Potamogeton, fonteinkruid

fam. Potamogetonaceae

1a larve met een duidelijk, gechitineerd, kopkapsel => 2

1b larve een ogenschijnlijk koploze made => 5

1c gallen etc => 100

2a larve met drie paar borstpoten => 3

2b larve met één paar korte of lange pootachtige uitsteeksels (pseudopodia) op het eerste borstsegment en het laatste abdomen-segment (Chironomidae) => 4

3a de jonge larve maakt een blaasmijntje; later leeft hij in een zakje, gemaakt van bladfragmenten: Elophila nymphaeta

3b de jonge larve boort soms in stengel op hoofdnerf: Acentria ephemerella (geen werkelijke mineerder)

3c de jonge larve maakt een lange smalle gang: Nymphula nitidulata

4a de larve leeft in een gang (meestal in dood plantenmateriaal) met twee openingen waarin hij door kronkelende beweging een waterstroompje op gang houdt. Hij leeft van in de stroom meegevoerde detritusdeeltje. Deze larven zijn geen mineerders, en worden hier daarom niet besproken. Hering (1957a) tabelleert de tot dan toe bekende soorten.

4b de larve leeft in een vrij diepe, slanke gang, met maar één opening, en leeft van plantenweefsel: Cricotopus brevipalpis en de slecht bekende Cricotopus obnixus

5 de larven van een aantal soorten Ephydridae maken onregelmatige, zeer ondiepe mijntjes, zowel in de ondergedoken als drijvende bladeren. De larven zijn niet beschreven, en de mijnen zijn niet soort-specifiek, dus alleen kweken kan uitkomst brengen. De larven verpoppen zich in de mijn, daarom is kweken niet bijzonder lastig. De nu volgende tabel voor de volgroeide vliegen is integraal ontleend aan Hering (1957a):

6a tibia van alle poten geelrood, hoogstens halverwege met een zwarte ring: Hydrellia fascitibia

6b tibia van alle poten zwart, hoogstens distaal ietwat gelig => 7

7a gezicht wit: Hydrellia maura

7b gezicht geel => 8

8a antenne geelrood (bij het mannetje wat verdonkerd), arista met een kam van 7-9 borstels: Hydrellia cochleariae

8b antenne geheel zwart => 9

9a tenminste de achtertarsen grotendeels geelrood => 10

9b tarsen en coxae geheel zwart: Hydrellia fusca

10a coxae geheel zwart; arista met 8-10 borstels: Hydrellia albifrons

10b voorcoxae distaal geel; arista met 5-7 borstels: Hydrellia viridescens

100a Nematoda => 101

100b Acari => 102

100c Coleoptera => 103

100e Diptera => 104

100f Hemiptera => 105

100d Hymenoptera => 106

100g roesten => 107

100h brandschimmels => 108

100i echte en valse meeldauwen => 109

100j andere veroorzakers => 110

108 - brandschimmels

108a Doassansiopsidaceae: Doassansiopsis hydrophila

109 - echte en valse meeldauwen

109a Erysiphaceae: Golovinomyces orontii

Potamogeton, pondweed

fam. Potamogetonaceae

1a larva with a distinct, chitinised, head capsule => 2

1b larva a virtually headless maggot => 5

1c galls, etc => 100

2a larva with three pairs of thoracic feet => 3

2b larva with one pair of short or long extensions (pseudopodia) on the first thoracic, and the last abdominal, segment (Chironomidae) => 4

3a the young larva makes a small blotch; later it lives in a case, made of leaf fragments: Elophila nymphaeta

3b the young larva sometimes bores in the stem or in the midrib: Acentria ephemerella (not a true miner)

3cthe young larva makes a long, narrow gallery: Nymphula nitidulata

4a the larva lives in a corridor (usually in dead plant material) with two openings, in which it maintains a water current by constant sinuous movements. It lives on detritus particules brought by the current. These larvae are no miners, and are not discussed here. Hering (1957a) keys the species known up to then.

4b the larva lives in a slender, rather deep gallery with only one opening, and feeds on living plant tissue: Cricotopus brevipalpis and the badly known Cricotopus obnixus

5 the larvae of a number of Ephydridae species make irregular, very shallow mines, buth in the floating and in the submerged leaves. The larvae are not described, and the mines are not sufficiently diagnostic, so only rearing can lead to an identifiction. The larvae pupate in the mine, breedign therefore poses not many problems. The key of the adult flies that follows is entirely derived from Hering (1957a):

6a tibia of all feet reddish yellow, possibly with a black ring halfway: Hydrellia fascitibia

6b tibia of all feet black, possibly somewhat yellowish distally => 7

7a face white: Hydrellia maura

7b face yellow => 8

8a antenna reddish yellow (somewhat darkened in the males), arista with a row of 7-9 bristles: Hydrellia cochleariae

8b antenna entirely black => 9

9a at least the rear tarsi reddish yellow => 10

9b tarsi and coxae entirely black: Hydrellia fusca

10a coxae entirely black; arista with 8-10 bristles: Hydrellia albifrons

10b front coxae distally yellow; arista with 5-7 bristles: Hydrellia viridescens

100a Nematoda => 101

100b Acari => 102

100c Coleoptera => 103

100e Diptera => 104

100f Hemiptera => 105

100d Hymenoptera => 106

100g rust fungi => 107

100h smut fungi => 108

100i powdery and downy mildews => 109

100j other causers => 110

108 - smut fungi

108a Doassansiopsidaceae: Doassansiopsis hydrophila

109 - powdery and downy mildews

109a Erysiphaceae: Golovinomyces orontii

12/02/2017