Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

november 2020 nieuws

nieuwe foto’s Aceria fraxinivora, horrida; Agromyza frontella; Aphis craccivora; Ardis pallipes; Appendiseta robiniae; Asphondylia miki; Brachyneurina peniophorae; Callirhytis erythrocephala; Cerodontha unisetiorbita; Colopha compressa; Dasineura tubicoloides; Diurnea fagella; Entyloma linariae; Euura pedunculi; Mirificarma mulinella; Phragmataecia castaneae; Phylloxera quercus; Phytomyza agromyzina; Rhopalomyia baccarum; Semudobia betulae, skuhravae; Urophora jaceana; unknown on Pyrola rotundifolia.

ambrosia-kever terminologie

De larven van ambrosia-kevers leven van gespecialiseerde schimmels die zich ontwikkelen in de door het moeder-insect gemaakte gang in het spinthout (zelden het kernhout) van een tak. Meestal is de waardplant al dood, maar enkele soorten leven in gezonde of levende maar al verzwakte bomen. Ambrosia-kevers vormen geen samenhangende groep; de term beschrijft slechts de […]

rijpingsvraat terminologie

Wijfjes van kevers hebben na de verpopping nog onvolledig ontwikkelde eieren; voor de ontwikkeling daarvan moeten ze nog een tijdlang eten; dit wordt rijipngsvraat genoemd.

october 2020 nieuws

nieuwe foto’s Aceria obiones; Adelges tardus; Andricus quercuscalicis; Aphalara freji; Callisto denticulella; Caloptilia cf populetorum; Cameraria ohridella; Chromatomyia aprilina; Coptotriche marginea; Diplocarpon mespili; Dyseriocrania subpurpurella; Gilletteella cooleyi; Jaapiella jaapiana; Parornix carpinella; Peronospora tabacina; Phyllonorycter connexella; Phytomyza lycopi; Psyllopsis fraxini; Scolioneura vicina; Siphoninus phillyreae; Stigmella aceris, samiatella; Taphrina farlowii.

september 2020 nieuws

nieuwe foto’s Aceria cerrea; Aleurochiton pseudoplatani; Andricus gemmeus, quercusramuli, quercustozae; Buerenia inundata; Calybites phasianipennella; Cameraria ohridella; Coleophora siccifolia; Claviceps nigricans; Curculio spec.; Dasineura medicaginis; Eriophyes distinguendus, mali; Erysiphe russellii; Epinotia abbreviana; Euura virilis; Evergestis extimalis; Fusidiella depressa; Heterarthrus ochropoda; Juncorrhiza aschersoniana; Miricatena prunicola; Phyllocnistis ramulicola; Phyllonorycter coryli; Puccinia bornmuelleri; Ramularia cynarae; Recurvaria nanella; Rhamphospora nymphaeae; […]

augustus 2020 nieuws

nieuwe foto’s Aceria barbujanae, exigua, sanguisorbae; Acrolepiopsis vesperella; Aculus tetanothrix; Aleurochiton aceris; Aspidiotus bornmuelleri, hedericola; Boeremia exigua; Caloptilia cuculipennella; Cecidophyopsis malpighianus; Cercospora depazeoides; Closterotomus fulvomaculatus; Coleosporium campanulae; Contarinia viburnorum; Copium teucrii; Cydia nigricana; Dactylopius coccus; Diplocarpon mespili; Endophyllum sempervivi; Erysiphe palczewskii; Euura pavida; Forda formicaria; Gynaikothrips ficorum; Josephiella microcarpae; Laurobasidium lauri; Mayetiola destructor; Myopites apicatus; […]

juli 2020 nieuws

nieuwe foto’s Aceria acerismonspessulani, fraxinivora, marginemvolvens, sanguisorbae; Amblyptilia acanthadactyla; Buckleria paludum; Byctiscus betulae; Cydia pomonella; Cerodontha iridis; Dasineura miki, similis; Eriophyes prunianus; Erysiphe sedi; Euura tibialis; Macrolabis incolens; Nematus lucidus; Phloeospora robiniae; Septoria hydrocotyles; Wheeleria spilodactylus.

Waarom zijn galmijt-gallen zo lastig? Veelgestelde vragen

Het determineren van gallen veroorzaakt door galmijten leidt vaak tot een niet bevredigend resultaat. De beschrijvingen zijn soms niet volledig juist en/of overlappen elkaar, en de naamgeving is niet altijd duidelijk of niet in overeenstemming met wat elders geschreven staat. De veroorzaker van deze gallen zijn 0.2 mm of kleiner, met het blote oog nauwelijks […]

juni 2020 nieuws

nieuwe foto’s Aceria erinea, tristriata; Aculus convolvuli; Agromyza megalopsis; Antispila metallella; Apoderus coryli; Attelabus nitens; Biorhiza pallida; Byctiscus betulae; Cladius brullei, grandis, ulmi; Contarinia sorbi; Curculio villosus; Dasineura acrophila, rosae; Ditylenchus dipsaci; Dysaphis tulipae; Eulecanium tiliae; Euura anglica, melanocephala; Galeruca tanaceti; Incurvaria pectinea; Josephiella microcarpae; Macrodiplosis pustularis; Metzneria lappella; Monochroa conspersella (pupa); Monodiplosis liebeli; Nematus […]

mei 2020 nieuws

nieuwe foto’s Abia sericea; Aceria liszkai; Acleris hastiana; Aculus scutellariae; Allantus cinctus, viennensis; Ametastegia equiseti; Andricus foecundatrix, hungaricus; Anthonomus pedicularius; Apethymus spec.; Aspidiotus nerii; Blennocampa phyllocolpa; Byctiscus betulae; Cacopsylla spec.; Caliroa cerasi; Cimbex femoratus, luteus; Cladius compressicornis, grandis; Claremontia cf. alternipes; Colletotrichum nymphaeae; Contarinia tiliarum; Dasineura fructum, gleditchiae; Diprion similis; Dolerus madidus; Eriocampa ovata; Eriocrania […]

april 2020 nieuws

nieuwe determinatie-tabellen voor gallen door Hans Roskam Aconitum, Aegopodium, Alchemilla, Alliaria, Alopecurus, Alyssum, Anchusa, Anthemis, Anthyllis, Apium, Aquilegia, Armoracia, Arrhenatherum, Avenula, Berberis, Berteroa, Bidens, Camelina, Carpinus, Carum, Chaerophyllum, Clematis, Cornus, Corylus, Cucumis, Cydonia, Echium, Erysimum, Fragaria, Geum, Gypsophila, Helianthemum, Hypericum, Isatis, Mentha, Knautia, Laserpitium, Lithospermum, Moehringia, Onobrychis, Papaver, Phalaris, Phragmites, Phyteuma, Picris, Pisum, Primula, Raphanus, […]

maart 2020 nieuws

nieuwe determinatie-tabellen voor gallen door Hans Roskam Agrostis, Angelica, Arabis, Beta, Calamagrostis, Capsella, Cerastium, Chenopodium, Cytisus, Daucus, Dianthus, Erigeron, Fagus, Galeopsis, Genista, Hordeum, Hypochaeris, Inula, Lactuca, Lamium, Leontodon, Linaria, Lolium, Matricaria, Pastinaca, Pinus, Plantago, Poa, Sisymbrium. nieuwe foto’s Andricus quercusradicis; Antispilina ludwigi; Brachycaudus helichrysi; Cimbex femoratus; Cystiphora sonchi; Depressaria radiella; Diodaulus linariae; Erysiphe heraclei; Euura […]

pluim terminologie

paniculus) Bloeiwiize, bijvoorbeeld van sommige grassen, bestaande uit een lange hoofdas met veel vertakte zijassen.

februari 2020 nieuws

nieuwe determinatie-tabellen voor gallen door Hans Roskam Anemone s.l., Aster s.l., Avena, Cardamine, Astragalus, Epilobium s.l., Festuca s.l., Filipendula, Fraxinus, Juniperus, Lonicera, Peucedanum, Picea, Pimpinella, Sinapis, Solanum, Sorbus, Stellaria, Tilia. nieuwe foto’s Aceria eucricotes; Acericecis szepligetii; Amauromyza fraxini; Andricus aries, callidoma; Calyciphora albodactylus; Eriosoma lanigerum; Erysiphe arcuata; Fenusella nana; Isocolus scabiosae; Kaltenbachiella pallida; Microstroma album; […]

januari 2020 nieuws

nieuwe foto’s Aphis farinosa; Aulagromyza luteoscutellata; Brassicogethes aeneus; Coleophora badiipennella; Hyalopterus pruni; Janetia homocera; Microbotryum cordae; Mollisia plantaginis; Neodiprion sertifer; Peronospora calotheca; Phyllonorycter klemannella; Plectosphaerella alismatis; Prociphilus fraxinifolii; Sphacelotheca hydropiperis; Tranzschelia pruni-spinosae; Heterotrioza chenopodii, rhamni.

december 2019 nieuws

nieuwe determinatie-tabellen door Hans Roskam Brassica, Campanula, Crataegus, Euphorbia, Geranium, Hieracium, Medicago, Potentilla, Pyrus, Rhamnus, Ribes, Senecio, Silene, Ulmus, Vicia, Viola nieuwe foto’s Aproceros leucopoda; Caloptilia roscipennella; Fenusa dohrnii; Phyllonorycter schreberella; Pterocomma populeum.

november 2019 nieuws

nieuwe determinatie-tabellen Hans Roskam heeft determinatie-tabellen geschreven voor de gallen op de volgende “grote” genera: Acer, Achillea, Alnus, Artemisia, Carex, Centaurea, Chrysanthrmum s.l., Cirsium, Crepis, Elymus s.l., Galium, Lathyrus, Malus, Populus, Prunus, Quercus, Rosa, Rubus, Rumex, Salix, Trifolium en Veronica. nieuwe foto’s Aceria pyracanthi; Agromyza idaeiana; Andricus legitimus, sieboldi; Brevicoryne brassicae; Caloptilia cuculipennella; Chaitophorus leucomelas; […]

october 2019 nieuws

nieuwe galmug voor de Benelux Xenodiplosis laeviusculi. nieuwe foto’s Acericecis campestre; Amauromyza elaeagni; Andricus foecundatrix; Antispila treitschkiella; Coleophora cornutella; Euura auritae, triandrae; Lampronia fuscatella; Lasioptera arundinis; Lipara similis; Metopeurum fuscoviride; Pediaspis aceris; Phragmidium potentillae; Phyllonorycter lantanella; Rabdophaga dubiosa; Tetranychus urticae; Tuberculatus annulatus.

september 2019 nieuws

nieuwe galmug voor de Benelux Ozirhincus hungaricus. nieuwe foto’s cf Abacarus hystrix, Aceria achilleae, cornuta, salviae; Aculus schmardae; Americina media; cf Blastodiplosis artemisiae; Botrytis convallariae; Chilaspis nitida; Coleophora sccifolia; Coleosporium asterum; Dasineura gleditchiae, similis, tetrahit; Eotetranychus tiliarium, Eriophyes pyri; Eteobalea teucrii; Eucallipterus tiliae; Gephyraulus raphanistri; Liposthenes glechomae; Macrolabis achilleae; Melanagromyza lappae; Microbotryum saponariae; Ozirhincus millefolii; […]

augustus 2019 nieuws

Belangrijke publicatie JC Roskam, Plant Galls of Europe. Three volumes hard bound set, 2292 pages, € 399. Het boek behelst een Engelse vertaling en bewerking van Herbert Buhr’s overzichtswerk van de Europese plantengallen uit de zestiger jaren. Daarnaast is enerzijds het oudere, meer op Zuid-Europa gerichte werk van Houard verwerkt, anderzijds is ook de literatuur […]

juli 2019 nieuws

Belangrijk nieuw boek Julia Kruse, 2019a. Faszinierende Pflanzenpilze: erkennen und bestimmen. Quelle & Meyer, pp 528, ca. € 40. Bespreekt honderden soorten parasitaire schimmels aan de hand van foto’s van de aantastingsbeelden, gerangschikt per plantensoort. nieuwe foto’s Aceria opulifolii; Callipterinella tuberculata; Calophya rhois; Choreutis pariana; Coleophora albella, arctostaphyli, bornicensis, striatipennella; Dasineura on Stellaria graminea, tortilis; […]

juni 2019 nieuws

nieuwe galmug voor de Benelux Dasineura fructum. nieuwe foto’s Acalitus plicans; Aceria campestricola, drabae, fraxinicola; Adelges laricis; Albugo lepidii; Anthracoidea subinclusa; Aphis commensalis, farinosa, podagrariae, sambuci, umbrella; Aristotelia brizella; Ascochyta amelanchieris; Bremia lapsanae; Cinara cupressi; Colopha compressa; Contarinia molluginis; Dasineura bergrothiana, tympani; Deightoniella arundinacea; Didymomyia tiliacea; Dysaphis devecta; Eulecanium tiliae; Exobasidium uvae-ursi; Grypocentrus spec.; Harmandiola […]

mei 2019 nieuws

nieuwe foto’s Andricus quercusramuli; Blennocampa phyllocolpa; Dasineura gleditchiae; Dictyla humuli; Euura virilis; Hinatara recta; Lachnus roboris; Leptotrochila cerastiorum; Liosomaphis berberidis; Milesina scolopendrii; Parna apicalis; Peronospora arborescens, corydalis, digitalis, trifolii-arvensis; Prociphilus bumeliae; Psylla buxi; Puccinia cyani, piloselloidearum, sii-falcariae, thlaspeos; Pustula obtusata; Scythropia crataegella; Taphrina pruni; Tomostethus nigritus.

receptaculum terminologie

Ook wel: “bloembodem”. Het bovenste, min of neer schotelvormig verbrede deel van de bloemsteel waarop in het bloemhoofdje van Asteraceae (Compositae) de deelbloemen staan ingeplant.

april 2019 nieuws

nieuwe foto’s Aceria laticincta; Aleurotuba jelinekii; Andricus sternlichti; Antherospora scillae; Aphis spiraecola, spiraephaga; Dasineura tympani; Discogloeum veronicae; Gymnosporangium clavariiforme; Lasioptera rubi; Mastigosporium album; Ochsenheimeria taurella; Peronospora alsinearum; Phytomyza ranunculi; Puccinia adoxae, obscura, violae; Septoria tanaceti; Stigmella pyrellicola; Taphrina rhizophora; Urocystis anemones, ficariae.

maart 2019 nieuws

de website Om de continuïteit van deze website te waarborgen hebben EIS Kenniscentrum Insecten en Naturalis hun steun toegezegd. De logo’s van beide organisaties zijn daarom aan de site toegevoegd. nieuwe mineerder voor Nederland Mompha lacteella nieuwe foto’s Agromyza nana; Coleroa chaetomium; Cumminsiella mirabilissima; Cydia millenniana; Diplolepis fructuum; Entyloma bellidis; Mycosphaerella ulmi; Perittia herrichiella; Peronospora […]

februari 2019 nieuws

nieuwe foto’s Aleurochiton aceris; Andricus curvator; Aphis newtoni; Cheilosia fasciata; Cryptonevra flavitarsis; Euura piliserra; Hinatara recta; Kuehneola uredinis; Neoglocianus maculaalba; Obdulia spec.; Podosphaera pannosa; Pucciniastrum areolatum; Rhodus cyprius; Stigmella mespilicola; Urophora stylata.

januari 2019 nieuws

nieuwe hulst-mineerder in Nederland en België Phytomyza jucunda. nieuwe foto’s Aceria pistaciae, spartii, stefanii; Albugo candida; Andricus quercusramuli, quercustozae; Anthracoidea caryophylleae; Aonidia lauri; Aphis verbasci; Asphondylia ervi; Caliroa annulipes; Contarinia acetosellae, valerianae; Dasineura lithospermi, lotharingiae, violae; Dryocosmus kuriphilus; Epichloe baconii, clarkii, festucae; Farysia thuemenii; Incurvaria pectinea; Jaapiella veronicae; Melampsora euonymi-caprearum; Myricomyia mediterranea; Myzus varians; Panaphis […]

december 2018 nieuws

nieuwe foto’s Andricus inflator; Callipterinella calliptera; Contarinia nasturtii; Corythucha arcuata; Diastrophus rubi; Diplolepis spinosissimae; Gypsonoma dealbana; Microlophium carnosum; Pristiphora testacea; Puccinia albescens; Rabdophaga heterobia; Rhodus cyprius.

november 2018 nieuws

een nieuwe gal op walnoot: Aceria brachytarsus nieuwe foto’s Andricus quercusramuli; Asphondylia rosmarini; Baizongia pistaciae; Chromaphis juglandicola; Coleophora salicorniae; Corythucha ciliata; Ectoedemia quinquella; Golovinomyces asterum var. moroczkovskii; Hyaloperonospora galligena; Podosphaera euphorbiae; Puccinia hordei, longicornis; Septoria aegopodii; Stephensia brunnichella; Stigmella trimaculella; Trioza remota.

crawler terminologie

Het eerste larvestadium van schildluizen en witte vliegen. Latere stadia zitten immobiel op de plant, dit eerste, beweeglijke stadium is dus cruciaal voor de verspreiding van de soort.

october 2018 nieuws

nieuwe foto’s Aceria kuko, leioprocta; Adscita statices; Aequsomatus annulatus; Calycomyza humeralis; Cheilosia caerulescens; Coccus hesperidum; Cosmopterix orichalcea; Contarinia pseudotsugae; Ectoedemia atricollis; Neuroterus quercusbaccarum; Phyllosticta paviae; Ramularia bistortae; Taphrina crataegi.

september 2018 nieuws

nieuwe mineerder voor de Benelux Cosmopterix orichalcea nieuwe afbeeldingen Aceria hippophaena, vitalbae; Adelges tardus; Aphis craccivora; Aproceros leucopoda; Argyresthia glabratella; Ascochyta caulina; Aulacidea hieracii; Aulagromyza similis; Carulaspis juniperi; Chromatomyia ramosa, soldanellae; Clinodiplosis cilicrus; Coleosporium tussilaginis; Commophila aeneana; Cosmopterix pulchrimella; Cryptomyzus galeopsidis; Dasineura berberidis, epilobii, phyteumatis; Diastrophus mayri; Dothidella ulmi; Ectoedemia atricollis; Endothenia lapideana; Ephestia welseriella; […]

augustus 2018 nieuws

nieuwe mineerder voor de Benelux Phyllocnistis valentinensis nieuwe afbeeldingen Aceria ononidis, tenella; Aecidium clematidis; Andricus infectorius; Anthonomus pedicularius; Cacopsylla ulmi; Cenopalpus spinosus; Cladosporium uredinicola; Colopha compressa; Cydia servillana; Diplocarpon rosae; Diplolepis mayri; Ditula angustiorana; Euura virilis; Gelechia senticetella; Golovinomyces monardae; Liriomyza eupatorii; Lyonetia clerkella; Melanopsichium pennsylvanicum; Obolodiplosis robiniae; Ophiomyia aquilegiana; Pegomya steini; Peronospora stigmaticola; Phacellium […]

Wat is de betekenis van de literatuur-verwijzingen? Veelgestelde vragen

Ze vermelden de bronnen waarop de beschrijving gebaseerd is. De referenties geven beslist geen compleet overzicht overzicht van de literatuur van de desbetreffende soort.

juli 2018 waardplant genus, nieuws

nieuwe roest waardplant nieuwe afbeeldingen Aceria echii, ilicis, laticincta, ononidis; Aecidium clematidis; Aphis farinosa; Apiognomonia errabunda; Asphondylia melanopus; Cavariella theobaldi; Cercospora davisii, violae; Chaitophorus leucomelas, populeti; Chromatomyia gentianae; Dasineura harrisoni, pyri; Diplocarpon mespili; Eriocrania sparrmannella; Euphyllura phillyreae; Exobasidium vaccinii; Fusarium graminearum; Iteomyia major; Jaapiella schmidti; Leucoptera lotella, lustratella; Liriomyza ptarmicae; Lyonetia clerkella; Melanaphis donacis; Microbotryum […]

antagonist terminologie

letterlijk: tegenstander; organisme dat op enigerlei wijze een negatief effect heeft, bijv. een concurrent of roofvijand.

juni 2018 waardplanten, nieuws

correctie De foto’s van Melanustilospora ari op deze site betroffen niet deze schimmel. nieuwe mineerder voor de Benelux Phytomyza silai nieuwe afbeeldingen Aceria myriadeum, tenuis; Adscita statices; Andricus solitarius; Anisostephus betulinus; Anthracoidea pratensis; Arthrocnodax spec.; Ascochyta asclepiadearum; Blumeriella jaapii; Caryophylloseptoria lychnidis; Cenopalpus spinosus; Cercospora resedae; Chromatomyia scolopendri; Cladosporium aecidiicola; Contarinia petioli; Dasineura ranunculi; ? Digitivalva […]

mei 2018 nieuws

nieuwe Nederlandse mineerder Hinatara recta nieuwe afbeeldingen Aculops macrotrichus; Adelges laricis; Andricus curvator, malpighii, paradoxus, quercuscorticis; Cacopsylla pulchella; Cryptomyzus ribis; Dasineura cf loewiana, pyri; Dendrothrips ornatus; Digitivalva arnicella; Dryomyia cocciferae; Entyloma ranunculi-scelerati; Eriocrania salopiella; Eriophyes homophyllus, inangulis; Euceraphis betulae; Euura mucronata; Heringocrania unimaculella; Japanagromyza salicifolii; Lasioptera eryngii; Lipaphis alliariae; Macrodiplosis pustularis; Myzus langei; Neuroterus anthracinus, […]

tergiet terminologie

scleriet (verharde chitine-plaat) aan de rugzijde van een thorax- of abdomen-segment bij een insect.

sterniet terminologie

scleriet (verharde chitine-plaat) aan de buikzijde van een thorax- of abdomen-segment bij een insect.

sectaseta terminologie

Een speciale vorm van setae (“haren”) van sommige insecten. Ze bestaan uit een komvormige basis en daarop een korte, dolk- of buisvormig- eigenlijke seta. Bij Triozidae larven staan ze langs de randen van het abdomen, de vleugel-aanleg en de kop, en produceert elke sectaseta een lange glinsterende draad van was. Een aantal sectasetae zoals ze […]

april 2018 nieuws

nieuwe afbeeldingen Aceria macrorhyncha; Andricus callidoma, foecundatrix; Bucculatrix frangutella; eieren van Cacopsylla spec.; Coleophora laricella; Dasineura aparines; Hexomyza simplicoides; Phragmidium rosae-pimpinellifoliae; Plenodomus visci; Podosphaera leucotricha; Puccinia allii, bornmuelleri, liliacearum; Pustula obtusata; Rhopobota ustomaculana; Sphaeropsis visci; Tranzschelia anemones; Trisetacus pini.

maart 2018 nieuws

nieuwe afbeeldingen Aculus hippocastani, magnirostris; Aulagromyza caraganae; Caloptilia staintoni; Cecidophyes nudus, psilonotus; Coleophora otidipennella; Coleosporium campanulae; Dasineura cytisi; Ectoedemia heringella; Eriophyes exilis; Gymnosporangium sabinae; Leucoptera spartifoliella; Mikiola fagi; Orchestes jota; Panaphis juglandis; Peronospora chenopodii, somniferi; Phyllonorycter froelichiella; Phytomyza agromyzina; Phytoptus abnormis; Polystigma rubrum; Profenusa pygmaea; Rabdophaga dubiosa, pierreana, saliciperda; Trifurcula immundella.

februari 2018 nieuws

nieuwe afbeeldingen Acalitus brevitarsus; Aceria cerrea, salviae; Aculus mosoniensis; Aculus acraspis; cf Agrobacterium tumefaciens; Aphelonyx cerricola; Blennocampa phyllocolpa; Cerodontha iraeos; Coleophora acrisella, albicosta, arenicola, festivella, fretella, helianthemella, semicinerea, trifolii; Dasineura napi, ulmaria; Janetiella lemeei; Melampsora euonymi-caprearum; Neuroterus anthracinus; Parapodia sinaica; Periclistus caninae; Planetella tarda; Pristiphora monogyniae; Rabdophaga rosaria; Stefaniella trinacriae.

cornicle terminologie

Onze verontschuldigingen, dit bericht is alleen beschikbaar in Amerikaans Engels.

januari 2018 nieuws

nieuwe galmug voor de fauna van de Benelux Cystiphora leontodontis nieuwe afbeeldingen Andricus caputmedusae, lucidus, sieboldi; Camarotoscena speciosa; Ceutorhynchus assimilis; Contarinia anthobia; Lipara lucens; Macrodiplosis pustularis; Monarthropalpus flavus; Mycodiplosis-larven; Podosphaera leucotricha; Puccinia menthae; Uromyces pisi. zeer afwijkende gallen Euura (Pontania) proxima

ovisac terminologie

Een zak, gemaakt van wasdraden of spinsel, met daarin eieren.

december 2017 nieuws

nieuwe afbeeldingen Aceria fraxinivora, sanguisorbae; Agrobacterium tumefaciens; Asterodiaspis spec.; cf Chlorops strigulus; Cryptosiphum artemisiae; Dasineura centaureae; Diastrophus rubi; Eriosoma lanigerum; Isothea rhytismoides; Lasioptera rubi; Mimeuria ulmiphila; Planchonia arabidis; Pterotopteryx dodecadactyla; Puccinia cynodontis; ? Steneotarsonemus holci; Triphragmium ulmariae; Uroleucon taraxaci.

ovipara terminologie

(mv oviparae). Bladluizen hebben gewoonlijk in de zomer een aantal opeenvolgende generaties van viviparae, wijfjes die langs ongeslachtelijke weg levende jongen voortbrengen. De laatste generatie die in het najaar wordt geboren is afwijkend, bestaat uit mannetjes en wijfjes die, na bevrucht te zijn, eieren leggen waarmee de populatie overwintert. Deze eierleggende wijfjes worden oviparae genoemd.

november 2017 nieuws

nieuwe brandschimmel voor de flora van België Entyloma tanaceti nieuwe mijn voor de Benelux Cosmopterix pulchrimella waargenomen in het westen van België nieuwe afbeeldingen Aceria artemisiae; Agrobacterium tumefaciens; Agromyza idaeiana (mijn, puparium); Aphis pomi; Bremia cirsii; Camarotoscena speciosa; Campiglossa plantaginis; Caricosipha paniculatae; Ceruraphis eriophori; Chrysoesthia sexguttella; Coleophora atriplicis, coronillae; Cosmopterix scribaiella larve; Dasineura dioicae, lotharingiae; […]

brachypteer terminologie

Met min of meer sterk gereduceerde vleugels.

october 2017 nieuws

“nieuwe” gal op rosmarijn Pseudomonas syringae ? nieuwe gal voor de Benelux Rhopalomyia palaearum nieuwe mijn voor de Benelux Stigmella nivenburgensis (talrijke vindplaatsen!) nieuwe druk gallen-veldgids Roelof Jan Koops: “Veldgids Plantengallen” onbekende Mayetiola op Milium effusum nieuwe waardplant Phyllonorycter comparella: Populus x canadensis (naar aanleiding hiervan is het Phyllonorycter deel in de populieren-tabel herschreven) nieuwe […]

vivipara terminologie

(mv viviparae). Vrouwelijke bladluis die zonder bevruchting levende jongen voortbrengt. Vaak zijn viviparae ongevleugeld (“apterae”), maar ze kunnen ook gevleugeld zijn (“alatae”). Gewoonlijk heeft een soort in de zomer een aantal generaties van viviparae. In het najaar worden mannelijke en vrouwelijke luizen geboren. De bevruchte vrouwelijke luizen ( de “oviparae”) leggen eieren, waarmee de populatie […]

aestivatie terminologie

Zomer-rust; een periode waarin een insect in een staat van onbeweeglijkheid verkeert, en van een verlaagde stofwisseling, analoog aan de overwintering.

filament terminologie

Als een wit draadje uitgeperste massa conidia Eudarluca caricis, een parasiet in de telia van een roest-schimmel

rostrum terminologie

Bij bladluizen de tot een buis omgevormde onderlip (labium). Hierbinnen kunnen de tot een soort roltong veranderde mandibels en maxillen worden uitgeschoven. Met deze “roltong” worden dieper in de plant gelegen gelegen weefsels aangeboord en uitgezogen.

protocecium terminologie

Bj bladwespen doet het zich soms voor dat het ovipositie-litteken de functie heeft van een gal voor het allerjongste stadium van de larve; zodra het litteken leeg-gegeten is gaat de larve vrij leven. Het litteken wordt dan soms aangeduid als een protocecidium, “voorloper van een gal”. protocecidium van een onbekende bladwesp op Alchemilla; bovenzijde onderzijde; […]

annulet terminologie

De lichaam-segmenten van bladwespen-larven zijn door diepe groeven secundair onderverdeeld. Het aantal van die verdelingen, “annulets”, is een belangrijk kenmerk. (Uit Lorenz & Kraus, 1957)

pseudocerci terminologie

Een paar korte aanhangsels aan het laatste segment van sommige bladwesp-larven.

september 2017 nieuws

nieuwe soort voor de Benelux Phytomyza actaeae nieuw boek Arnold Grosscurt, Plantengallen afwijkende gallen op roos Diplolepis nervosa/eglanteriae nieuwe foto’s Acalyptris minimella; Aceria chondrillae, megacera, stefanii; Acericecis szepligetii, vitrina; Aculus magnirostris; Aecidium ranunculi-acris; Albugo candida; Ametrodiplosis thalictricola; Anthracoidea subinclusa; Aphidoletes aphidimyza; Aphis umbrella; Aploneura lentisci; Arthrocnodax coryligallarum; Carpomya schineri; Clinodiplosis cilicrus; Contarinia coryli, loti; Dothidella […]

scleriet terminologie

Chitine-plaatje

nymphe terminologie

Larven van insecten met een onvolledige gedaanteverwisseling, met name Hemiptera (wantsen, bladluizen en verwanten) worden vaak aangeduid als nymphen.

gallicola terminologie

Een vrouwelijke bladluis in, of afkomstig uit, een gal.

anholocyclisch terminologie

Het tegenovergestelde van holocyclisch; zie aldaar

holocyclisch terminologie

De levenscyclus van de sommige insectengroepen, zoals bladluizen en galwespen bestaat uit een afwisseling tussen een sexuele generatie en een asexuele. Zo’n cyclus wordt holocyclisch genoemd. Sommige, verwante, soorten hebben echter een verkorte cyclus, alleen sexueel, of alleen asexueel; deze situatie wordt anholocyclisch genoemd.

inquiline terminologie

Een dier dat leeft in het nest, kolonie, of bouwsel van een andere diersoort. In verband met deze soort betreft het gewoonlijk een larve die leeft in, en van, de gal die door de eigenlijke galmaker is veroorzaakt. De intensiteit van de concurrentie die daardoor ontstaat loopt uiteen. Gallen die mede bezet zijn door een […]

pterostigma terminologie

(Vaak kortweg stigma). Een cel die in het aderstelsel van een insectenvleugel, altijd aan de voorzijde en niet ver van de top, die meestal verdikt is en donker gekleurd.

indumentum terminologie

Het haarkleed van een plant.

pappus terminologie

De “pluim” op het vruchtje van veel Asteraceae; ook wel het geheel daarvan in een hoofdje.

hoofdje terminologie

Ook bloemhoofdje; de bloeiwijze van Asteraceae en enkele andere families die zo compact is dat het er uit ziet (en functioneert) als éen enkele bloem.

multivoltien terminologie

Met een groot aantal generaties per jaar; in warmere gebieden ook met een of meer generaties gedurende de winter. De pop heeft slechts een korte rustpauze.

teleutosorus terminologie

(mv teleutosori). Tegenwoordig ongebruikelijk equivalent van telium.

mesosporen terminologie

Het grote roesten-geslacht Puccinia is gekenmerkt door het bezit van tweecellige teliosporen. Een, meestal zeer klein, percentage van de sporen is echter eencellig; die worden als mesosporen betiteld.

ventrale platen terminologie

Meestal bruin-gekleurde platen die optreden aan de buikzijde (zelden ook de rugzijde) bij sommige larven van het geslacht Ectoedemia; ze treden alleen op bij de jongste stadia. jonge larve van Ectoedemia atricollis in zijn mijn.

uredinium terminologie

(mv uredinia). Het derde stadium in de levenscylus van roesten, Pucciniales, na de aecia en vóór de telia. Ze zien er meestal uit als lichtbruine tot kastanjebruine, poederige, tot 2 mm grote wratjes.

univoltien terminologie

Eén generatie per jaar.

thorax terminologie

“Borststok”, het lichaamsdeel van een insect tussen kop en abdomen, dat bij larven (meestal) poten draagt en bij het imago (meestal) ook vleugels.

teleutosporen terminologie

Minder gebruikelijk synoniem van teliosporen.

brand terminologie

Schimmel van de klasse Ustilaginales.

roest terminologie

Schimmel van de klasse Pucciniales.

pedicel terminologie

In het algemeen: steek; wordt in het bijzonder gebruikt voor de steel van een teliospore.

augustus 2017 nieuws

Nieuwe foto’s Aceria macrochela, tuberculata; Andricus foecundatrix, hungaricus, infectorius; Bactericera femoralis; Bremia lactucae, tulasnei; Cameraria ohridella; Coleophora plumbella, siccifolia; Cupido minimus; Dasineura fraxini, rosae; Diplolepis eglanteriae; Erysiphe elevata, lonicerae var. lonicerae, magnifica, necator, trifoliorum; Hayhurstia atriplicis; Illinoia lambersi; Janetia panteli; Liriomyza approximata, eupatorii; Mompha divisella; Neoerysiphe galeopsidis; Neuroterus anthracinus, quercusbaccarum; Oligotrophus schmidti; Pemphigus spyrothecae; Phragmidium […]

S (references) waardplanten, literatuur

Saba M & Khalid AN, 2013a. Species diversity of genus Puccinia (Basidiomycota, Uredinales) parasitizing poaceous hosts in Pakistan. – International Journal of Agriculture & Biology 15: 580–584. Sabatelli S, Liu M, Badano D, Mancini E, Trizzino M, Cline AR, Endrestøl A, Huang M & Audisio P, 2020a. Molecular phylogeny and host‐plant use (Lamiaceae) of the […]

telium terminologie

(mv telia). Het vierde stadium in de levenscyclus van roesten, Pucciniales. Meestal verschijnen ze na de uredinia, en zijn donkerder gekleurd. Puccinia ptarmicae: een telium onder de microscoop

spatula terminologie

Volgroeide larven van galmuggen hebben aan de onderzijde van de thorax vaak een chitineus staafje, aan de voorzijde meestal eindigend in een vorkje. De spatula wordt door de larve gebruikt wanner hij zich uit de gal een weg naar buiten moet banen. De spatula ligt grotendeels inwendig, vlak onder de epidermis; alleen het deel boven […]

vagrant terminologie

vrijlevend op het blad; term veel gebruikt in de Engelse literatuur in verband met galmijten.

sorus terminologie

(mv sori). Een compact groepje sporenvormend schimmelweefsel, bijvoorbeeld een uredinium of telium.

trichoom terminologie

Haren van planten, en ook de gemodificeerde vorm daarvan in een erineum, zijn fundamenteel verschillend van zoogdier-haren. In de technische literatuur worden ze daarom vaak aangeduid als trichomen.

seta terminologie

(mv setae). De “haren” van geleedpotigen hebben een heel andere bouw dan die van zoogdieren, en worden daarom setae genoemd. Dikke en zware setae worden ook wel als borstels aangeduid.

rachis terminologie

Hoofdas van een samengesteld blad, of van een varenblad.

teleomorf terminologie

Het sexuele stadium van een schimmel (tegenover anamorf).

spermogonium terminologie

(mv spermonia). Eerste stadium in de levenscyclus van roestschimmels, Pucciniales. Het zijn meestal oranje gekleurde pycnidia waaruit bij rijpheid vloeistof treedt. Puccinia festucae op Lonicera periclymenum Puccinia festucae

sporodichium terminologie

(mv sporodochia). Kussenvormig orgaan, op de buitenzijde waarvan conidia worden gevormd.

siphunculus terminologie

(mv siphunculi). Aan paar staafvormige aanhangsel aan het abdomen, een excludef kenmerk van de bladluizen, Aphididae. Ze scheiden een taaie vloeistof uit die veel overtollige suiker bevat – om aan voldoende noodzakelijke aminozuren te komen moeten bladluizen veel plantensap opnemen, en krijgen zodoende veel meer suikers dan noodzakelijk binnen. De vorm, sculptuur en zelfs kleur […]

gist terminologie

Eencellige schimmel die zich op ongeslachtelijke wijze vermenigvuldigt door celdeling of door spruit-vorming. Sommige schimmelgroepen blijven permanent in dit stadium, maar veel many Ustilaginomycotina, en ook de soorten van het geslacht Taphrina brengen hun anamorfe stadium als gist door.

perithecium terminologie

(mv perithecia). Bol- of fles-vormig orgaan, voorzien van een opening (ostium) waarin zich asci bevinden.

oospore terminologie

Dikwandige cel, ontstaan in een bevrucht oogonium, ingebed in het plantenweefsel. De functie is gewoonlijk die van een rust-spore, in het bijzonder voor de overwintering. Two nog vrij jonge oosporen, elk in een oogonium

sept terminologie

Scheidingswand, bijv. in een schimmelspore of hyphe. Vaak heeft een sept een pore waardoor een gereguleerde uitwisseling mogelijk is van het protoplasma aan weerszijde. Een hyphe zonder sept wordt aseptaat genoemd.

systemisch terminologie

De meeste schimmelaantastingen zijn lokaal. Het komt echter ook voor dat het mycelium zich in de hele plant uitbreidt. Biologisch geeft dat grote gevolgen: de schimmel kan zich met geïnfecteerde zaden verspreiden, en in ondergrondse delen van de plant overwinteren.

endofyt terminologie

Schimmels die weefsels van levende planten koloniseren, zonder dat ze aantoonbare verschijnselen veroorzaken. Ze kunnen echter pathogeen worden als de plant verouderd. [:enFungi that asymptomatically colonise living plant tissues, but may turn pathogenic during host senescence.

chlamydospore terminologie

Een dikwandige schimmelspore die ontstaat uit een cel van een hyphe.

cauda terminologie

Voortzetting van het laatste abdomen-segment van bladluizen. De vorm ervan is diagnostisch.

kolonie terminologie

=> caespitulus

caespitulus terminologie

(mv caespituli). Plukje hyphen, conidioforen en conidia, vrij op een blad, vaak vanuit een huidmondje naar buiten brekend. Het is een anamorf stadium van allerlei schimmels, traditioneel samengevat onder de term Hyphomycetes. In plaats van de technische term wordt vaak gesproken van “kolonie”.

sclerotium terminologie

(mv sclerotia). Een hard, droog lichaam bestaande uit schimmelweefsel dat bestand is tegen ongunstige omstandigheden en dat langere tijd in een ruststadium kan verkeren.

sporangium terminologie

(mv sporangia). Een hol orgaan, waarin sporen worden gevormd.

sporangiofoor terminologie

Een al dan niet vertakte steel die sporangia draagt.

stroma terminologie

(mv stromata). Een compacte massa van schimmelweefsel; meestal worden daarin voortplantingsorganen gevormd.

voedingsprikjes terminologie

Gaatje dat het wijfje van een agromyzide met haar legboor in het bladoppervlak maakt. Ze drinkt vervolgens van het uittredende sap. Ook mannetjes, die geen legboor hebben, drinken uit de door de wijfjes gemaakte prikjes. Een enkel wijfje kan vele tientallen prikjes maken in een blad. Wanneer Agromyziden schadelijk zijn is dat vaak niet zozeer […]

stemma terminologie

(mv stemmata). “Puntoogjes”: de afzonderlijke facetjes van het oog van een insectenlarve. Ze liggen niet tegen elkaar aan, zoals in het oog van een imago.

pycnidium terminologie

(mv pycnidia). Holte in het plantenweefsel, waarin ongeslachtelijke schimmelsporen (conidia) worden gevormd en via een opening uitgestoten. In tegenstelling tot acervuli zijn pycnidia diep in het plantenweefsel ingebed, en van buiten alleen herkenbaar door hun opening.

primaire waardplant terminologie

Veel bladluizen maken een generatiewisseling door, waarbij na de overwintering een bevrucht wijfje een kolonie sticht, meestal op een houtige plant (de primaire waardplant). Na het voorjaar, wanneer het plantensap van deze waardplant minder voedzaam geworden is, treedt dan migratie op naar een niet-houtige secundaire waardplant.

secundaire blaasmijn terminologie

Blaasvormige mijn die ontstaat doordat gangen zo dicht opeen liggen dat hun scheidingswand wegvalt. De resten ervan zijn als secundaire vraatlijnen zichtbaar. Ook aan het frass-patroon is een secundaire blaas meestal te herkennen.

primaire blaasmijn terminologie

Blaasvormige mijn, die ontstaat doordat een larva vanuit het centrum alle richtingen uit eet.

poppenwieg terminologie

Cel of kamertje waarin zich de pop bevindt, gewoonlijk ietwat los van de mijn zelf.

primaire vraatlijnen terminologie

Patroon van parallelle lijntjes dat ontstaat doordat een Agromyzidae-larve, liggend op zijn zij, met een maaibeweging het bladweefsel weggegraasd. Trypeta artemisiae: primaire vraatlijnen

Phytomyzinae-type terminologie

Het achterste deel van het kop skelet met 2 “armen” (kenmerk van de Agromyzidae-onderfamilie Phytomyzinae). Het kopskelet van de twee subfamilies van de Agromyzidae naast elkaar: Agromyzinae (links) en Phytomyzinae (rechts)

Tephritidae-type terminologie

Kenmerkende vorm van het kopskelet. Acidiia cognata larve: kopskelet

spiraculum terminologie

De opening naar buiten van een gang van het tracheestelsel. Om te voorkomen dat ongewenste zaken het lichaam binnendringen hebben spiracula vaak een ingewikkelde bouw. Vliegenlarven hebben twee paar spiracula. Bij agromyziden staan ze op steeltjes. De tracheeën staan met de buitenwereld in verbinding door drie of meer kleine openingen in evenzoveel papillen op de […]

plurivoltien terminologie

Verscheidene generaties per jaar.

plasmodium terminologie

Een protoplasma-massa die een aantal kernen bevat, niet van elkaar gescheiden door een celwand.

puparium terminologie

De “pop” van een vlieg (niet van een mug, muggen hebben als regel een echte pop). Ziet er meestal uit als een kort, gedrongen worstje, en heet daarom ook wel tonnetje. De aparte term is nodig omdat wat er als er een pop uitziet in feite de verdroogde laatste larvehuid is, waarbinnen zich de eigenlijke […]

prepupa terminologie

Het laatste larve-stadium van bladwespen wijkt vaak sterk af van de voorgaande stadia: er zijn verschillen in de vorm van de mandibels, en vooral is de prepupa meestal geheel wit of beenkleurig. In dit stadium wordt niet meer gegeten en is de larve opvallend sloom. Scolioneura vicina: prepupa

perithecium terminologie

Bijzonder type van ascocarp: fles- of zakvormig, openend met een porie.

peridium terminologie

De wand van een sporangium of ander sporen-vormend orgaan. De aecia van roestschimmels zijn in aanleg een hol blaasje, dat bij rijpheid aan de top openbarst, waarbij het omhullende peridium scheurt tot een opvallende franje. De term wordt ook gebezigd voor de wand van een cleistothecium.

ovipositie-litteken terminologie

Vaak wordt het ei niet op, maar in het blad afgezet. Dat kan middels een legboor, of doordat het wijfje met haar monddelen een gat in het blad bijt. Dit leidt tot een wondreactie van de plant, die zichtbaar blijft tot lang nadat de larve de mijn heeft verlaten. Fenusa dohrni: mijnen, elk met een […]

plaatmijn terminologie

Ook wel plaatsmijn: blaasmijn. De term, die in de oude Nederlandse mijnen-literatuur gebruikt werd, is een slordige vertaling van het Duitse “Platzmine”.

sponsparenchym terminologie

Gewoonlijk de onderste helft van de bladdikte, bestaande uit een sponsachtig weefsel; tussen de cellen zijn grote luchtkanalen. Dit weefsel dient in het bijzonder voor de aanvoer van koolzuurgas en de afvoer van zuurstof. Fagus sylvatica: dwarsdoorsnede van het blad, met palissadeparenchym en spons-parenchym.

palissadeparenchym terminologie

Een laag (meestal 1 à 3 cellen dik) van zuilvormige cellen die de bovenste deel van de bladdikte uitmaakt. Dit deel van het blad dient speciaal voor de fotosynthese, en bevat ook de meeste chlorofyl-korrels. (Varens en grassen hebben een afwijkende bladanatomie, en geen palissadeparenchym.) Fagus sylvatica: dwarsdoorsnede van het blad, met palissadeparenchym en spons-parenchym.

perforate mijn terminologie

Soms is een mijn onderzijdig of interparenchymaal, maar worden pleksgewijze ook stukjes palissadeparenchym weggevreten. Op het eerste gezicht lijk het erop of een deel van het blad door een schimmel is aangetast. In doorzicht ziet zo’n mijn er “doorzeefd” uit. Phytomyza heracleana: voorbeeld van een perforate mijn.

ovipositie terminologie

Het ei-afzetten.

oculus terminologie

Dunwandig deel van de wand van de top van een ascus, waardoor de sporen kunnen ontsnappen. Podosphaera myrtillina var. myrtillina: ascus met aan de bovenzijde op de foto de oculus

myceloid terminologie

Uiterlijk weinig verschillend van normaal ongedifferentieerd mycelium.

mondhoek terminologie

De opening aan de voorzijde van de kokertjes (“zakken”) van Coleophoridae-larven staat soms haaks op het kokertje, maar soms ook onder een min of meer schuine hoek. Die hoek heet de mondhoek.

metanotum terminologie

De dorsal zijde van metathorax, dwz het derde segment van de thorax.

mesonotum terminologie

De dorsal zijde van mesothorax, dwz het middelste segment van de thorax.

prothorax terminologie

Het eerste, voorste, segment van het borststuk (thorax).

pronotum terminologie

De dorsal zijde van prothorax.

prosternum terminologie

De ventrale zijde van prothorax.

mesaal terminologie

Gezien vanuit de mediane lijn.

larve-stadium terminologie

Er zijn gewoonlijk drie tot vijf larve-stadia, gescheiden door een vervelling.

mediaan terminologie

Op, of dichtbij, een denkbeeldige lengtelijk midden over het lichaam.

mandibel terminologie

Insecten hebben twee paar kaken: de maxillen, die dieper in de mond liggen en ingewikkeld gebouwd zijn, en de mandibels, die groot zijn en meestal voor het bijten dienen. Bij maden zijn de maxillen verdwenen, maar de mandibels zijn er nog en dans soms handig voor de determinatie. Cerodontha incisa

mala terminologie

Lobje, mesaal van de maxillaire palp (technisch de gefuseerde galea en lacinia van de maxillen). Zeugophora spec. uit Medvedev & Zajcev (1978a): Maxille, met links de maxillaire palp en rechts de mala; rechts onderaan het topje van de onderlip.

pallium terminologie

Letterlijk “mantel”, twee flapjes die bij sommige Coleophora-soorten aan weerszijden van de zak afhangen; soms, zoals bij C. kuehnella kunnen ze zelfs de hele zak bedekken. Coleophora ibipennella

parasitoid terminologie

Wanneer een sluipwesp of -vlieg een ei op een larve afzet, wordt die in de loop van tijd door de sluipwesplarve leeggegeten en gedood. Dit kan geen parasitisme worden genoemd, want een echte parasiet, zoals een vlo of luis, heeft er juist belang bij dat zijn gastheer in leven blijft. Daarom worden dergelijke “pseudoparasieten” parasitoiden […]

necrotisch terminologie

Dood of stervend (wordt gezegd van weefsel, dus bijv. een deel van een plantenblad).

legboor terminologie

Voor het afzetten van de eieren in het plantenweefsel moet een insectenwijfje wel enig geweld gebruiken. Vaak zijn de laatste segmenten van het achterlijf daarop aangepast. Meestal doordat deze segmenten zwaar gechitiniseerd en hard zijn; bijvoorbeeld bij Agromyzidae, Cecidomyiidae en Tephritidae. Bij zaafwespen, Tenthredinidae heeft de legboor de vorm van een zaagje waarmee ze een […]

onderzijdige mijn terminologie

Mijn in het spons-parenchym.

lateraal terminologie

Aan de zijkant, van opzij.

larvenkamer terminologie

Het gedeelte in een gangmijn waarin zich de larve bevindt. Uiteraard is deze vrij van frass, en geeft daardoor, ook nadat de larve verdwenen is, een indruk van de omvang van de larve.

lamina terminologie

Bladschijf.

polyfaag terminologie

Levend op twee of meer plantengeslachten die tot verschillende families behoren. Als die families sterk met elkaar verwant zijn, kan gesproken worden van “nauw polyfaag”, in het omgekeerde geval van “breed polyfaag”.

monofaag terminologie

Levend van slechts één enkel plantengeslacht. Indien dit geslacht binnen het gebied van voorkomen van een parasiet veel soorten telt, en de parasiet toch slecht op één of enkele soorten leeft, kan gesproken worden van “nauw monofaag”.

oligofaag terminologie

Levend op een beperkt aantal plantengeslachten, alle behorend tot dezelfde plantenfamilie.

kopskelet terminologie

chitineuze, X- of H-vormige structuur in de “kop” van vliegenmaden, waaraan de mandibels en de kauw-musculatuur zijn bevestigd.

jeugdzak terminologie

Coleophoriden-larvan leven in zelfgemaakte kokertjes. Sommige soorten kunnen de koker vergroeien naarmate ze groeien, maar andere maken een of twee keer een nieuwe, grotere koker. De eerste, die er vaak anders uitziet dan de latere, wordt jeugdzak genoemd. Coleophora serratella, jeugdzak Ter vergelijking de zak van de latere larve

interparenchymale mijn terminologie

Een vrij zeldzaam type van mijn, dat voorkomt bij de Agromyzidae. De mijn wordt gemaakt in het onderste deel van het palissadeparenchym en/of het bovenste deel van het spons-parenchym. Dergelijke mijnen zijn kenmerkend geelgroen van kleur.

integument terminologie

De “huid” van een larve of imago.

made terminologie

Diptera bestaan uit de muggen (Nematocera) en de vliegen (Orthocera). Muggenlarven zijn wormvormig, en hebben een duidelijke kop. Bij vliegenlarven is de kop vrijwel volledig gereduceerd; bovendien hebben ze een compacte, gedrongen bouw: maden.

imago terminologie

(mv imagines). Het volwassen, geslachtelijke en gevleugelde, insect.

vouwmijn terminologie

Een boven- of vaker onderzijdige blaasmijn, waarvan de larve (bijna altijd een gracillariide) de binnenzijde bekleedt met spinsel. Dit spinsel krimpt, waardoor de epidermis oprimpelt en de mijn steeds boller wordt (“tentiform mine” in het Engels). Omdat boven- en onderzijde van de mijn niet even dik zijn blijft de dikke zijde van de mijn min […]

hypermetamorhose terminologie

Wanneer twee opeenvolgende larve-stadia veel sterker van elkaar verschillen dan normaal het geval is, en dus de indruk wordt gewekt van een extra gedaanteverwisseling, wordt dit een hypermetamorphose genoemd. De overgang bij Gracillariidae van een sap-drinkend stadium naar een kauwend stadium, die bovendien gepaard gaat met grote veranderingen in lichaamsbouw, is een voorbeeld van hypermetamorphose.

hibernaculum terminologie

Bouwseltje waarin een insect overwintert.

helicoidaal terminologie

Slakkenhuis-vormig gewonden.

groen eiland terminologie

Onder invloed van de aanwezigheid van een bewoonde mijn kan het vergeling-proces van bladeren in het najaar geremd worden. Een vergeeld, vaak al afgevallen blad vertoont dan een groene vlek rondom de mijn.

gangmijn terminologie

Een (deel van een) mijn dat veel, minimaal 3 maal, zo lang is als breed; tegenover blaasmijn.

fytofaag terminologie

Levend van planten.

Fungi Imperfecti terminologie

Verouderd synoniem voor Deuteromycetes.

fundatrix terminologie

(mv fundatrices). Overwinterde vrouwelijke bladluizen die in het voorjaar een kolonie stichten. De fundatrix is ontstaan uit een bevrucht ei. Niet zelden induceert ze de vorming va een gal.

voldiepe mijn terminologie

Mijn waar (bijna) al het bladweefsel tussen boven- en onderepidermis is weggevreten.

frontaal aanhangsel terminologie

Median vingervormig aanhangsel op de “kop” vas sommige Agromyzidae larven. Phytomyza ilicis

frass terminologie

Uitwerpselen van plantenetende insecten.

vlekmijn terminologie

Voldiepe mijn zonder frass en mét een gaatje. Gemaakt door een larve (meestal een coleophoride) die van buiten de mijn opereert, en via het gaatje zoveel bladmateriaal wegvreet als hij bereiken kan. Coleophora serratella: typische vlekmijn, via het gaatje uitgemijnd zonder dat er frass in terecht kon komen.

fibrosine lichaampjes terminologie

Sterk lichtbrekende deeltjes in de conidia van sommige echte meeldauwen; ze doen ietwat denken aan glassplinters. Podosphaera fugax

exuvium terminologie

(mv exuvia). Vervellingshuidje.

boogsnede terminologie

Veel soorten verpoppen buiten hun mijn. Alvorens de mijn te verlaten maken ze met hun mandibels een snede in de epidermis; deze snede heeft gewoonlijk een heel constante, min of meer halfcirculaire vorm. Vaak is het een soort-kenmerk of de snede gemaakt wordt in de boven- dan wel onderepidermis. Phytomyza minuscula, verlaten mijn: verlichting van […]

erineum terminologie

(mv erinea). Gal in de vorm van abnormale beharing, vaak met verlengde en gekroesde of aan de top gezwollen haren, veroorzaakt door een aantasting van galmijten. Aceria pseudoplatani

epipharynx terminologie

Vliezige voortzetting van de bovenlip (labium), feitelijk de naar buiten uitgestulpte binnenzijde ervan. De epipharynx draagt soms een aantal gespecialiseerde, afgeplatte, setae.

pinaculum terminologie

(mv pinacula). Bij Lepidoptera-larven: kleine, vaak zwart- of bruingekleurde chitine-plaatjes waarop lange borstels staan ingeplant.

epidermale mijn terminologie

Mijn die geheel of grotendeels beperkt is tot de epidermis; heeft altijd een zilverig uiterlijk.

epidermis terminologie

De allerbovenste cellaag van het blad, in feite de huid van het blad. Het bestaat uit ietwat afgeplatte cellen zonder bladgroen. De buitenwand van de epidermis-cellen is verdikt en heet cuticula.

Drosophilidae-type terminologie

Kopskelet, typisch voor de Drosophilidae. Scaptomyza flava

echte meeldauwen terminologie

Erysiphaceae.

valse meeldauwen terminologie

Peronosporaceae.

ventraal terminologie

Aan de buikzijde, van onderen gezien.

dorsaal terminologie

Aan de rugzijde, van boven gezien.

proximaal terminologie

Dichtbij, dichtst bij het centrum.

distaal terminologie

Verst verwijderd van het centrum.

digitiform uitsteeksel terminologie

Een uitsteeksel in de vorm van een (korte) vinger.

dichotoom terminologie

Zich splitsend in twee gelijke zijtakken.

deuterogyne terminologie

Bij sommige soorten galmijten (Eriophioidea), vooral soorten die leven op houtige gewassen, treedt naast het normale type vrouwtjes (protogynen) een tweede type op, deuterogynen. Ze zijn beter bestand tegen ongunstige omstandigheden: deuterogynen zijn vaak het overwintering- en verspreidingsstadium.

cremaster terminologie

Kegelvormig uiteinde van het laatste (10e) achterlijf-segment van een vlinderpop. Vaak staan hierop uitsteeksels of doorns waarvan de vorm soort-specifiek is.

venstervraat terminologie

Beschadiging aan een blad, veroorzaakt door een larve die plaatselijk al het bladmateriaal heeft weggevreten, uitgezonderd de boven-, òf de onderepidermis. Het resultaat is een zeer transparant “venstertje”. Venstervraat doet vaak sterk aan een mijn denken, zie daarom het hoofdstukje over “pseudomijnen“. venstervraat op eenjarig bingelkruid Vooral bij een vers vraatbeeld is de dikte van […]

tars terminologie

Het meest distale deel van een insectenpoot, bestaande uit een klein aantal tarsleedjes. Aan het laatste lid zitten vaak een of twee tarsklauwjes en een hechtlapje.

tibia terminologie

Een insectenpoot bestaat uit achtereenvolgens een korte coxa (“heup”), meestel lange femur (“dij”), meestal lange tibia (“scheen”) een een aantal korte tarsleedjes.

femur terminologie

Een insectenpoot bestaat uit achtereenvolgens een korte coxa (“heup”), meestel lange femur (“dij”), meestal lange tibia (“scheen”) een een aantal korte tarsleedjes.

coxa terminologie

Een insectenpoot bestaat uit achtereenvolgens een korte coxa (“heup”), meestel lange femur (“dij”), meestal lange tibia (“scheen”) een een aantal korte tarsleedjes.

xenophagie terminologie

Letterlijk: “vreemd eten”; het optreden van een parasiet op een waardplant waaraan de soort niet is aangepast. Meestal is de plant systematisch wel min of meer verwant met de “echte” waardplant. Gewoonlijk sterft de larve voortijdig.

conidiodoma terminologie

(mv conidiodomata). Een gespecialiseerde structuur, waarop of waarin conidia worden gevormd.

conidiofoor terminologie

Al dan niet vertakte schimmel-hyphen waarop een of meer conidia worden gevormd. Peronospora radii

conidium terminologie

(mv conidia). Ongeslachtelijk gevormde, onbeweeglijke, schimmelsporen. Erysiphe deutziae

columella terminologie

(Letterlijk: zuiltje): staafvormig centraal gedeelte van door sommige brandschimmels verwoest vruchtbeginsel; het bestaat uit zowel schimmel-materiaal als materiaal van de waardplant (McTaggart ea, 2012a). Sphacelotheca hydropiperis

Deuteromycetes terminologie

(= Deuteromycota = Fungi Imperfecti) De meeste schimmels alterneren tussen een asexueel stadium, dat de anamorf wordt genoemd, en een sexueel stadium, de teleomorf. In veel gevallen is slechts een van de twee stadia bekend, if is het verband tussen de twee onbekend. Vaak komt de teleomorf maar zelden voor, of bestaat in het geheel […]

Sphaeropsidales terminologie

Deuteromycetes, subgroep Coelomycetes, waar de conidia worden gevormd in een pycnidium. Het is een kunstmatige groep, louter gebaseerd op de vorm, niet op de systematische verwantschap.

Melanconiales terminologie

Deuteromycetes van de subgroep Coelomycetes, die hun sporen aanmaken in een acervulus. Het is een kunstmatige groep, louter gebaseerd op de vorm, niet op de systematische verwantschap.

Hyphomycetes terminologie

Deuteromycota die hun conidia vormen op conidioforen die niet liggen in of op een vruchtlichaam. Het is een kunstmatige groep, louter gebaseerd op de vorm, niet op de systematische verwantschap.

Coelomycetes terminologie

Deuteromycetes die hun sporen vormen in/op een werkelijk vruchtlichaam, hetzij een acervulus (Melanconiales) of een pycnidium (Sphaeropsidales). Het is een kunstmatige groep, louter gebaseerd op de vorm, niet op de systematische verwantschap.

cocon terminologie

Van spinsel (en soms daarnaast ander materiaal, zoals frass) vervaardigd omhulling van de pop.

cleistothecium terminologie

(mv cleistothecia). Vruchtlichaampje, ascocarp, van meeldauwschimmels, Erysiphaceae. Ze zijn bolrond, gesloten, en bevatten een of enkele asci.

clavaat terminologie

Knotsvormig.

Chromalveolata terminologie

Alternatieve term voor Heterokonta.

chasmothecium terminologie

Alternatieve term voor cleistothecium.

chaetotaxie terminologie

De rangschikking van de setae (“haren”) bij insecten. De chaetotaxie ligt genetisch in hoge mate vast. De patronen zijn kenmerkend voor families, geslachten en vaak soorten. Vooral bij de determinatie van Lepidoptera-larven is de chaetotaxie, in samenhang met de plaatsing van de pinacula, van groot belang.

cf terminologie

Voluit: “confer”: vergelijk.

cephalopharyngeaal skelet terminologie

De formele term voor het kopskelet bij Diptera-larven.

callus terminologie

Ketterlijk: eelt. Weefsel dat wordt gevormd na een verwonding, bestaande uit ongedifferentieerde cellen.

caeoma terminologie

Een afwijkend type aecium, namelijk zonder peridium.

buizen van Malpighi terminologie

Excretieorganen van insecten, in functie vergelijkbaar met onze nieren. Zoals de naam aangeeft bestaat het uit een aantal dunne buizen in het abdomen.

schedezak terminologie

Een van de typen zakken die worden onderscheiden bij de Coleophoridae.

lapjeszak terminologie

Een van de typen zakken die worden onderscheiden bij de Coleophoridae. Coleophora potentillae

samengestelde bladzak terminologie

Een van de typen zakken die worden onderscheiden bij de Coleophoridae.

pistoolzak terminologie

Een van de typen zakken die worden onderscheiden bij de Coleophoridae.

zaadzak terminologie

Een van de typen zakken die worden onderscheiden bij de Coleophoridae.

spatelvormige bladzak terminologie

Een van de typen zakken die worden onderscheiden bij de Coleophoridae.

buisvormige zijden zak terminologie

Een van de typen zakken die worden onderscheiden bij de Coleophoridae.

buisvormige bladzak terminologie

Een van de typen zakken die worden onderscheiden bij de Coleophoridae.

buikmerg terminologie

Het zenuwstelsel van insecten bestaat uit hersenen, vervolgens een ring om de slokdarm, en daarna het buikmerg, dat is een dikke streng aan de buikzijde, met knopen (ganglia) op elk segment. Het is vaak opvallend duidelijk bij Nepticulidae-larvven. Stigmella plagicollella

breed polyfaag terminologie

Levend op een aantal, systematisch niet verwante plantenfamilies.

brachyblast terminologie

Kortlot, kort zijtakje, zoals bij Larix.

bovenzijdige mijn terminologie

Mijn die beperkt is tot de bovenste cellagen van het blad (dus het palissadeparenchym).

zak terminologie

Transportabel, buisvormig of zelden slakkenhuisvormig bouwseltje, uit plantaardig materiaal, zijde, zelden ook detritus, waarin een larve leeft en kan rondkruipen, en van waaruit hij vlekmijnen maakt. Meestal gemaakt door Coleophoridae-larven.

boreo-alpien terminologie

Term die wordt gebezigd voor een soort die verspreid is over de meer noordelijke delen van Europe, en die tevens voorkomt in de hogere gebergten.

secundaire vraatlijnen terminologie

Lijnpatroon in een blaasmijn, dat ontstaat bij de vorming van een secundaire blaasmijn, soms ook doordat de larve vanuit een andere positie aan het werk is in een primaire blaasmijn (Hering, 1927a, Hendel 1928a). Nemorimyza posticata

zoosporen terminologie

Beweeglijke sporen, voorzien van een zweepflagel.

frass in boogjes terminologie

Kenmerkende rangschikking van de frass-korrels, ontstaand doordat de larve de achterlijf-punt langzaam heen er weer beweegt, onderwijl etend, zich vooruit-bewegend en poepend. Dit gedrag treedt alleen op bij een aantal vlindersoorten. Stigmella hemargyrella

blaasmijn terminologie

Een mijn die niet langer dan die maal zo lang is als breed; in de Duits literatuur “Platzmine” genoemd. Staat tegenover gangmijn. Zie ook primaire en secundaire blaasmijnen.

bivoltien terminologie

Levenscyclus met twee generaties per jaar.

binucleaat terminologie

Wordt gezegd van hyphen die twee kernen bevatten. Bij Basidiomycota zijn bijna alle hyphen binuclaat. Bij de Ascomycota treden binucleate hyphen alleen op na versmelting van twee compatibele uninucleate hyphen, in de aanloop van sexuele voortplanting. Een binucleaat weefsel heet een dikaryon. Het bezit ervan een uniek gemeenschappelijk kenmerk van de Ascomycota en de Basidiomycota, […]

binnenmijn terminologie

Nadat de larve een mijn gemaakt heeft in de bovenepidermis, begint hij, binnen deze mijn, aan een nieuwe mijn, in het palissadeparenchym. Uniek verschijnsel, zie Phyllonorycter corylifoliella; een verwant gedrag wordt vertoond door de larve van Phytomyza ilicis.

biguttulaat terminologie

Conidia: met twee oliedruppeltjes.

basidium terminologie

(mv basidia). Het sporen-vormend orgaan van de Basidiomycota waarop, na reductiedeling, vier sporen ontstaan.

ascus terminologie

(mv asci). Zakvormig orgaantje dat kenmerkend is voor de grote schimmelgroep Ascomycota. In de asci worden na reductiedeling (in principe 8) ascosporen gevormd. Pseudopeziza trifolii: asci met daartussen steriele paraphysen

ascoma terminologie

(mv ascomata). => ascocarp

ascogene cel terminologie

Ascomycota: een cel waaruit zich later een ascus kan ontwikkelen. Bij Protomyces liggen ze ingebed in vergald plantenweefsel. Ze hebben een dubbele wand, waarvan de buitenste opvallend dik is.

ascocarp terminologie

Bij Ascomycota: Vruchtlichaam van een schimmel, waarin asci worden gevormd.

appressorium terminologie

(mv appressoria). Tepel- of al dan niet gelobde, schijfvormige aanhangsels aan de hyphen van echte meeldauwen (Erysiphaceae), waarmee deze zich vasthechten aan de epidermis van de waardplant. Erysiphe deutziae

apothecium terminologie

(mv apothecia). Bij Ascomycota: een ± schotelvormig orgaan waarop zich een laag asci bevindt.

apicaal terminologie

Nabij, of in de richting van de spits of top.

posterieur terminologie

Meer naar achteren

anterieur terminologie

Vooraan, naar voren; tegenover posterieur.

anamorf terminologie

Het asexuele stadium in de levenscyclus van een schimmel. In dit stadium vindt voortplanting plaats door middel van ongeslachtelijk gevormde sporen die conidia worden genoemd.

naschuivers terminologie

Het achterste paar buikpoten van Lepidoptera- en Tenthredinidae-larven. Vaak zijn langer dan de andere buikpoten, en ook kunnen ze gefuseerd zijn.

anale plaat terminologie

Sterk gechitiniseerde, donker gekleurde plaat bovenop het laatste lichaamssegment (bijvoorbeeld bij Tischeria-larven).

beiderzijdig terminologie

Aan/op zowel de onderzijde als de bovenzijde van een blad; vooral bij parasitaire schimmels een belangrijk kenmerk.

aptera terminologie

(mv apterae). De ongevleugelde vorm van bladluizen; tegenover alata.

alata terminologie

(mv alatae). De gevleugelde vorm van bladluizen; tegenover aptera.

Agromyzinae-type terminologie

Het achterste deel van het kopskelet met drie “armen” kenmerkend voor de onderfamilie Agromyzinae. Agromyza anthtracina: kopskelet

Agromyzidae-type terminologie

Kopskelet, zoals dat typisch is voor de Agromyzidae; de naar voren gerichte arm van het kopskelet is een eenvoudige staaf (heel anders dan bij de Tephritidae of Drosophilidae). Ophiomyia beckeri larve: kopskelet

aecium terminologie

(mv aecia). Het tweede stadium in de levenscyclus van roestschimmels, Pucciniales. Puccinia poarum: onderzijde van een blad met aecia kenmerkend is dat de gevormde aeciosporen als een keten worden aangemaakt alleen als het heel rustig is kan dit beeld ontstaan

aecidium terminologie

Minder vaak gebruikt equivalent voor aecium.

buikpoten terminologie

Larven van Lepidoptera en bladwespen (Tenthredinidae) hebben niet alleen drie paar poten aan het borststuk, maar op een aantal achterlijf-segmenten paren aanhangsels die op poten lijken, en een zelfde functie hebben bij de voortbeweging. Vaak hebben ze een rij of krans fijne haakjes op de top. Epermenia chaerophyllella: larve met borstpoten en buikpoten

acervulus terminologie

(mv. acervuli) Schotelvormig vruchtlichaam van een parasitaire schimmel, waarin asexuele sporen, conidia, worden gevormd. Meestal wordt het aangelegd vlak onder de epidermis van de plant, die openbarst wanneer de conidia rijp zijn.

bivoltien terminologie

Twee generaties per jaar.