision round => 4

4a excision preceded by a long corridor along the leaf margin => 5

4b no preceding corridor => 6

5a excision against the leaf margin: Orchestes erythropus

5b excision somewhat deeper in the leaf blade: Orchestes avellanae

6a larva: pronotum brown, meso- and metanotum pale with two small black spots: Incurvaria masculella

6b pro-, meso- and metanotum each dorsally with a large dark transverse spot: Incurvaria koerneriella

7a frass in threads or thread fragments; mine in the tender leaves, April-May => 8

7b frass in isolated granules; mines in summer => 9

8a frass partly in long threads, loose in the mine; larva white: Dyseriocrania subpurpurella

8b frass in thread fragments, glued to the upper epidermis; larva grey: Orchestes pilosus

9a mine full depth and transparant, < 3 mm => 10

9b mine upper-surface, larger => 12

10a mine in a vein axil, triangular => 11

10b mine free in the leaf, round or oval (young mines of Incurvaria) => 6

11a deciduous oaks; larvae in July-August: Caloptilia alchimiella

11b deciduous oaks; larvae in May, then again in August: Caloptilia robustella

11b evergreen oaks: Povolnya leucapennella

12a mine with discoid cocoon that is made already at an early stage and in which the larva is often seen resting in an u-shaped position; upper epidermis rather opaque => 13

12b mine greyis-green or greenish, without a cocoon, larva never in u-posture; upper epidermis transparant: Profenusa pygmaea

13a mine with concentric dark arc-lines around a point at the side of the mine; mine never milk-white => 14

13b mine without arc-lines, milk-white, sometimes with orange tinges: Tischeria ekebladella

14a mine brick red with dark-brown arc-lines: Tischeria dodonaea

14b mine yellowish-brown with greyish-green arc-lines: Tischeria decidua (jonge mijn)

15a mine begins at an oviposition scar at the underside of a thick vein: Orchestes quercus

15b mine does not start at an oviposition scar => 16

16a corridor and blotch largely epidermal, silvery; most often a number of mines later merge into one large blotch; no egg shell visible at the start of the mines: Acrocercops brongniardella

16b mine not epidermal, hardly ever merging; corridor start from a shiny egg shell => 17

17a the blotch has a large cut from where part of the frass is being expelled: Ectoedemia subbimaculella

17b no cut in the blotch => 18

18a corridor part runs towards the midrib; larva with brown-black head; usually in yellow, often fallen, leaves, in a green island: Ectoedemia heringi

18b corridor part runs parallel to, or away from, the midrib; larva with pale brown head; usually in green leaves: Ectoedemia albifasciella

19a mine < 1 cm, hook-shaped, in a vein axil => 20

19b mine longer, not in a vein axil => 22

20a on Quercus robur: Bucculatrix ulmella

20b on Quercus rubra => 21

21a free living larva grey, mottled with white; cocoon cream or yellowish: Bucculatrix ulmella

21b free living larva uniformly white; cocoon snow white: Bucculatrix ainsliella

22a corridor does not start at a visible egg shell, runs along the leaf margin: Orchestes avellanae (young mine)

22b corridor begins at a shiny round egg shell, may run along the leaf margin => 23

23a corridor strongly contorted, rarely a secondary blotch: Ectoedemia quinquella

23b corridor less strongly wound => 24

24a whole width of the corridor filled with coiled frass (green when fresh, turning brown later); larva green: Stigmella basiguttella

24b frass brown or black, in a broad or narrow central line, always leaving a clear zone at the margin (mines of the following species cannot reliably be identified without breeding) => 25

25a frass in a narrow central line, never wider than 1/3 of the corridor width => 26

25b frass coiled or dispersed, frass line wider than 1/2 of the corridor width => 27

26a corrridor unusually long and slenderk: Stigmella roborella

26b corridor wider and shorter: Stigmella atricapitella

27a mine very long; egg at leaf under-surface: Stigmella svenssoni

27b mine not very long; egg at upper- or lower-surface => 28

28a egg usually at lower-surface; mostly close to a thick vein: Stigmella samiatella

28b egg may be at either side, usually free on the lamina: Stigmella ruficapitella

29a on evergreen oaks => 30

29b on deciduous oaks => 38

30a mine upper-surface: Phyllonorycter belotella

30b mine lower-surface = 31

31a on Quercus macrolepis: Phyllonorycter graecus

31b on Quercus trojana: Phyllonorycter trojana

31c on Quercus faginea: Phyllonorycter barbarella

31d on Quercus coccifera => 32

31e on other oaks (in particular Quercus ilex and Q. suber) => 36

32a species from the western Mediterranean Region => 33

32b species from the eastern Mediterranean => 35

33a mine very large; pupa in a flimsy cocoon, frass in a clump: Phyllonorycter endryella

33b mine smaller => 34

34a cocoon covered by frass: Phyllonorycter rebimbasi

34b unknown: Phyllonorycter cocciferella

35a species from Crete: Phyllonorycter gerfriedi

35b species from the Greek mainland: Phyllonorycter olympica

36a mine very large; pupa in a flimsy cocoon, frass in a clump: Phyllonorycter endryella

36b mine not conspiuously large => 37

37a most frass alongside the cocoon: Phyllonorycter suberifoliella

37b most frass heaped in a corner of the mine: Phyllonorycter messaniella

38a cremaster with only one pair of spines visible from above; abdomen segment 9 laterally with two pairs of short thorns; pro- and mesonotum latero-anteriorly with a pair of small spines => 39

38b cremaster seen from above with two pairs of spines; no spines laterally on abd9 or pro- and mesonotum => 40

38c mines and pupae of Phyllonorycter amseli, Phyllonorycter barbarella, Phyllonorycter kusdasi, and Phyllonorycter sublautella are not or insufficiently known

39a inner pair of cremaster spines (visible anly ventrally) wide apart; only on Quercus pubescens: Phyllonorycter delitella

39b inner pair of spines set close together: Phyllonorycter harrisella

40a abdomen 2-4 laterally with a pair of strong, outward pointing spines => 41

40b abd2-4 without such spines => 44

41a abdomen 7 ventrally with a group of outward pointing spines => 42

41b abd7 without such a group => 43

42a metanotum laterally with a pit near its rear margin: Phyllonorycter muelleriella

42b metanotum without such a pit: Phyllonorycter messaniella

43a spinulation dorsally on abomen 9-10 extremely coarse: Phyllonorycter quercifoliella

43b spinulation here fine: Phyllonorycter parisiella

44a inner pair of cremaster spines with a very broad base: Phyllonorycter ilicifoliella

44b basis of inner and outer pairs more or less equal => 45

45a inner pair cremaster spines very short: Phyllonorycter scitulella

45b inner pair of spines not extremely short => 46

46a outer pair of cremaster spines slender, on a narrow base => 47

46b outer pair short and squat, on a broad base => 49

47a inner and outer pair of almost equal length: Phyllonorycter abrasella

47b inner pair 0.5 - 0.7 times the length of the outer pair => 48

48a metanotum laterally with a pit near its rear margin: Phyllonorycter roboris

48b metanotum without such a pit: Phyllonorycter distentella

49a cremaster ventrally as long as wide: Phyllonorycter lautella

49b cremaster shorter than wide => 50

50a frontal extension of the pronotum dorsally smooth: Phyllonorycter heegeriella

50b frontal extension of the pronotum dorsally sculptured: Phyllonorycter kuhlweiniella

51a tubular silken case => 52

51b pistol case => 53

52a larva: mesonotum with a pair of roundish shields: Coleophora lutipennella

52b mesonotum with a pair of wedge-shaped shields: Coleophora flavipennella

53a pistol-handle with ear-like appendages: Coleophora currucipennella

53b pistol-handle with a short or long, transpant mantle (pallium), but no ears => 54

53c neither pallium nor ears: Coleophora anatipenella

54a pallium covering the entire case, reaching down to almost the mouth: Coleophora kuehnella

54b pallium less extensive, reaching down to halfway the mouth: Coleophora ibipennella

100a Nematoda => 101

100b Acari => 102

100c Coleoptera => 103

100e Diptera => 104

100f Hemiptera => 105

100d Hymenoptera => 106

100g rust fungi => 107

100h smut fungi => 108

100i powdery and downy mildews => 109

100j other causers => 110

103 - Coleoptera

103a Buprestidae: Agrilus biguttatus

106 - Hymenoptera

106a Cephidae: Janus femoratus

106b Cynipidae:

----- galls in roots or bark => 111

----- galls in branches or twigs => 112

----- galls in buds => 113

----- galls in leaves or petioles => 114

----- galls in flower buds or male catkins => 115

----- galls in acorns or cupulae => 116

106c Tenthredinidae: Periclista lineolata

107 - rust fungi

107a Cronartiaceae: Cronartium quercuum

109 - powdery and downy mildews

109a Erysiphaceae: Erysiphe alphitoides, hypophylla, pyrenaica, quercicola; Phyllactinia orbicularis, roboris

110 - other causers

110a Fungi, Gnomoniaceae: Apiognomonia errabunda

110b Fungi, Hyphomycetes: Cladosporium taphrinae

110c Fungi, Microstromataceae: Microstroma album

110d Fungi, Mycosphaerellaceae: Sphaerulina quercicola

110e Fungi, Sclerotiniaceae: Cristulariella depraedans

110f Fungi, Taphrinaceae: Taphrina caerulescens, kruchii

110g Lepidoptera, Gelechiidae: Stenolechia gemmella

110h Lepidoptera, Gracillariidae: Spulerina simploniella

110i Lepidoptera, Tortricidae: Epinotia festivana

110j Plantae, Loranthaceae: Loranthus europaeus

110k Plantae, Santalaceae: Viscum album

111 - Cynipidae galls in roots or bark

- Andricus gemmeus, quercuscorticis, quercusradicis, rhyzomae, sieboldi

- Biorhiza pallida