Category Archives: [:en]parasite[:nl]parasiet[:]

Clepsis spectrana

Clepsis spectrana (Treitschke, 1830)

koolbladroller

polyfaag

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Acer pseudoplatanus; Artemisia maritima, vulgaris; Begonia; Betula; Capsicum annuum; Centaurea; Chamerion angustifolium; Cicuta virosa; Comarum palustre; Cyclamen; Dianthus; Epilobium hirsutum, palustre; Euphorbia palustris; Filipendula ulmaria; Fragaria ananassa; Gerbera; Glyceria maxima; Humulus lupulus; Ilex aquifolium; Iris pseudacorus; Kalanchoe; Lilium candidum; Limonium vulgare; Lysimachia; Pelargonium; Petasites hybridus; Phragmites australis; Picea sitchensis; Populus; Pyrus; Quercus; Rhododendron; Ribes nigrum; Rorippa palustris; Rosa; Rubus fruticosus, idaeus; Rumex; Salicornia; Salix x fragilis; Schoenoplectus lacustris; Scirpus sylvaticus; Symphytum officinale; Syringa; Tripolium pannonicum; Urtica dioica; Viola; Vitis vinifera.

fenologie

Bivoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia, Clepsis, costana auctorum.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a), Triberti, Longo Turri, Adami & Zanetti (2017a), Wegner (2010a).

Clepsis pallidana

Clepsis pallidana (Fabricius, 1776)

giraffemot

polyfaag

parasiet

Larven tussen samengesponen bladeren.

waardplanten

Artemisia campestris; Aster; Bupleurum falcatum; Daucus carota; Euphorbia; Filipendula ulmaria; Gnaphalium; Helichrysum; Jurinea; Lactuca serriola; Leucanthemum; Pilosella officinarum; Sedum; Solidago; Teucrium montanum; Urtica; Verbascum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia, Clepsis, strigana (Hubner, 1799).

literatuur

Disqué (1905a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Firmothrips firmus

Firmothrips firmus (Uzel, 1895)

wikketrips

op Vicia

parasiet

De tripsen leven verspreid over de plant in plooien, bladoksels etc. Hun zuigactiviteit doet de plant als geheel verkommeren; bladeren blijven klein zijn misvormd, plaatselijk verkleurd.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Vicia cracca, hirsuta, pannonica, sativa, sparsifolia, tenuifolia, tetrasperma.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Buhr (1965a), Lambinon Schneider & Feitz (2012a), Ravazzi (0000a), Roskam (2009a, 2019a), Tomasi (2014a.

Xyela obscura

Xyela obscura (Strobl, 1895)

op Pinus

parasiet

larven ontwikkelen zich in de volledig gesloten mannelijke bloeiwijzen, vretend van het pollen. Verpopping in een cocon in de bodem.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus mugo.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Blank (2002a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a).

Xyela menelaus

Xyela menelaus Benson, 1960

op Pinus

parasiet

larven ontwikkelen zich in de volledig gesloten mannelijke bloeiwijzen, vretend van het pollen. Verpopping in een cocon in de bodem.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus nigra & subsp. pallasiana.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Blank (2002a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2006a).

Xyela julii

Xyela julii (Brebisson, 1818)

op Pinus

parasiet

larven ontwikkelen zich in de volledig gesloten mannelijke bloeiwijzen, vretend van het pollen. Verpopping in een cocon in de bodem.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus sylvestris, uncinata.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Blank (2002a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a).

Xyela graeca

Xyela graeca Stein, 1876

op Pinus

parasiet

larven ontwikkelen zich in de volledig gesloten mannelijke bloeiwijzen, vretend van het pollen, gewoonlijk enkele bijeen. Verpopping in een cocon in de bodem.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus nigra subsp. laricio + pallasiana, ? sylvestris.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Blank (2002a), Liston & Späth (2005a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a).

Xyela curva

Xyela curva Benson, 1939

op Pinus

parasiet

larven ontwikkelen zich in de volledig gesloten mannelijke bloeiwijzen, vretend van het pollen. Verpopping in een cocon in de bodem.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus nigra & subsp. pallasiana.

fenologie

De poppen kunnen een tot verscheidene jaren blijven overliggen.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Blank (2002a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a) .

Xyela alpigena

Xyela alpigena (Strobl, 1895)

op Pinus

parasiet

Verscheidene larven bijeen leven in een volledig gesloten mannelijke bloem, levend ban het pollen. Verpopping in een cocon on de bodem.

waardplanten

Pinaceae, nauw monofaag

Pinus cembra.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Blank (2002a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a).

Pleroneura coniferarum

Pleroneura coniferarum (Hartig, 1837)

op Abies

parasiet

Een enkel ei wordt afgezet in de top van een zeer jonge, nog gesloten bladknop. De larve boot zich in de as van de knop en vreet deze volledig leeg. Eenmaal volgroeid kruipen ze naar buiten en verpoppen zich in de bodem in een donkerbruine cocon. De soort schijnt volledig parthenogenetisch.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Abies alba, ? borisii-regis, cephalonica.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Blank (2002a), Savina & Chevin (2012a).

Clepsis consimilana

Clepsis consimilana (Hübner, 1817)

tuinbladroller

polyfaag

parasiet

Larven is samengesponnen bladeren, levend van dood of verwelkend blad.

waardplanten

Carpinus betulus; Cotoneaster horizontalis, microphyllus; Crataegus; Hedera helix; Ligustrum vulgare; Lonicera; Malus sylvestris; Polygonum; Syringa vulgaris; Ulmus.

fenologie

Univoltien; overwintering als derde stadium larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam violet-groen; kop lichtbruin, opzij donkerder; prothoracale en anale plaat en pinacula bruin; zie Swatschek.

synoniemen

Cacoecia, Clepsis, unifasciana (Duponchel, 1843).

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Requena i Miret (1998a), Swatschek (1958a), Zlatkov & Huemer (2019a).

Pristiphora punctifrons

Pristiphora punctifrons (Thomson, 1871)

op Rosa

parasiet

Larven vrij op de bladeren. Ovipositie in tanden langs de bladrand bij nog niet ontvouwde bladeren.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Rosa canina, majalis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Beneš & Holuša (2015a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Savina & Chevin (2012a).

Pristiphora mollis

Pristiphora mollis (Hartig, 1837)

op Vaccinium

parasiet

Larven vrij op de bladeren. Ovipositie aan de basis van de tanden langs de bladrand.

waardplanten

Ericaceae, monofaag

Vaccinium myrtillus, uliginosum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

De larven kunnen rood of groen zijn. In de thorax en abdomen-segmenten 1-9 liggen aan weerszijden van het donkere ruggevat witte subcutane vetlijsten.

literatuur

Beneš & Holuša (2015a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Savina & Chevin (2012a).

Pristiphora bufo

Pristiphora bufo (Brischke, 1883)

op Larix

parasiet

Larven vrij op de naalden

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Larix decidua, x eurolepis, gmelinii, kaempferi, laricina, sibirica..

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Beneš & Holuša (2015a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a).

Clepsis senecionana

Clepsis senecionana (Hübner, 1819)

gagelbladroller

polyfaag

parasiet

Larven tussen samengeponnen bladeren.

waardplanten

Agrimonia eupatoria; Centaurea scabiosa; Clinopodium vulgare; Comarum; Convallaria; Dorycnium; Gentianella amarella; Larix; Lotus; Myrica gale; Onobrychis; Origanum vulgare; Picea; Pinus; Polygonatum; Potentilla; Vaccinium myrtillus.

fenologie

Univoltien; overwintering al larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Clepsis helvolana Frölich, 1828; Tortrix rusticana Hübner, 1799.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Graham (2014a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2003a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Aphelia paleana

Aphelia paleana (Hübner, 1793)

gele bladroller

polyfaag

parasiet

Larven in samengesponnen bladeren.

waardplanten

Abies; Caltha palustris; Centaurea; Cirsium; Colchicum; Dactylis glomerata; Elytrigia repens; Fagus sylvatica; Geranium pratense; Inula; Iris pseudacorus; Lonicera caprifolium; Luzula; Petasites albus, paradoxus; Phleum pratense; Phragmites australis; Picea sitchensis; Plantago; Quercus; Rhinanthus; Scabiosa; Tussilago farfara; Vaccinium myrtillu.

fenologie

Univoltien, overwintering als half-volgroeide larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.:]

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Lipoptycha, Tortrix, Zelotherses, paleana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Hering (1957a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a).

Pristiphora angulata

Pristiphora angulata Lindqvist, 1974

op Spiraea

parasiet

Larven vrij op de bladeren. Eieren worden afgezet in pockets op de buitenzijde van de kelkbladeren. De larven eten eerst bloemen, daarna ook bladeren.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Spiraea chamaedryfolia, salicifolia.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a).

Pristiphora melanocarpa

Pristiphora melanocarpa (Hartig, 1840)

op Betula

parasiet

Larven vrij op de bladeren. Ovipoitie-littekens in de bladrand, tussen de tanden.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

plantnaamengenus.

Dat de soort ook zou leven op Salix wordt door Prous ea onwaarschijnlijk geacht.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Beneš & Holuša (2015a), Buhr (1964b, 1965a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Roskam (2019a), Savina & Chevin (2012a).

Pristiphora pallidiventris

Pristiphora pallidiventris (Fallén, 1808)

op Filipendula, Geum, Potentilla, Rubus

parasiet

Larven vrij op de bladeren.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Filipendula ulmaria; Geum rivale, urbanum;Potentilla; Rubus chamaemorus, fruticosus, ulmifolius.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Beneš & Holuša (2015a), Haris (2018a), Liston, Jacobs & Prous (2015a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Savina & Chevin (2012a).

Syndemis musculana

Syndemis musculana (Hübner, 1799)

struikbladroller

breed polyfaag

parasiet

Larven verborgen tussen compact samengesponnen of opgerolde bladeren.

waardplanten

Achillea; Agrimonia; Betula; Calluna vulgaris; Cytisus scoparius; Eupatorium; Filipendula ulmaria; Galium; Genista; Larix; Lycopus europaeus; Lysimachia; Lythrum; Malus; Myrica; Picea; Pinus contorta; Populus tremula; Pseudotsuga menziesii; Pyrola; Quercus; Rubus idaeus; Salix; Scrophularia; Solidago virgaurea; Sorbus; Stachys; Tilia; Vaccinium.

Quercus lijkt de belangrijkste waardplant.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia musculana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Graham (2014a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Pristiphora sermola

Pristiphora sermola Liston, 1993

op Salix

parasiet

Larven vrij op de bladeren. Ovipositie: verscheidene eieren in knoppen, in ei-pockets aan de onderzijde van de bladeren, navij de bladrand.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix caprea, phylicifolia, starkeana.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a).

Pristiphora kontuniemii

Pristiphora kontuniemii (Lindqvist, 1952)

op Salix

parasiet

Larven vrij op de bladeren. Ovipositie in een grote knop, eieren aan de onderzijde van de buitenste bladeren, nabij de bladrand, in the top-deel van het blad.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix daphnoides, pentandra.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a).

Pristiphora laricis

Pristiphora laricis (Hartig, 1837)

lariksbladwesp

op Larix

parasiet

Larven vrij op de naalden

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Larix decidua, x euolepis, gmelinii, kaempferi, laricina, occidentalis, sibirica.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Beneš & Holuša (2015a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a).

Pristiphora thalictri

Pristiphora thalictri (Kriechbaumer, 1884)

op Thalictrum

parasiet

Larven vrij op de bladeren.

waardplanten

Ranunculaceae, monofaag

Thalictrum aquilegiifolium, flavum, minus.

fenologie

Verscheidene generaties; overwintering as]ls volgroeide larve in een stevige cocon.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Larve uniform gelig groen, glanzend.

literatuur

Lorenz & Kraus (1957a), Macek (2016a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2006a).

Pristiphora rufipes

Pristiphora rufipes Serville, 1823

kleine bessenbladwesp

op Aquilegia

parasiet

Larven vrij op de plant.

waardplanten

Ranunculaceae, monodaag

Aquilegia atrata, caerulea, canadensis, chrysantha, flabellata, olympica, vulgaris.

fenologie

Verscheidene generaties; de volgroeide larve overwintert in een stevige cocon.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam uniform dofgroen; zie Mcek.

literatuur

Lorenz & Kraus (1957a), Macek (2016a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a).

Choristoneura hebenstreitella

Choristoneura hebenstreitella (Müller, 1764)

reuzenbladroller

polyfaag op bladverliezende bomen en struiken.

parasiet

Larven in opgerolde bladeren.

waardplanten

Betula; Corylus avellana; Hedera helix; Malus; Myrica gale; Prunus cerasus; Pyrus; Quercus robur; Rubus idaeus; Salix caprea; Sambucus nigra; Sorbus; Ulmus; Vaccinium myrtillus.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforun; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Archips, Cacoecia, sorbiana (Hübner, 1799).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Szabóky & Csóka (2010a).

Archips rosana

Archips rosana (Linnaeus, 1758)

heggenbladroller

polyfaag op bladverliezende bomen en struiken

parasiet

Larven in ingerolde bladeren.

waardplanten

Abies; Citrus; Cornus sanguinea; Corylus avellana; Crataegus; Hippophae rhamnoides; Humulus lupulus; Ligustrum; Lonicera; Malus; Myrica gale; Prunus spinosa; Pyrus; Quercus robur; Ribes nigrum; Rosa; Rubus idaeus; Salix alba; Urtica; Vaccinium; Viburnum; Vitis.

Zelden Abies.

fenologie

Univoltien, overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia rosana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Szabóky & Csóka (2010a).

Pristiphora erichsonii

Pristiphora erichsonii (Hartig, 1837)

koloniebladwesp

op Larix

Gal

De eiereb worden in een rij afgezet in pockets nabij de top van een jonge scheut, die als gevolg op kenmerkende wijze kromt. De larven leven groepsgewijs vrij op de naalden; ze vreten een tak
geheel kaal alvorens naar een nieuwe te verhuizen. Soms veroorzaken ze een serieuze kaalvraat.

waardplanten

Pinaceae, monophagous

Larix decidua, gmelinii, kaempferi, laricina, occidentalis, sibirica.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaaam dorsaal grijsgroen, ventraal wittig; kop glimmend zwart.

literatuur

Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a).

Pristiphora borea

Pristiphora borea (Konow, 1904)

op Betula

parasiet

Larven vrij op de bladeren, vretend aan de bladrand. Ovipositie waargenomen van verscheide eieren in pockets nabij de bladrand aan de onderzijde van jonge bladeren.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Betula nana.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a).

Stephanitis pyri

Stephanitis pyri (Frabricius, 1775)

polyfaag op bladverliezende bomen en struiken

parasiet

Alle stadia leven vrij aan de onderzijde van de bladeren. Volgens Buhr veroorzaakt de zuigactiviteit aan jonge takken het ontstaan van rijtjes enkele mm grote wratjes.

waardplanten

Castanea; Chaenomeles; Cornus; Cotoneaster; Crataegus; Cydonia; Juglans; Ligustrum; Malus domestica; Malus domestica; Prunus armeniaca, cerasus, domestica, persica; Pyrus communis; Quercus; Ribes; Robinia; Rosa; Tilia; Ulmus; Vaccinium.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Alford (2014a), Buhr (1965a), Roskam (2019a), Stehlík (2002a).

Pristiphora abietina

Pristiphora abietina (Christ, 1791)

sparrenbladwesp

op Picea

parasiet

De larven leven vrij op de naalden; herhaalde aantastingen kunnen leiden tot heksenbezemachtige misvormingen

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Picea abies, obovata, pungens, sitchensis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Beneš & Holuša (2015a), von Berger & Katzensteiner (1994a), Buhr (1965a), Olenici & Olenici (2005a), Prous, Kramp, Vikberg & Liston (2017a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Roskam (2019a).

Tingis crispata

Tingis crispata (Herrich-Schäffer, 1838)

Artemisia

gal

bovengronds diffuse zuigschade.

waardplanten

Artemisia absinthium, campestris, vulgaris.

fenologie

Overwintert als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Aukema (1976a), Buhr (1964b), Grancher, Aubourg & Gargatte (2011a), Roskam (2019a), Stehlík (2002a), Tomasi (2014a), Viskens, Bruers & Vercauteren (0000a).

Archips xylosteana

Archips xylosteana (Linnaeus, 1758)

gevlamde bladroller

op bladverliezende bomen en struiken

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Abies; Acer; Alnus; Betula; Castanea; Citrus; Cornus; Corylus avellana; Crataegus; Fagus; Frangula alnus; Fraxinus excelsior; Hypericum; Juglans regia; Laburnum anagyroides; Lonicera periclymenum; Malus; Mespilus germanica; Myrica; Populus; Prunus cerasus, domestica; Pyrus communis; Quercus robur; Rubus fruticosus; Salix caprea; Sorbus aucuparia; Tilia; Ulmus minor.

fenologie

Univoktien; overwintering als ei?

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia xylosteana.

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Szabóky & Csóka (2010a).

Archips crataegana

Archips crataegana (Hübner, 1799)

meidoornbladroller

op bladverliezende bomen en struiken

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Acer; Betula; Cotoneaster; Crataegus; Frangula alnus; Fraxinus excelsior; Malus domestica; Mespilus; Populus tremula; Prunus domestica, spinosa; Pyrus; Quercus robur; Salix.

fenologie

Univoktien; overwitering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforun; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia crataegana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Archips podana

podana (Scopoli, 1763)

grote appelbladroller

polyfaag, vooral op houtige planten

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Alnus; Arctium; Betula; Clematis; Cornus mas; Corylus; Cydonia; Fagus sylvatica; Filipendula ulmaria; Fraxinus; Hieracium; Humulus; Malus domestica; Picea; Populus; Primula; Prunus avium, cerasus, domestica, padus, spinos; Pteridium aquilinum; Pyrus communis; Quercus robur; Rhododendron; Ribes nigrum; Rosa; Rubus fruticosus; Salix; Sorbus; Spiraea salicifolia; Tilia; Trifolium; Vaccinium; Vitis.

fenologie

Univoltien; overwintering als jonge larve,

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia podana.

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Choristoneura lafauryana

Choristoneura lafauryana (Ragonot, 1875)

gele gagelbladroller

vooral op Myrica

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

polyfaag

Artemisia montana; Boehmeria nivea; Forsythia; Fragaria; Glycine; Malus domestica; Medicago sativa; Myrica gale; Populus; Pyrus; Ribes; Salix; Sanguisorba officinalis; Trifolium.

Onder natuurlijke omstandigheden lijkt Myrica gale de normale waardplant.

fenologie

Univoltien; overwintering als jonge larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Archips, Cacoecia, lafauryana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Choristoneura diversana

Choristoneura diversana (Hübner, 1817)

schijfbandbladroller

polyfaag op loofbomen

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Acer campestre, platanoides; Alnus; Betula pendula; Fagus sylvatica; Lonicera caprifolium, periclymenum; Malus domestica; Populus nigra, tremula; Prunus domestica, spinosa; Pyrus communis; Quercus robur; Rhamnus cathartica; Salix aurita; Syringa vulgaris; Ulmus.

Vermeldingen van kruiden als Achillea millefolium; Ononis, Trifolium zijn minder waarschijnlijk.

fenologie

Univoltien; overwintering als jonge larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Footo’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Tortrix diversana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Choristoneura murinana

Choristoneura murinana (Hübner, 1799)

donkere schijfbandbladroller

op Abies

parasiet

Eieren worden dakpansgewijs, afgezet in een dubbele rij op de naalden. Larven tussen samengesponnen naalden.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Abies alba, cilicica.

fenologie

Univotien; overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groen; kop zwart; prothoracale plaat zwart, tweedelig; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia murinana.

literatuur

Disqué (1905a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Pandemis cinnamomeana

Pandemis cinnamomeana (Treitschke, 1830)

witsnuitbladroller

polyfaag op houtige planten

parasiet

xxxx

waardplanten

Abies alba; Acer pseudoplatanus; Betula; Larix decidua; Malus domestica; Picea sitchensis; Prunus padus; Pyrus; Quercus; Salix; Sorbus aucuparia; Vaccinium.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Synergus variabilis

Synergus variabilis Mayr, 1873

op Quercus

parasiet

Inquiline, gewoonlijk bij galwespen van de genera Andricus, Aphelonyx, Dryocosmus en Pseudoneuroterus, minder vaak ook bij de galmuggen Dryomyia circinnans en Janetia cerris.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus cerris, ithaburensis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Ceresa (2015a), Melika (2006a), Roskam (2019a), Shachar, Melika, Inbar & Dorchin (2018a), Wachi, Ide & Abe (2011a).

Rhopalomyia jaapi

“Rhopalomyia jaapi” Rübsaamen

op Artemisia

parasiet

Buhr en Roskam noemen een galmug die bij Artemisia campestris abnormaal behaarde remmingen zou veroorzaken van de stengeltoppen of zijknoppen, onder de naam Rhopalomyia jaapi. Buhr vermeldt de naam tussen aanhalingstekens. Dezelfde naam, zij het zonder beschrijving, wordt gebruikt door Jaap, met auteursnaam “Rübs. n. sp. in litt.”. De naam wordt niet genoemd in de catalogus van Gagné & Jaschhof. Alles wijst erop dat de soort nooit geldig beschreven is.

literatuur

Buhr (1964b), Gagné & Jaschhof (2014a), Jaap (1928a), Roskam (2019a).

Pandemis dumetana

Pandemis (Treitschke, 1835)

fijnmazige bladroller

polyfaag op kruiden

parasiet

Larven in bladrollen of -plooien.

waardplanten

Calystegia sepium; Centaurea; Dictamnus albus; Fragaria; Hedera helix; Lathyrus palustris; Lonicera periclymenum; Lysimachia vulgaris; Medicago sativa; Mentha; Origanum; Petasites hybridus; Quercus; Rubus caesius; Sanguisorba; Symphytum; Thalictrum lucidum; Trifolium repens; UrticaValeriana officinalis.

fenologie

Univoltien; overwintering als jonge larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Pandemis heparana

Pandemis heparana (Denis & Schifermüller, 1775)

leverkleurige bladroller

polyfaag op houtige planten

parasiet

Larven in bladrollen.

waardplanten

Betula; Fagus sylvatica; Frangula alnus; Fraxinus; Lonicera periclymenum; Malus domestica; Myrica gale; Prunus; Pyrus; Quercus; Ribes; Rubus; Salix caprea; Sorbus torminalis; Tilia; Ulmus; Vaccinium myrtillus.

Ook wel kruiden, als Anchusa; Lysimachia.

fenologie

Univoltien; overwintering als jonge larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Hemichroa australis

Hemichroa australis (Serville, 1823)

op Alnus, Betula

Hemichroa feeding pattern

Alnus glutinosa, vergelijking van het vraatpatroon van de jonge larve van H. australis (links) en dat van H. crocea (rechts) (uit Sottyk).

parasiet

Ovipositielittekens in de vorm van een geïsoleerde ovale opwelling van de bladsteel. De latere larve leeft vrij; vooral de jonge larve heeft een kenmerkend vraatbeeld, een stel slingerende sleuven.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Alnus glutinosa, viridis; Betula pendula.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Buhr (1964a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Roskam (2019a), Savina & Chevin (2012a), Sottyk (2002a).

Pandemis cerasana

Pandemis cerasana (Hübner, 1786)

kersenbladroller

poyfaag op houtige gewassen

parasiet

Larven in een opgerold blad.

waardplanten

Acer; Alnus; Berberis; Betula pendula; Carpinus betulus; Corylus avellana; Malus; Prunus spinosal Pyrus; Quercus; Rhamnus; Ribes uva-crispa; Rubus; Salix caprea; Sorbus; Symphoricarpos albus; Tilia; Ulmus minor; Vaccinium myrtillus.

Vermeldingen van kruiden als Geum urbanum; Lysimachia vulgaris zijn vermoedelijk uitzonderlijk.

fenologie

Univoltien; overwintering als ei of als jonge larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Pandemis ribeana (Hübner, 1799).

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Pandemis corylana

Pandemis corylana (Fabrcius, 1794)

hazelaarbladroller

polyfaag op houtige planten

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Amelanchier; Betula; Carpinus betulus; Cornus sanguinea; Corylus avellana; Fagus sylvatica; Frangula alnus; Fraxinus excelsior; Prunus; Quercus; Rubus.

fenologie

Univoltien; overwintering als ei?

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Eriocampa ovata

Eriocampa ovata (Linnaeus, 1758)

op Alnus

parasiet

Eieren worden middels een legboor afgezet in een tot acht toe lange rij in de bovenzijde van de hoofdnerf. Ze blijven lang herkenbaar als een reeks ovale zwellingen, ook nadat de eieren zijn uitgekomen. De larven komen aan de onderzijde van het blad naar buiten, en leven verder vrij op de blad-onderzijde. Ze zijn rups-vormig, en in alle stadia behalve het laatste bedekt met een dikke laag hagelwitte vlokkige was. Telkens voordat ze aan een deel van een blad gaan vreten worden tevoren de grote nerven doorgebeten, zodat het blad verwelkt. Voorkeur voor oudere bladeren. De soort is volledig parthenogenetisch.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Alnus glutinosa, incana.

Savina & Chevin noemen daarnaast Corylus, Frangula.

fenologie

Bivoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Beneš & Holuša (2015a), Buhr (1964a), Roskam (2019a), Pschorn-Walcher & Altenhofer (2000a), Savina & Chevin (2012a).

Synergus radiatus

Synergus radiatus Mayr, 1873

op Quercus

parasiet

Inquiline in de gallen van een groot aantal Andricus soorten, en bij enkele soorten Cynips, Neuroterus en Trigonaspis.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus canariensis, faginea, petraea, pubescens, pyrenaica, robur.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Buhr (1965a), Ceresa (2015a), Melika (2006a), Nieves-Aldrey, Gómez, Hernández Nieves & Lobo (2006a).Roskam (2019a), Tavares (1905a).

Grapholita lathyrana

Grapholita lathyrana (Hübner, 1822)

oranje spiegelmot

op Fabaceae

parasiet

De larven leven in samengesponnnen stengeltoppen.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Cytisus scoparius;Genista sagittalis, tinctoria; Spartium junceum; Ulex europaeus.

fenologie

Univoltien; de larve overwintert in een cocon in het strooisel.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit; kop geelbruin, opzij donkerder; prothoracale en anale platen geelwit; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, lathyrana; Grapholita scopariana Herrich-Schäffer, 1851.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Grapholita jungiella

Grapholita jungiella (Clerck, 1759)

gerekte haakspiegelmot

op Lathyrus, Vicia

parasiet

De larven verborgen tussen samengesponnen deelblaadjes.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Lathyrus linifolius, niger, pratensis; Vicia sepium.

fenologie

Univoltien; de larve overwintert, in een coco tussen het strooisel.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groenig wit; kop licht geelbruin, opzij donker; prothoracale plaat bruin; anale plaat bruin, donker gepuncteerd; zie Swatschek.

synoniemen

Cydia jungiella; Grapholitha, Laspeyresia, perlepidana Haworth, 1811.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Grapholita discretana

Grapholita discretana (Wocke, 1861)

v-haakspiegelmot

op Humulus

parasiet

De larve boort in de stengel; hier ook de overwintering.

waardplanten

Cannabaceae, monofaag

Humulus lupulus.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam gelig; kop zwartbruin; prothoracale plaat lichter; anale plaat klein, bruin; pinacula groot, bruingrijs; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, discretana.

literatuur

Disqué (1905a), Fazekas & Schreurs (2010a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Grapholita funebrana

Grapholita funebrana Treitschke, 1835

pruimnmot

op Prunus

parasiet

De larve tunnelt in het vruchtvlees, beginnend bij een inboor-openibng in de buurt van het steeltje,

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Prunus avium, cerasus, domestica & subsp. insititia, dulcis, japonica, persica, spinosa.

fenologie

Eén tot verscheidene generaties, afhankelijk van het klimaat; de larve overwintert.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, funebrana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Corley, Marabuto, Maravalhas ao (2009a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Grapholita nebritana

Grapholita nebritana Treitschke, 1830

blazenstruikbladroller

op Colutea

parasiet

Larven in de peulen.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Colutea arborescens.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, nebritana.

literatuur

Disqué (1905a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Grapholita orobana

Grapholita orobana Treitschke, 1830

brede haakspiegelmot

op Lathyrus, Pisum, Vicia

parasiet

Larven in de peulen.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Lathyrus linifolius, niger, palustris; pratensis; Pisum sativum; Vicia cracca, sativa, sylvatica.

fenologie

Univooltien; de larve overwintert in een cocon tussen het strooisel.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam oranjekleurig; kop, prothoracale en anale plaat en pinacula donkerbruin; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, orobana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a.

Grapholita fissana

Grapholita fissana (Frölich, 1828)

op Vicia

parasiet

Larven in de peulen.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Vicia cracca.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam wittig, dorsaal donker violet met lichte lengtelijnen; kop, prothoracale en anale plaat donkerbruin; anale plaat met twee donkere punten; zie Swatschek.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, fissana.

literatuur

Disqué (1905a), Swatschek (1958a).

Grapholita pallifrontana

Grapholita pallifrontana Lienig & Zeller, 1846

hokjespeulbladroller

op Astragalus

parasiet

Larven in de peulen.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Astragalus glycyphyllos.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve in een cocon in het strooisel.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam wittig (kort voor de verpopping karmijnrood)l kop geelbruin; prothoracale plaat donkerbruin; anale plaat bruinig; zie Swatschek.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, pallifrontana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Swatschek (1958a).

Grapholita coronillana

Grapholita coronillana Lienig & Zeller, 1846

kroonkruidbladroller

op Securigera

parasiet

Larven in de peulen.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Securigera varia.

fenologie

Inivoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam wit; tkop bruin; prothracale plaat bruin, donker gepuncteerd; anale plaat donkerbruin, daarvoor twee grote donkere stippen; pinacula bruingrijs; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, coronillana.

literatuur

Disqué (1905a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Grapholita internana

Grapholita internana (Guenée, 1845)

witvleugelbladroller

op Ulex

parasiet

Larven in de peulen.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Ulex europaeus.

fenologie

Univoltien, de larve overwintert in een cocon in de peul of tussen de bladeren.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam uiteindelijk roodachtig; lop bruin; prothoracale plaat geel tot bruinig, vaak met donkere rand; anale plaat bruinig; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Laspeyresia, internana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Hancock & Bland (2015b), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Grapholita delineana

soort auteur

op Cannabis, Humulus

parasiet

de jonge larve leeft korte tijd vrij op het blad, venstervraat veroorzakend, zelden ook minerend. Al spoedig boort hij zich in een stengel, een cm lang spoelvormige opzwelling veroorzakend.

waardplanten

Cannabaceae, oligofaag

Humulus japonicus lupulus.

In Noord Amerika een plaag op Cannabis sativa.

fenologie

Verscheidene generaties; de larve overwintert in de stengel.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam roodachtig; kop lichtbruin, opzij donerder; prothoracale en anaale plaat bruingeel; zie Swatschek.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, tetragrammana Staufinger, 1879.

literatuur

McPartland (2002a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Depressaria depressana

Depressaria depressana (Fabricius, 1775)

klein peenplatlijfje

op Daucus, etc.

parasiet

De larven leven in een spinselbuis in een door spinsel samengetrokken bloeischerm.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Bunium bulbocastanum; Daucus carota; Heracleum sphondylium; Pastinaca sativa; Pimpinella saxifraga; Seseli annuum, libanotis; Silaum silaus.

Daucus wordt het meest genoemd.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum.

literatuur

Corley, Marabuto, Maravalhas ao (2008a), Emmet & Langmaid (2002b), Kasy (1987a), Landry, Nazari, Dewaard ao (2013a), Lepiforum (2019), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Schütze (1931a).

Pseudopostega auritella

Pseudopostega auritella (Hübner, 1813)

wolfspootoogklepmot

op Lycopus

parasiet

Larven in stengelmijnen.

waardplanten

Lamiaceae, monofaag

Lycopus europaeus.

Vermoedens dat de soort met Caltha palustris zou zijn geassocieerd zijn onjuist gebleken.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Diškus & Stonis (2012a), Gielis, Huisman, Kuchlein ao (1985a), Hering (1957a), Kurz (2016a), van Nieukerken, Gielis, Huisman, ao (1993a), Szőcs (1977a), Triberti, Longo Turri, Adami & Zanetti (2017a) .

Bohemannia auriciliella

Bohemannia auriciliella (de Joannis, 1908)

goudfranjedwergmot

op Betula

parasiet

Biologie van de larve onbekend.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Betula.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Emmet (1974d), Huisman, Koster, van Nieukerken ao (2001a), Kuchlein, Bot & Wolschrijn (2000a), Laštůvka & Laštůvka (1997a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), van Nieukerken, Laštůvka & Laštůvka (2006a), Skala (1939a).

Synophrus olivieri

Synophrus olivieri Kieffer, 1898

op Quercus

parasiet

Inquiline, gastheer-soort onbekend.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus castaneifolia, ithaburensis, suber.

verspreiding binnen Europa

Soort van de gebieden ten zuiden en oosten van de Middellandse Zee, en het Midden Oosten; niet berproken in (PESI, 2019).

literatuur

Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Houard (1908a), Pénzes, Melika, Bozsóki ao (2009a), Roskam (2019a), Shachar, Melika, Inbar & Dorchin (2018a).

Dichodiplosis langeni

Dichodiplosis langeni Rübsaamen, 1910

op Prunus

parasiet

De rode larven worden aangetroffen in verdoogde vruchten; waarschijnlijk leven ze van schimmels.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Prunus domestica, spinosa.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Barnes (1948b), Gagné & Jaschhof (2014a), Möhn (1955a), Roskam (2019a), Rübsaamen (1910d, 1911e), Simova-Tošić, Skuhravá & Skuhravý (2000a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Skuhravá, Skuhravý, Skrzypczyńska & Szadziewski (2008a).

Grapholita gemmiferana

Grapholita gemmiferana Treitschke, 1835

egaalvlakbladroller

op Lathyrus

parasiet

Larven verborgen tussen de peulvormig samengesponnen blaadjes. (Berichten dat de jonge larven zouden leven in de peulen, hebben volgens Hancock & Bland alle betrekking op Cydia nigricana.)

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Lathyrus pannonicus, sylvestris.

fenologie

Univoltien, overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groenig- tot grijswit; kop lichtbruin, opzij donker; prothoracale en anale plaat en pinacula bruin; zie Swatschek.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, gemmiferana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Schüze (1931a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a).

Grapholita caecana

Grapholita caecana Schläger, 1847

op Ononis, etc.

parasiet

De larve boort neerwaarts in de stengels; de frass wordt niet uitgeworpen..

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Medicago sativa; Onobrychis viciifolia; Ononis spinosa.

fenologie

Univoltien; de larve overwintert in de stengel.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam wittig, langgerekt; kop okergeel tot geelbruin; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Laspeyresia, Grapholitha caecana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Schütze (1931a), Šumpich, Žemlička & Dvořák (2013a), Swatschek (1958a).

Grapholita lobarzewskii

Grapholita lobarzewskii (Nowicki, 1860)

kleine fruitmot

op Malus, Prunus

parasiet

De larve boort in de vruchten. Het aantastingsbeeld verschilt sterk van dat van Cydia pomonella: vlakbij de inboor-opening in vrucht bevinden zich een of twee kleinere openingen van waaruit frass wordt uitgeworpen. Bovendien maakt de larve later in de zomer een aantal korte gangetjes vlak onder de epidermis die stervormig uitstralen vanuit de inboor-opening.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Malus domestica; Prunus cerasus, domestica.

fenologie

? Bivoltien; de larve overwintert in een cocon onder losse schors e.d.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Cydia lobarzewskii; Cydia prunivorana: Bradley, Tremewan & Smith 1976.

literatuur

Biesenbaum (2010b), Bradley, Tremewan & Smith (1976a), Hancock & Bland (2015a), Kolbeck, Lichtmannecker & Pröse (2005a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Sauter & Wildbolz (1989a), Szőcs (1977a).

Grapholita janthinana

Grapholita janthinana (Duponchel, 1843)

rookkleurige fruitmot

op Crataegus, etc.

parasiet

De larve spint enkele bessen bijeen en boort zich er dan binnen, vretend van het vruchtvlees.

waardplanten

Rosaceae, ± monofaag

Crataegus.

Zelden Cotoneaster; Mespilus germanica; Sorbus.

fenologie

Univoltien; de larve overwintert in een cocoon onder losse schors e.d.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, janthinana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Pammene aurana

Pammene aurana (Fabricius, 1775)

oranje dwergbladroller

op Heracleum

parasiet

De larve boort in de vruchten, die met spinsel worden bijeengebonden.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Heracleum sphondylium.

fenologie

Univoltien; overwintert als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s on Lepiforum; zie ook Swatschek.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, aurana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cydia pomonella

Cydia pomonella (Linnaeus, 1958)

fruitmot

vooral op Rosaceae

parasiet

De larven boren in de vruchten, hoofdzakelijk eten van de zaden. Aangetaste vruchten blijven achter in de groei en rijpen voortijdig. Verpopping in een cocon buiten de vrucht.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Cydonia oblonga; Malus domestica; Prunus armeniaca, persica; Pyrus communis.

Hoofdzakelijk op appel. Het voorkomen op Juglans regia, zoals onder meer beschreven wordt door Meijerman & Ulenberg is verbazingwekkend, gegeven de geheel afwijkende structuur van de vrucht; in het verleden soms beschouwd als een aparte varieteit. Vermeldingen van Castanea sativa; Ficus carica; Sorbus aria zijn in elk geval exceptioneel.

fenologie

Bivoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Carpocapsa, Laspeyresia, pomonella. De vorm van walnoot is benoemd als Laspeyresia pomonella var. putaminana (Staudinger, 1859),

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Braggion (2013a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Kasy (1987a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Roques, Cleary, Matsiakh & Eschem (2017a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Szabóky & Csóka (2010a).

Cydia inquinatana

Cydia inquinatana (Hübner, 1800)

esdoornbladroller

op Acer

parasiet

De larven boren in de vruchten; voor de winter verlaten ze de vruchten en overwinteren in de bodem.

waardplanten

Sapindaceae, monofaag

Acer campestre, platanoides, pseudoplatanus.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, inquinatana.

literatuur

Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2005a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931), Šumpich (2011b), Swatschek (1958a).

Cydia splendana

Cydia splendana (Hübner, 1799)

gewone spiegelmot

op Castanea, Quercus

parasiet

De larven boren in de zaden; frass wordt niet uitgeworpen.

waardplanten

Fagaceae, o9ligofaag

Castanea sativa; Quercus robur, rubra.

Zelden Juglans regia.

fenologie

Univoltien; de larven overwinteren in een gesponnen cocon in de bodem.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam grijzig; pinacula wittig, kop lichtbruin; prothoracale en anale plaat gelig; foto’s op Lepiforum; zie ook Brown & Komai, Patočka & Turčáni.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Carpocapsa, Laspeyresia, splendana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Brown & Komai (2008a), Disqué (1905a [“splendidana”]), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Myczko, Dylewski, Chrzanowski & Sparks (2017a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cydia fagiglandana

Cydia fagiglandana (Zeller, 1841)

beukenspiegelmot

op Fagus, Quercus, etc.

parasiet

De larve boort in een vrucht, die uiteindelijk geheel met frass gevuld raakt; wanneer de vrucht klein is kan hij naar een nieuwe verhuizen.

waardplanten

(Betulaceae), Fagaceae, ± oligofaag

Castanea sativa; Corylus avellana; Fagus sylvatica; Quercus coccifera, ilex, robur, rotundifolia, rubra, suber.

Veel auteurs noemen uitsluitend beuk als waardplant.

fenologie

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam rose, segmenten dorsaal karmijnrood; kop lichtbruin; prothoracale en anale plaat oranjegeel; pinacula rood; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia fagiglandana; Carpocapsa grossana (Haworth, 1811).

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a) Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Brown & Komai (2008a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (1996a), Jimenez-Pino, Maistrello, Lopez-Martinez ao (2011a), Lepiforum (2019), Myczko, Dylewski, Chrzanowski & Sparks (2017a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cydia zebeana

Cydia zebeana (Ratzeburg, 1840)

dalmatierbladroller

op Larix

parasiet

Larven boren in het wondweefsel dat gevormd wordt rond en over bastwonden van de stam.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Larix decidua.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam lichtgrijs; kop zwart; prothoracale en anale plaat bruin; pinacula bruinig; zie Swatschek, maar let op mogelijke verwarring met de later beschreven millenniana.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, zebeana; Laspeyresia sanctacruciana Karpinsky & Toll, 1962.

opmerkingen

De soort is in het verleden vaak verward met Cydia millenniana; verwijzingen naar gallen hebben veelal betrekking op die laatste.

literatuur

Bösener (1966a), Buhr (1964a), Disqué (1905a), Houard (1908a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Frankliniella intonsa

Frankliniella intonsa (Trybom, 1895)

bloementrips

breed polyfaag op kruiden

parasiet

Tripsen vooral in de bloemen. De imagines leven vooral van pollen, naar de larven zuigen cellen leeg. Bloemen en ook wel jonge bladeren en vruchten raken misvormd.

waardplanten

Achillea millefolium; Allium; Anethum graveolens; Antirrhinum majus; Artemisia vulgaris; Astragalus glycyphyllos; Beta vulgaris; Brassica napus; Calendula officinalis; Capsella bursa-pastoris; Capsicum annuum; Cardaria draba; Centaurea jacea; Cichorium intybus; Cirsium arvense; Clematis recta; Colchicum autumnale; Convolvulus arvensis; Crepis jacquinii, tectorum; Cucumis melo, sativus; Cucurbita pepo; Cyanus segetum; Dahlia; Daucus carota; Dianthus; Erigeron annuus; Erysimum cheiri; Fragaria; Fuchsia; Gladiolus x gandavensis; Glycine max; Gossypium; Helianthus annuus; Hordeum murinum; Hydrangea macrophylla; Hypericum perforatum; Lathyrus tuberosus; Leucanthemum ircutianum; Lilium; Linaria vulgaris; Lycopersicon esculentum; Lythrum salicaria; Malva alcea; Matricaria chamomilla; Medicago sativa; Melilotus officinalis; Mentha; Moenchia mantica; Nerium oleander; Nicotiana tabacum; Papaver rhoeas; Pelargonium; Persicaria lapathifolia; Petunia x hybrida; Phaseolus vulgaris; Pisum sativum; Plantago altissima, lanceolata, manor; Potentilla inclinata, reptans; Ranunculus acris, arvensis, repens; Raphanus raphanistrum & subsp. landra; Rorippa sylvestris; Rosa canina; Rubus; Salvia officinalis; Sambucus ebulus, nigra; Scutellaria hastifolia; Serratula tinctoria; Silene flos-cuculi, latifolia; Sinapis arvensis; Solanum tuberosum; Solidago gigantea; Stachys annua; Tagetes patula; Taraxacum officinale; Thuja; Trifolium arvense, campestre, pratense, repens; Triticum aestivum; Verbascum; Vicia cracca, grandiflora; Viola tricolor; Zea mays.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Atakan & Özgür (000a), Buhr (1965a), Raspudić, Ivezić, Brmež & Trdan (2009a), Roskam (2919a), Ulitzka (2013a) .

Pammene gallicana

Pammene gallicana (Guenée, 1845)

pauwdwergbladroller

op Apiaceae

parasiet

De larven leven in de bloeiwijze, vretend van de samengesponnen vruchten.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Angelica sylvestris; Daucus carota; Heracleum sphondylium; Pastinaca sativa; Peucedanum palustre; Peucedanum palustre.

Schütze vermeldt ook Dipsacus fullonum; dit dient nader bevestigd.

fenologie

Univoltien; de larve overwintert in een cocon in het strooisel.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelbruin; kop donkerbruin; prothoracale en anale plaat wat lichter bruin; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, gallicana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a) , Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931), Swatschek (1958a). Wegner (2010a).

Cydia leguminana

Cydia leguminana (Lienig & Zeller, 1846)

op loofbomen

parasiet

De larve leeft in met frass gevulde spinselgang in dichtgroeiende bastwonden, vooral in het allerjongste weefsel.

waardplanten

polyfaag

Acer pseudoplatanus; Alnus; Fagus sylvatica; Ulmus procera.

fenologie

Univoltien; de larve overwintert.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit; kop roodbruin, opzij donkerder; prothoracale en anale plaat grijsbruin, donker gepuncteerd; pinacula grijsbruin; zie Swatschek.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, leguminana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cydia illutana

Cydia illutana (Herrich-Schäffer, 1851)

doffe sparspiegelmot

op Pinaceae

parasiet

De larven boren in de nog groene kegels; ook wel in Adelges– en Sacchiphantes-gallen.

waardplanten

Pinaceae, oligofaag

Abies alba; Larix decidua, gmelinii, sibirica; Picea abies, obovata; Pseudotsuga menziesii.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam gedrongen, bruingeel; kop geheel bruin; prothoracale plaat bruin; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, illutana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Cydia cosmophorana

Cydia cosmophorana (Treitschke, 1835)

bandspiegelmot

op Picea, Pinus

parasiet

Larven in bastwonden waaruit hars vloeit, en in oude harsbuilgallen van Retinia resinella.

waardplanten

Pinaceae, oligofaag

Picea abies; Pinus nigra subsp. laricio, sylvestris, uncinata.

fenologie

Univoltien, overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam gelig; kop lichtbruin; prothoracale plaat gelig; anale plaat zeer klein; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Grapholitha cosmophorana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Buhr (1965a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cydia strobilella

Cydia strobilella (Linnaeus, 1758)

kegelbladroller

op Picea, etc.

Cydia strobiella larva in Picea cone

Picea spec. © W Strong: larve in aangesneden kegel (uit Forest Genetics Council of British Columbia)

parasiet

De larve leeft in de kegel, boort zich via de as van de kegel van het ene zaad naar het ander. Alleen het wat voortijdig openstaan van de kegel verraadt de aanwezigheid van de larve.

waardplanten

Pinaceae, oligofaag

Abies alba; Picea abies, omorika; Pinus sylvestris; Pseudotsuga menziesii.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geel, kop licht- tot donkerbruin; prothoracale plaat gelig (Swatschek).

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, strobilella.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Forest Genetics Council of British Columbia (0000a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (1999a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cydia ulicetana

Cydia ulicetana (Haworth, 1811)

op Cytisus, Genista, Ulex

parasiet

Karven in de peulen, kunnen zich van de ene naar de ander verplaatsen. Verpopping in een cocon in het strooisel.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Cytisus scoparius; Genista; Ulex.

Soms Lotus corniculatus.

fenologie

Bivoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam doorschijnend grijswit; kop bruin, zijdelings donkerder; prothoracale plaat lichtbruin; pinacua zwak, lichtbruin (Hancock & Bland).

synoniemen

Door sommige bronnen beschouwd als conspecifiek met Cydia succedana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a).

Cydia oxytropidis

Cydia oxytropidis (Martini, 1912)

op Oxytropis

parasiet

Larven in de peulen

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Oxytropis pilosa.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit, bezet met witte doorntjes; kop licht- tot donkerbruin; prothoracale plaat bruining (Swatschek).

synoniemen

Laspeyresia oxytropidis.

literatuur

Kolbeck, Lichtmannecker & Pröse (2005a), Swatschek (1958a).

Cydia adenocarpi

Cydia adenocarpi (Ragonot, 1875)

op Adenocarpus

parasiet

Larven in de peulen.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Adenocarpus complicatus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam vuilwit; kop en prothoracale plaat donkerbruin; anale plaat klein, bruinig; pinacula groot, bruingrijs (Swatschek).

synoniemen

Laspeyresia adenocarpi.

literatuur

Swatschek (1958a).

Thrips atratus

Thrips atratus Haliday, 1836

zwarte trips

op Caryophyllaceae, etc.

parasiet

Tripsen vooral in de bloemen.

waardplanten

mainly Caryophyllaceae

Dactylis glomerata; Dianthus; Gypsophila fastigiata; Knautia arvensis; Lavandula latifolia; Pelargonium; Plantago; Silene latifolia; Solanum tuberosum; Spergula arvensis; Stachys annua; Stellaria alsine, graminea, holostea, media.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Taeniothrips atratus.

literatuur

Buhr (1964b, 1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Kucharczyk & Kucharczyk (2009a), Mound, Morison, Pitkin & Palmer (1976a), Raspudić, Ivezić, Brmež & Trdan (2009a), Roskam (2009a, 2019a), Ulitzka (2013a).

Thrips nigropilosus

Thrips nigropilosus Uzel, 1895

op Asteraceae, etc.

parasiet

Tripsen in de bloemen en bloeiwijzen, in mindere mate ook tussen de bladeren.

waardplanten

polyfaag, maar primair Asteraceae

Acer campestre; Achillea millefolium; Avena sativa; Chrysanthemum; Lactuca; Linum usitatissimum; Medicago sativa; Plantago lanceolata, maritima; Senecio; Sonchus arvensis; Sorghum halepense; Tanacetum; Taraxacum officinale.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Buhr (1964a), Karadjova & Krumov (2015a), Mound, Morison, Pitkin & Palmer (1976a), Raspudić, Ivezić, Brmež & Trdan (2009a) , Roskam (2009a, 2019a).

Kakothrips robustus

Kakothrips robustus (Uzel, 1895)

erwtentrips

op Fabaceae

parasiet

De tripsen leven verborgen in de bloemen; zij beschadigen de buitenzijde van het vruchtbeginsel, waardoor de latere peulen een schurftig uiterlijk krijgen.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Lathyrus sativus, tuberosus; Lotus corniculatus; Medicago sativa; Onobrychis viciifolia; Phaseolus vulgaris; Pisum sativum; Securigera varia; Trifolium pratense, repens; Vicia cracca, faba, sativa.

fenologie

Een of meer generaties; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Kakothrips pisivorus (westwood, 1880).

literatuur

Buhr (1965a), Karadjova & Krumov (2015a), Mound, Morison, Pitkin & Palmer (1976a), Raspudić, Ivezić, Brmež & Trdan (2009a), Roskam (2019a), Williams (1915a).

Iridothrips iridis

Iridothrips iridis (Watson, 1924)

op Iris

parasiet

De tripsen leven in de ondergedoken, met slijm gevulde bladscheden. Hier vindt ook de overwintering plaats, als ongevleugelde wijfjes.

waardplanten

Iridaceae, monofaag

Iris pseudacorus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Frankliniella iridis.

literatuur

Jenser (2013a), Karadjova & Krumov (2015a), Mound, Morison, Pitkin & Palmer (1976a).

Odontothrips dorycnii

Odontothrips dorycnii Priesner, 1951

op Dorycnium

parasiet

zoals alle soorten van het geslacht Odontothrips leeft deze verborgen in de bloemen van Fabaceae, en brengt schade toe aan het vruchtbeginsel.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Dorycnium pentaphyllum subsp. germanicum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Jenser & Krumov (2009a), Karadjova & Krumov (2015a).

Odontothrips loti

Odontothrips loti (Haliday, 1852)

op Fabaceae

parasiet

zoals alle soorten van het geslacht Odontothrips leeft deze verborgen in de bloemen van Fabaceae, en brengt schade toe aan het vruchtbeginsel.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Anthyllis; Dorycnium pentaphyllum subsp. herbaceum; Hippocrepis emerus; Lathyrus pratensis; Lotus corniculatus; Lupinus; Medicago sativa; Ononis; Securigera varia; Trifolium.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Buhr (1964b), Karadjova & Krumov (2015a), Lambinon Schneider & Feitz (2012a), Mound, Morison, Pitkin & Palmer (1976a), Raspudić, Ivezić, Brmež & Trdan (2009a), Roskam (2019a), Tomasi (2012a, 2014a), Ulitzka (2013a), Vîrteiu, Grozea, Ștef ao (2016a).

Odontothrips phaleratus

Odontothrips phaleratus (Haliday, 1836)

op Fabaceae

parasiet

zoals alle soorten van het geslacht Odontothrips leeft dee verborgen in de bloemen van Fabaceae, en brengt schade toe aan het vruchtbeginsel.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Lathyrus; Lotus corniculatus; Medicago sativa; Trifolium; Vicia.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Karadjova & Krumov (2015a), Mound, Morison, Pitkin & Palmer (1976a), Roskam (2019a).

Diaspidiotus bavaricus

Diaspidiotus bavaricus (Lindinger, 1912)

op Ericaceae

parasiet

Vrouwelijk schildjes op de lage, deels ondergrondse takken; ze zijn donkergrijs, bol, c 2 mm groot, met lichtbruine centrale exuvia; meestal zijn ze overgroeid door schimmels en algen, en nauwelijks te herkennen.

waardplanten

Ericaceae, oligofaag

Arbutus unedo; Calluna vulgaris; Empetrum nigrum; Erica arborea, ciliaris, cinerea, tetralix,umbellata.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Gomez-Menor Ortega (1957a), Gertsson (2011a), Jansen (1999b, 2013a), Kozár, Guignard, Bachmann ao (1994a), Malumphy (2010a), Malumphy, Ostrauskas & Pye (2010a), Masten Milek, Seljak, Šimala ao (2016a), ScaleNet (2019).

Diaspidiotus zonatus

Diaspidiotus zonatus (Frauenfeld, 1868)

op Quercus, etc.

Diaspidiotus zonatus, female scale

vrouwelijk schildje (uit Malumphy)

parasiet

Schildjes op de takken.

waardplanten

primair Fagaceae, monofaag

Quercus cerris, coccifera, ilex, infectoria subsp. veneris, ithaburensis, lusitanica, palustris, petraea, pubescens, pyrenaica, robur.

Ook wel Ceratonia siliqua; Fagus sylvatica.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Aspidiotus, Quadraspidiotus, zonatus.

literatuur

Blay Goicoechea (1992a), Buhr (1965a), Fetykó (2014a), Gertsson (2016a) , Gomez-Menor Ortega (1957a, 1960a), Hellrigl (2004a), Jansen (1999b, 2013a), Kozár, Guignard, Bachmann ao (1994a), Malumphy (2010a), Masten Milek, Seljak, Šimala ao (2016a), Roskam (2019a), Seljak (2010a), Spodek, Ben-Dov & Mendel (2013a).

Diaspidiotus ostreaeformis

Diaspidiotus ostreaeformis (Curtis, 1843)

oestervormige vruchtboomschildluis

polyfaag op houtige planten

Diaspidiotus ostreaeformis: female scale

vrouwelijk schildje (uit Allen & Malumphy)

parasiet

Vrouwelijk schildje rond, diameter 1.9 mm, donkergrijs tot zwart; vervellingshuidjes bijna ventraal, geel-oranje; onder het schildje is het lichaam oranje.

waardplanten

Acacia karroo, saligna; Aesculus hippocastanum; Alnus rubra; Betula pendula; Broussonetia papyrifera; Carpinus; Corylus avellana; Crataegus azarolus, rhipidophylla; Ficus carica, elastica; Fraxinus excelsior; Ligustrum; Malus pumila; Morus alba, nigra; Platanus occidentalis; Populus alba; Prunus avium, cerasus, domestica, persica; Pyrus communis; Quercus; Ribes nigrum; Salix; Sorbus aucuparia; Syringa vulgaris; Tilia platyphyllos; Ulmus; Wigandia caracasana.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Quadraspidiotus ostreaeformis.

literatuur

Allen & Malumphy (0000a), Blay Goicoechea (1992a), Bugila (2006a), Buhr (1964b), Fetykó (2014a), Gomez-Menor Ortega (1957a), Hellrigl (2004a), Jansen (1999b), Kozár, Guignard, Bachmann ao (1994a), Malumphy (2010a), Malumphy, Ostrauskas & Pye (2010a), Masten Milek, Seljak, Šimala ao (2016a), Mifsud, Mazzeo, Russo & Watson (2014a), Podsiadło (2006a), Roskam (2019a), Schmutterer & Hoffmann (2003a), Seljak (2010a), Tomasi (2014a).

Cydia corollana

Cydia corollana (Hübner, 1823)

op Populus

parasiet

De larve leeft in oude gallen van Saperda populnea, vretend van de groene schors.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Populus tremula.

fenologie

Univolien; overwintering als larve

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, corollana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Buhr (1965a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a).

Clepsis rurinana

Clepsis rurinana (Linnaeus, 1758)

cirkelbladroller

breed polyfaag

parasiet

Larvan in ingerolde bladeren.

waardplanten

Acer; Aconitum; Anthriscus; Arctostaphylos uva-ursi; Aster; Bupleurum falcatum; Chelidonium; Convolvulus; Corylus avellana; Euphorbia; Fagus sylvatica; Helianthemum nummularium; Lilium; Lonicera caprifolium, periclymenum, xylosteum; Quercus; Rosa canina; Rumex; Teucrium scorodonia.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia, Clepsis, semialbana Guenée, 1845.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Adoxophyes orana

Adoxophyes orana (Fischer von Röslerstamm, 1834)

vruchtbladroller

polyfaag, vooral op houtige planten

parasiet

Larve tussen samengesponnen of gevouwen bladeren.

waardplanten

Acer campestre; Alnus glutinosa; Betula pendula; Corylus avellana; Cydonia oblonga; Fagus sylvatica; Forsythia suspensa; Gossypium herbaceum;Humulus lupulus; Laburnum; Ligustrum; Lonicera caprifolium, pericylmenum, xylosteum; Malus sylvestris; Medicago; Menyanthes trifoliata; Pistacia lentiscus; Populus; Prunus armeniaca, avium, domestica & subsp. insititia, padus, persica, triloba; Pyrus communis; Ribes nigrum, rubrum, uva-crispa; Rosa canina; Rubus fruticosus. Salix caprea, viminalis; Solanum dulcamara; Symphoricarpos albus; Syringa vulgaris; Taxus baccata; Tilia; Ulmus; Vaccinium.

fenologie

Bicoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Adoxophyes, Capua, reticulana (Hübner, 1819).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock &; Bland (2015a), Huisman, Koster, Nieukerken & Ulenberg (2003a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Capua vulgana

Capua vulgana (Fabricius, 1828)

meibladroller

polyfaag op houtige planten

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Alnus glutinosa; Betula; Carpinus betulus; Corylus avellana; Quercus; Rubus idaeus; Sorbus aucuparia; Ulmus; Vaccinium myrtillus.

fenologie

Univoltien, overwintering als pop.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam grijsbruin; foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

synoniemen

Capua favillaceana Hübner, 1817.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2001a), Lepiforum (2019), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Ptycholoma lecheana

Ptycholoma lecheana (Linnaeus, 1758)

koraalbladroller

polyfaag op houtige planten

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Abies; Acer; Crataegus; Fagus; Fraxinus; Larix; Malus; Picea; Populus; Prunus avium, cerasus, padus, spinosa; Quercus; Ribes nigrum; Salix; Sorbus aucuparia; Tilia; Ulmus minor.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam dorsaal donkergroen tot grijs, met veelal opvallende pinacula; foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cacoecia lecheana.

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Lozotaeniodes cupressana

Lozotaeniodes cupressana (Duponchel, 1836)

op Chamaecyparis, Juniperus

parasiet

larven tussen samengesponnen scheuten.

waardplanten

Cupressaceae, oligofaag

Chamaecyparis; Juniperus oxycedrus & subsp, macrocarpa, phoenicea.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruin, met opvallende witte pinacula; foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

literatuur

Huertas Dionisio (2007a), Lepiforum (2019), Requena i Miret (1998a), Swatschek (1958a).

Lozotaenia forsterana

Lozotaenia forsterana (Fabricius, 1781)

gemarmerde drievlekbladroller

polyfaag

parasiet

Larve tussen samengesponnen jonge blseren.

waardplanten

n

Abies; Andromeda polifolia; Campanula; Fraxinus; Hedera helix; Larix decidua; Ligustrum; Lonicera periclymenum; Luzula luzuloides; Picea; Pinus; Prunus laurocerasus, serotina; Rhododendron tomentosum; Ribes;Rubus idaeus; Sedum; Stachys sylvatica; Vaccinium myrtillus, uliginosum, vitis-idaea.

fenologie

Univoltien, overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Tortrix forsterana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a(, Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Šumpich (2011b), Swatschek (1958a).

Paramesia gnomana

Paramesia gnomana (Clerck, 1759)

scherpbandbladroller

polyfaag

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Iris pseudacorus; Plantago; Stachys germanica, sylvatica; Taraxacum; Vaccinium myrtillus.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geel tot grijsgroen; kop bruingeel; prothoracale plaat bruin; anale plaat geelgroen; thoracale pinacula bruin, de abdominale geelgroen; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Dichelia gnomana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Periclepsis cinctana

Periclepsis cinctana (Denis & Schiffermüller, 1775)

prinsesbladroller

polyfaag

parasiet

Larve in een spinselbuis of tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Anthyllis vulneraria; Artemisia; Cytisus scoparius; Genista tinctoria; Lotus.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groenbruin, kop en prothoracale plaat zwart; anale plaat lichtbruin, donker gepuncteerd, pinacula zwart; zie Swatschek.

synoniemen

Eulia cinctana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Philedone gerningana

Philedone gerningana (Denis & Schiffermüller, 1775)

klokbladroller

polyfaag op kruiden

parasiet

Larven in een spinselbuis of tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Armeria maritima; Helianthemum; Limonium vulgare; Lotus corniculatus; Medicago minima; Myrica gale; Peucedanum; Plantago media; Potentilla erecta; Scabiosa columbaria; Vaccinium uliginosum.

Zelden Picea sitchensis

fenologie

Univolitien, overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

foto’s in Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

gerningana; Philedone geringiana: Swatschek.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Philedonides lunana

Philedonides lunana (Thunberg, 1784)

(Thunberg, 1784)

polyfaag

parasiet

Larven tussengesponnen jonge bladeren.

waardplanten

Arctostaphylos uva-ursi; Argentina anserina; Artemisia vulgaris; Calluna vulgaris; Centaurea nigra, scabiosa; Cirsium; Daucus carota; Erica; Fraxinus excelsior; Genista anglica; Larix; Mentha; Myrica gale; Ononis fruticosa;Peucedanum palustre;Picea sitchensis; Pinus contorta; Salix caprea; Silene uniflora; Smyrnium olusatrum; Trifolium pratense; Vaccinium

fenologie

Univoltien; overwintering als pop.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Fto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Amphisa, Philedone, prodromana (Hübner, 1816).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019). Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Ditula joannisiana

Ditula joannisiana (Ragonot, 1888)

op Lavandula, Santolina

parasiet

Larven tussen jonge samengesponnen bladeren.

waardplanten

polyfaag

Lavandula stoechas; Santolina.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam grijsgroen; kop zwartbruin; prothoracale plaat donkerbruin, anale plaat grijsbruin; punacula zwartbruin; zie Swatschek.

synoniemen

Hastula joannisiana.

literatuur

Corley, Marabuto, Maravalhas ao (2009a); Swatschek (1958a).

Sparganothis pilleriana

Sparganothis pilleriana (Denis & Schiffermmüller, 1775)

puntsnuitbladroller

polyfaag

parasiet

Larve tussen samengesponnen jonge bladeren.

waardplanten

Artemisia campestris; Centaurea; Clematis vitalba; Dictamnus; Genista tinctoria; Humulus; Humulus lupulus; Iris foetidissima; Limonium vulgare; Lysimachia; Malus; Narthecium ossifragum; Origanum vulgare; Plantago; Polygonatum;Pyrus communis; Rosa spinosissima; Salvia officinalis; Sedum; Stachys germanica; Tanacetum corymbosum; Vincetoxicum hirundinaria; Vitis vinifera.

fenologie

Univoltien; overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam grijzig groen, vaak met een smalle dorsale donkere lengtelijn; kop en prothoracale plaat zwartbruin; pinacula herkenbaar als lichte puntjes; zie Swatschek.

pop

Ziw Patočka & Turčáni.

synoniemen

Oenophthira pilleriana.

opmerkingen

Schadelijk in de wijnbouw.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (2000a), Kasy (1987a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1981a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Olindia schumacherana

schumacherana (Fabricius, 1787)

coureurmotje

polyfaag op boskruiden

parasiet

Larven in samengesponen bladeren

waardplanten

Ajuga; Anemone; Aquilegia vulgaris; Chrysosplenium; Ficaria verna; Lamium galeobdolon; Mercurialis perennis; Vaccinium myrtillus.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelgroen; kop geel, donkerbruin getekend; prothoracale plaat en pinacula bruinzwart; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Anisotaenia, Olindia, ulmana (Hübner, 1823).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Doloploca punctulana

Doloploca punctulana (Denis & Schiffermüller, 1775)

marmergolfbladroller

op Ligustrum

parasiet

Larven tussen samengesponnen jonge bladeren.

waardplanten

Oleaceae, monofaag

Ligustrum vulgare.

De vermelding door Schütze en Swatschek dat de soort ook zou leven op Berberis, Lonicera lijkt op zichzelf te staan.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam ventraal bleekgroen, dorsaal olijfgroen met een paar subdorsale lichtgroen lengtelijnen; kop lichtbruin, zwarte vlekjes; pronotum groenig, zwarte vlekken; pinacula onherkenbaar; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Disqué (1905a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cnephasia genitalana

Cnephasia Pierce & Metcalfe, 1915

vale spikkelspanner

polyfaag op kruiden

parasiet

Larven tussen samengesponnen bloemen.

waardplanten

Campanula; Centaurea; .Digitalis purpurea; Hieracium; Leucanthemum vulgare; Mentha; Ononis; Ranunculus; Scorzonera humilis; Senecio; Teucrium.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Geelgrijs met kleine zwarte pinacula; zie foto’s op Lepiforum.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a).

Heterarthrus vikbergi

Heterarthrus vikbergi Liston, Mutanen & Viitasaari 2019

op Populus

mijn

Onregelmatige bruine blaasmijn, aansluitend aan de bladrand. De solitaire larve verpopt in een schijfvormige cocon met een diameter van 5-7 mm; in het laboratorium viel deze vaak uit het blad.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Populus balsaminfera.

verspreiding binnen Europa

Finland.

larve

De drie sternieten elk met een bruinzwarte vlek; ook de eerste twee abdominale sternieten elk met een vage vlek.

literatuur

Liston, Mutanen & Viitasaari (2019a).

Melampsora salicina

Melampsora salicina Desmazières, 1847

op Salix

parasiet

Melampsora salicina is een verzamelterm voor alle Melampsora-soorten waarvan de telia leven op wilg.

literatuur

Gäumann (1959a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Korytnianska & Popova (2012a), Skuhravá & Skuhravý (2003a).

Cnephasia conspersana

Cnephasia conspersana Douglas, 1846

op Asteraceae (etc?)

parasiet

Larven in de uitgebloeide hoofdjes.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Antennaria dioica; Hieracium; Hypochaeris radicata; Leontodon hispidus; Leucanthemum vulgare; Pulicaria odora; Senecio; Taraxacum.

Vermeldingen van planten behorend tot andere families, zoals Dryas octopetala; Helianthemum; Rhinanthus minor; Silene uniflora; Teucrium Trifolium pratense zijn mogelijk ontstaan uit misdeterminaties van dit notoir lastige vlindergeslacht.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Corley (2005a), Hancock & Bland (2015a).

Eana penziana

Eana penziana (Thunberg, 1791)

polyfaag op lage kruiden

parasiet

Larven leven in een spinselbuis op of in de bodem, vretend aan de wortelhals.

waardplanten

Armeria maritima; Festuca ovina; Helianthemum canum; Hippocrepis; Lotus; Plantago maritima; Saxifraga rosacea.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam donkergroen; kop roodbruin; prothoracale en anale plaat, evenals de pinacula zwart.

synoniemen

Cnephasia penziana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a)Hancock & Bland (2015a), Schütze (1931a).

Eana incanana

Eana incanana (Stephens, 1852)

hoekbandbladroller

op Hyacinthoides

parasiet

De larve leeft in een spinsel in de bloeiwijze.

waardplanten

Asparagaceae, monofaag

Hyacinthoides non-scripta.

In het licht van de gespecialiseerde levenswijze van de larve zijn verwijzingen naar Leucanthemum vulgare; Salix; Vaccinium onwaarschijnlijk.

fenologie

Univoltien; overwnintering vermoedelijk als ei,

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruin; kop gelig, zwart gevlekt; prothoracale plaat zwart met een witte tekening; pinacula als donkere puntjes.

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019).

Tortricodes alternella

Tortricodes alternella (Denis & Schiffermüller, 1775)

voorjaarsbladroller

polyfaag op houtige gewassen

parasiet

Larven tussen samengesonnen bladeren.

waardplanten

Betula; Carpinus betulus; Corylus avellana; Crataegus; Hippophae rhamnoides;Prunus spinosa; Quercus; Tilia; Ulmus minor.

fenologie

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam ventraal wittig, dorsaal roodbruin met drie smalle wittige lengtelijnen; kop donkerbruin, vaak met lichte vlekken; prothoracale plaat lichtbruin, lateraal donkerbruin; pinacula geelwit; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cheimatophila, Tortricodes, tortricella (Hübner, 1796).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Swatschek (1958a).

Exapate duratella

Exapate duratella von Heyden, 1864

op Larix

parasiet

De larve leeft tussen samengesponnen naalden.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Larix decidua.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam dofgroen met twee subdorsale lichte lengtelijnen; kop geelgroen, achterzijde zwart gevlekt; prothoracale plaat groenig met kleine zwarte vlekken; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Hancock & Bland (2015a), Kovács & Kovács (2001a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a) (1958a).

Exapate congelatella

Exapate congelatella (Clerck, 1759)

winterbladroller

breed polyfaag

parasiet

Larven in samengesponnen bladeren.

waardplanten

Anthriscus; Berberis; Calluna; Chaerophyllum; Crataegus; Erica; Fragaria; Ligustrum; Malus; Myrica; Prunus spinosa; Quercus;Rhamnus cathartica; Ribes; Rubus; Salix; Syringa; Ulmus;
Vaccinium.

fenologie

Univoltien; overwintert als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam lichtgroen met twee suborsale wittige lengtelijnen (soms tussen deze lengtelijnen bruin gekleurd); kop vlekkerig lichtbruin; prothoracale plaat bleekgroen met fijne zwarte vlekjes; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Neosphaleroptera nubilana

Neosphaleroptera nubilana (Hübner, 1799)

geelkwastbladroller

op Crataegus, Malus, Prunus, etc.

parasiet

Larven in samengesponnen jonge bladeren.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Crataegus; Malus domestica; Prunus armeniaca, domestica, spinosa; Pyrus communis.

Vermeldingen van Betula behoeven bevestiging.

fenologie

Univoltien; overwintering als jonge larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bleekgroen; kop lichtbruin; prothoracale plaat lichtbruin, achterrand vaak zwartbruin gevlekt; pinacula bleekgroen; Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cnephasia nubilana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cochylimorpha woliniana

Cochylimorpha woliniana (Schleich, 1868)

op Artemisia

parasiet

De larven boren in de scheuten; daar ook de overwintering.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Artemisia absinthium.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruinig wit; kop zwartbruin; zie Swatschek.

synoniemen

Conchylis, Stenodes, woliniana.

literatuur

Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cochylis posterana

Cochylis posterana Zeller, 1847

roodtipbladroller

op distels

parasiet

Larven in de hoofdjes.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Arctium; Carduus acanthoides, nutans; Centaurea jacea; Cirsium vulgare.

fenologie

Bivoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruinig wit, vaak rood aangelopen; kop donkerbruin; prothoracale plaat bruin, zwak gerand en op de middellijn zwart gepuncteerd; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis posterana.

literatuur

Disqué (1905a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cochylidia richteriana

Cochylidia richteriana (Fischer von Röslerstamm, 1837)

zwarthoekbladroller

op Artemisia

parasiet

Larven leven in de wortels en wortelhals/

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Artemisia vulgaris.

Dat de larve ook zou leven in Achillea millefolium dient nader bevestigd.

fenologie

Bivoltien, overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit; kop lichtbruin; zie Swatschek.

literatuur

Bassi & Scaramozzino (1989a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2001a), Schütze (1931), Swatschek (1958a).

Anchinia cristalis

Anchinia cristalis (Scopoli, 1763)

rode peperboomot

op Daphne

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Thymelaeaceae, monofaag

Daphne mezereum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam donkergrijs, nauw mediane wittige lengtelijn; kop lichtbruin; prothocale plaat donkerbruin; pinacula zart, wit-omrand; zie Lepiforum.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Buvat & Nel (1999a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Šumpich, Žemlička & Dvořák (2013a), Wimmer (1991a).

Aethes languidana

Aethes languidana (Mann, 1855)

op Helichrysum

parasiet

De larve in een dubbelgevouwen blad.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Helichrysum italicum subsp. picardii.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam wittig; kop en borstpoten donkerbruin; prothoracale plaat bruin gepuncteerd; zie Swatschek.

synoniemen

Phalonidia reversana (Staudinger, 1820).

literatuur

Huertas Dionisio (2007a), Swatschek (1958a).

Eupoecilia cebrana

Eupoecilia cebrana (Hübner, 1813)

op Gnaphalium, Helichrysum

parasiet

De larven leven in een spinselbuis in de bloeiwijze.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Gnaphalium; Helichrysum arenarium.

fenologie

Bivoltien, overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit; kop zwartbruin; prothoracale plaat bruin met donkere punten; zie Swatschek.

synoniemen

Conchylis cebrana.

literatuur

Disqué (1905a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Eupoecilia sanguisorbana

Eupoecilia sanguisorbana (Herrich-Schäffer, 1856)

pimpernelsmalsnuitje

op Sanguisorba

parasiet

De larven boren in de uitgebloeide hoofdjes.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Sanguisorba officinalis.

fenologie

Univoltien.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam roodbruin; kop, prothoracale en anale plaat donkerbruin; zie Swatschek.

synoniemen

Conchylis sanguisorbana.

literatuur

Disqué (1905a), Huemer & Wiesner (1997a), Lepiforum (2019), Réal (1981a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Phtheochroa purana

Phtheochroa purana (Guenée, 1845)

op Cephalaria

parasiet

Biologie niet beschreven.

waardplanten

Caprifoliaceae, monofaag

Cephalaria leucantha.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam gelig, dorsaal roodachtig gevlekt; kop lichtbruin; prothoracale en anale plaat gelig, de laatste met donkere vlekjes (Swatschek)

synoniemen

Hysterosia purana.

literatuur

Swatschek (1958a.

Phtheochroa fulvicinctana

Phtheochroa fulvicinctana (Constant, 1893)

op Limonium

parasiet

Biologie niet beschreven.

waardplanten

Plumbaginaceae, monofaag

Limonium vulgare.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam rood-achitg met twee dorsale en twee subdorsale lichte lengtelijnen; kop. prothoracale en anale plaat bruin. Zie Swatschek.

synoniemen

Hysterosia fulvicinctana.

literatuur

Lepiforum (2019), Swatschek (1958a), Trematerra & Sciarretia (2000a).

Phtheochroa pulvillana

Phtheochroa pulvillana Herrich-Schäffer, 1851

op Asparagus

parasiet

Een aantal larven boort in de dikke stengel en wortelstok; hier vindt ook de overwintering plaats n de verpopping.

waardplanten

Asparagaceae, monofaag

Asparagus officinalis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam wittig, kop lichtbruin; zie Lepiforum, Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Hysterosia pulvillana.

literatuur

Lepiforum (2019), Mazurkiewicz, Tumialis & Pezowicz (2013a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Šumpich, Žemlička & Dvořák (2013a), Šumpich ao (2005a), Swatschek (1958a).

Phtheochroa schreibersiana

Phtheochroa schreibersiana (Frölich, 1828)

tweekleurig smalsnuitje

polyfaag ?

parasiet

De biologie is onvoldoende duidelijk, evenmin als het spectrum van de waardplanten. De larve zou aanvankelijk tussen de bladeren leven, vervolgens boren in de jonge scheuten, “die slap afhangen”.

waardplanten

Populus nigra; Prunus padus; Ulmus.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam licht geelbruin; kop geelbruin; prothoracale plaat centraal en langs de achterrand donker gepuncteerd. Zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Hysterosia schreibersiana.

opmerkingen

Schütze (1935a) vond de larve verscheidene malen in de gallen van Colopha compressa!

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a, 1935a), Swatschek (1958a), Wieser (2004a).

Melampsora deformans

Melampsora deformans Leppik, 1949

parasiet

Buhr verwijst in zijn tabellen deze naam, een roest-schimmel die heksenbezemachtige vervormingen zou veroorzaken. De naam is in de mycologische literatuur vrijwel onbekend. Gäumann veronderstelt dat deze “soort” betrekking heeft op een heksensbezem die secundair door een Melampsora is geïnfecteerd.

literatuur

Buhr (1964b, 1965a), Gäumann (1959a).

Acleris fimbriana

Acleris fimbriana (Thunberg, 1791)

op Malus,Prunus, Vaccinium

parasiet

Larven tussen samengesponen jonge bladeren.

waardplanten

Malus; Prunus spinosa; Vaccinium uliginosum.

fenologie

Bivoltien; overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam vuil-groen; kop donkerbruin; prothoracale plaat donkerbruin, vaak met donkerder rand, pinacula soms donkerbruin.

pop

Zie Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Acalla fimbriana, lubricana (Mann, 1867).

opmerkingen

In China een belangrijke plaag op appel.

literatuur

Disqué (1905a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Swatschek (1958a).

Acleris hippophaeana

Acleris hippophaeana (von Heyden, 1865)

zwartkopboogbladroller

op Hippophae

parasiet

Larve tussen samengesponnen jonge bladeren.

waardplanten

Elaeagnaceae, monofaag

Hippophae rhamnoides.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam grijswit; kop bruin, lateraal gevlekt; prothoracale plaat aan de achterzijde wat donkerder bruin (Swatschek).

synoniemen

Acalla hippophaeana.

literatuur

Disqué (1905a), Lepiforum (2019)<>/a>, Pröse (1993a), Swatschek (1958a).

Acleris quercinana

Acleris quercinana (Zeller, 1849)

eikenboogbladroller

op Quercus

parasiet

Larve tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus.

fenologie

Univoltien; overwintert mogelijk als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groen, kop en prothoracale plaat donkerbruin; sterk gelijkend op de larve van Acleris ferrugana (Swatschek).

synoniemen

Acalla quercinana.

literatuur

Diakonoff & Dorst (1982a), Disqué (1905a), Pastorális, Elsner, Kopeček ao (2013a), Pröse (1993a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Acleris effractana

Acleris effractana (Hübner, 1799)

op Salix

parasiet

Larve tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Salix cinerea, pentandra, cinerea.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Acleris stettinensis Leraut, 2003.

opmerkingen

De soort werd tot voor kort verward met Acleris emargana. Daarom bestaat er nog geen volledig beeld omtrent biologie en waardplanten-voorkeur.

literatuur

Hancock & Bland (2015a), Karsholt, Aarvik, Agassiz ao (2005a), Roweck & Savenkov (2007a), Svensson (2005a).

Acleris emargana

Acleris emargana (Fabricius, 1775)

gehakkelde bladroller

op Salix

parasiet

Larve in samengesponnen bladeren.

waardplanten

Salicaceae, oligofaag

Populus tremula; Salix caprea.

Slechts zelden op Populus tremula. Vermeldingen vam Betula zijn mogelijk slechts incidenteel.

fenologie

Unovoltien; overwintering mogelijk als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam en prothoracale plaat bleekgroen; kop bleek honingkleurig; pinacula onopvallend. Zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla emargana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Karsholt, Aarvik, Agassiz ao (2005a), Lepiforum (2019)<>/a>, Meijerman & Ulenberg (2000a), Murria Beltrán (2005a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Swatschek (1958a).

Acleris literana

Acleris literana (Linnaeus, 1758)

groene boogbladroller

op Quercus

parasiet

Larve tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus petraea, robur.

Vermeldingen van Acer, Betula, Malus, Tilia als waardplanten in een natuurlijke situatie dienen te worden bevestigd.

fenologie

Univoltien, overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groenig; kop geel; prothoracale plaat geelgroen met een donkere punt; pinacula onopvallend. Zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla literana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019)<>/a>, Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), van Roosmalen, Wijker & Knijnsberg (2013a), Schütze (1931), Swatschek (1958a).

Acleris maccana

Acleris maccana (Treitschke, 1835)

op Ericaceae, Myrica

parasiet

Larve in een spinselbuis op de bladeren.

waardplanten

Ericaceae, Myricaceae, beperkt polyfaag

Myrica gale; Rhododendron tomentosum; Vaccinium myrtillus, uliginosum, vitis-idaea.

fenologie

Univoltien, overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam licht blauwgroen; kop bruinig, zwarte vlek in de achterhoek; prothpracale plaat bruing; pinacula niet afwijkend gekleurd maar niettemin duidelijk herkenbaar.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Schütze (1931a), Wegner (2010a).

Acleris abietana

Acleris abietana (Hübner, 1822)

dennenboogbladroller

op Picea, etc.

parasiet

Larve in een ijl spinsel tussen de naalden.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Abies alba; Picea abies; Pinus sylvestris.

fenologie

Univoltien, overwintering vermoedelijk als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam grijsgroen; kop en prothoracale plaat lichtbruin; pinacula donkerbruin.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Al het Europese materiaal dat wel is toegeschreven aan Acleris nigrilineana Kawabe, 1963 is gebleken tot A. abietana te behoren (M. Mutanen in Lepiforum).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a).

Acleris lorquiniana

Acleris lorquiniana (Duponchel, 1835)

satijnboogbladroller

op Lythrum

parasiet

De larve leeft in in spinselbuis in de bloeiwijze.

waardplanten

Lythraceae, monofaag

Lythrum salicaria.

fenologie

Bvoltien, overwintering waarschijnlijk als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam doorschijnend lichtgroen, kop zeer licht bruin, prothoracale plaat niet gedifferentiëerd, pinacula niet herkenbaar.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a) , Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019)<>/a>, Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Triberti, Longo Turri, Adami & Zanetti (2017a).

Acleris rufana

Acleris rufana (Denis & Schiffermüller, 1775)

gezoomde boogbladroller

polyfaag

parasiet

Larve tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Filipendula ulmaria; Myrica gale; Populus alba, x canescens; Rhododendron groenlandicum; Rubus fruticosus, idaeus; Salix caprea; Sanguisorba officinalis; Vaccinium uliginosum; Viburnum.

fenologie

Univotien, overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bleek geelbruin; kop en prothoracale plaat kastanjebruin; pinacula wittig.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Graham (2014a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Wegner (2010a).

Acleris lipsiana

Acleris lipsiana (Denis & Schiffermüller, 1775)

grijze boogbladroller

polyfaag op houtige gewassen

parasiet

Larven in een s[insel op de bladeren.

waardplanten

Andromeda polifolia; Betula pendula; Malus sylvestris; Myrica gale; Salix caprea, repens; Spiraea; Vaccinium myrtillus,vitis-idaea.

De Engelse literatuur noemt slechts Myrica, Vaccinium, maar foto’s op Lepiforum tonen een veel breder spectrum.

fenologie

Univoltien, overwintering als iago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam slank, wittig; kop kastanjebruin; prothoracale plaat zwart, aan de voorzijde wit gerand; pincula onopvllend.

synoniemen

Acalla lipsianav.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a, Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Pröse (1993a), Schütze (1931a).

Acleris hyemana

Acleris hyemana (Haworth, 1811)

variabele heidebladroller

op (Erica), Calluna

parasiet

De larve leeft in een dicht spinsel, dat enige malen wordt vervangen.

waardplanten

Ericaceae, oligofaag

Erica; Calluna vulgaris.

fenologie

Univoltien, overwintering als imago

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bleekgroen; kop licht honingkleurig; prothoracale plaat niet gedifferentiëerd; pinacula onopvallend. Zie ook Swatschek.

synoniemen

Acalla, Acleris, mixtana (Hübner, 1813).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a, Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Lepiforum (2019), Pröse (1993a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Acleris cristana

Acleris cristana (Denis & Schiffermüller, 1775)

diamantborsteltje

op Rosaceae

parasiet

Larven in gevouwen of samengesponen bladeren.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Crataegus; Malus sylvestris; Prunus domestica, spinosa; Pyrus communis; Rosa; Sorbus aria, sambucifolia.

Verwijzingen naar Carpinus betulus; Salix caprea; Ulmus zijn onwaarschijnlijk.

fenologie

Univoltien, overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bleek groen; kop bruin; prothoracale plaat bruin tot zwart, achterrand donkerder; pinacula onopvallend.

pop

Zie Patočka & Turčáni (2005a).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (2000a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Requena i Miret (1998a), Schütze (1931a).

Acleris hastiana

Acleris hastiana (Linnaeus, 1758)

kameleonbladroller

op (Populus), Salix

parasiet

Larven in ingerolde of samengesponnen bladeren.

waardplanten

Salicaceae, oligofaag

Populus alba; Salix alba, aurita, caprea, cinerea subsp. oleifolia, x fragilis, repens, viminalis.

Vermeldingen van Andromeda polifolia; Prunus spinosa; Rhamnus frangula; Vaccinium uliginosum zijn onwaarschijnlijk.

fenologie

Bivoltien, overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groenig-wit; kop glanzend bruinzwart; prothoracale plaat donkerbruin maar min of meer uitgebreid wit aan de voorzijde; pinacula onopvallend. Zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla hastiana.

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Cleve (1979a), Diakonoff & Dorst (1982a, Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huertas Dionisio (2007a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Requena i Miret (1998a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Acleris umbrana

Acleris umbrana (Hübner, 1799)

splinterboogbladroller

polyfaag op houtige gewassen

parasiet

Larve tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Alnus glutinosa; Carpinus betulus; Cornus sanguinea; Crataegus; Prunus avium, padus, spinosa; Salix caprea; Sorbus aucuparia.

Alleen de relatie met sleedoorn is door een recente kweek bevestigd; alle andere relaties moeten als twijfelachtig worden beschouwd.

fenologie

Eén of twee generaties; het imago overwintert.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam lichtgroen; kop en prothoracale plaat zwart, laatste met mediane sulcus; mesonotum met twee zwarte ± ovale platen.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Pröse (1993a).

Acleris logiana

Acleris logiana (Clerck, 1759)

witte boogbladroller

op Betula

parasiet

Larve in samengevouwen bladeren.

waardplanten

Betulaceae, monofaag

Betula dahurica, pendula, platyphylla.

fenologie

Univoltien; overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam transparant groenig-wit; kop donkerbruin; prothoracale plaat groenigwit met lateraal een grote driehoekige donkerbruine vlek; pinacula niet herkenbaar. Zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla niveana (Fabricius, 1787).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a, Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Acleris kochiella

Acleris kochiella (Goeze, 1783)

iepenbladroller

op Ulmus

parasiet

Karve tussen samengesponnen bladeren of in een dubbelgevouwen blad.

waardplanten

Ulmaceae, monofaag

Ulmus glabra, minor.

fenologie

Bivoltien; overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groen; kop en prothoracale plaat donkerbruin; pinacula lichtgekleurd. Zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni

synoniemen

Acalla boscana (Fabricius, 1794).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Requena i Miret (1998a), Schütze (1931), Swatschek (1958a).

Acleris permutana

Acleris permutana (Duponchel, 1836)

rozenboogbladroller

op Rosa

parasiet

:arve tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Rosaceae, ? monofaag

Rosa spinosissima.

Vermeldingen van Prunus spinosa dienen te worden bevestigd.

fenologie

Univoltien; overwintering als ei?

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelgroen; kop lichtbruin, opzij donkerder; prothoracale plaat lichtbruin, opzij gevlekt; alleen thoracale pinaculae herkenbaar, bruin.

synoniemen

Acalla permutana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a) , Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Pröse (1993a), van Roosmalen, Wijker & Knijnsberg (2013a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Acleris variegana

Acleris variegana (Denis & Schiffermüller, 1775)

witschouderbladroller

polyfaag

parasiet

Larven in samengesponnen bladeren of in een bladvouw.

waardplanten

Vooral op houtige gewassen, in het bijzonder Rosaceae

Berberis; Carpinus betulus; Colutea gracilis; Corylus avellana;Crataegus; Cydonia; Dasiphora fruticosa; Hylotelephium maximum; Malus domestica; Populus tremula; Prunus armeniaca, avium, cerasus, domestica, dulcis, spinosa; Pyrus communis; Rhamnus cathartica; Rosa; Rubus idaeus; Salix; Sanguisorba minor; Ulmus; Vaccinium myrtillus, vitis-idaea.

fenologie

Univoltien, overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam doorschijnen groenig-bruinig; kop en prothoracale plaat honingkleurig; pinacula onopvallend. Zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla varieganav.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Disqué (1905), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993q), Requena i Miret (1998a), Swatschek (1958a).

Acleris shepherdana

Acleris shepherdana (Stephens, 1852)

spireaboogbladroller

op Filipendula etc.

parasiet

Larven tussen samengesponnen blaadjes.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

? Alchemilla; Aruncus dioicus; Filipendula ulmaria; Sanguisorba officinalis.

fenologie

Univoltien; overwintering vermoedelijk als jonge larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groen, kop geelbruin; prothoracale plaat grijzig met donkere achterrand; pinalcula onopvallend; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla sheperdana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1981a, 1993a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Acleris ferrugana

Acleris ferrugana (Denis & Schiffermüller, 1775)

lichte boogbladroller

op Quercus

parasiet

Larve tussen twee samengesponnen bladeren.

waardplanten

Fagaceae, ? monofaag

? Fagus sylvatica; Quercus robur.

Zie de discussie voor Erwin Rennwald op Lepiforum.

fenologie

Univoltien of bioltien, overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam doorschijnend lichtgroen; kop en prothoracale plaat bruin tot zwart; pinacula onopvallend. Zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla ferrugana; Acalla litharyrana (Herrich-Schäffer, 1851).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a, Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993q), Swatschek (1958a), Szabóky & Csóka (2010a).

Acleris aspersana

Acleris aspersana (Hübner, 1817)

bruingele boogbldroller

polyfaag

parasiet

Larve in een gevouwen blad of tussen enkele samengesponnen bladeren.

waardplanten

vooral kruidachtige Rosaceae, Cistaceae

Alchemilla vulgaris; Aruncus dioicus; Comarum palustre; Dryas octopetala; Filipendula ulmaria;Fragaria vesca; Geum; Helianthemum nummularium & subsp. obscurum; Malus sylvestris; Potentilla argentea, erecta, recta; Sanguisorba minor, officinalis.

Malva sylvstris, genoemd door Diakonoff & Dorst, is niet waarschijnljk.

fenologie

Univotien; overwintering vermoedelijk als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam doorschijnend lichtbruin tot -groen; kop en prothoracale plaat honingkleurig, pinacula onopvallend. Zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla aspersana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993q), Rennwald in Lepiforum (2019), Swatschek (1958a).

Acleris rhombana

Acleris rhombana (Denis & Schiffermüller, 1775)

gehoekte boogbldroller

op houtige Rosaceae

parasiet

De larven boren aanvankelijk in de knoppen; kort daarna leven ze in samengesponnen jonge bladeren.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Crataegus; Malus; Prunus laurocerasus, maahaleb, spinosa; Pyrus communis; Rosa; Sorbus.

Naar verluidt zelden ook Corylus; Quercus.

fenologie

Univoltien, overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam vuilgroen; kop bruin, posterolateraal zwart gevlekt; prothoracale plaat bruin, pinacula onopvallend. Zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla, Acleris, contaminana (Hübner, 1799).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a) , Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993q), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Acleris sparsana

Acleris sparsana (Denis & Schiffermüller, 1775)

esdoornboogbldroller

polyfaag

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Acer campestre, pseudoplatanus; Carpinus betulus; Fagus sylvatica; Quercus robur; Rubus idaeus; Sorbus aucuparia.

fenologie

Uivoltien; overwintering als imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam, pinacula en anale plaat groen; kop groenbruin; prothoracale plaat groen, lateraal zwart getekend. Zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla sponsana (Fabricius, 1787).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993q), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Acleris caledoniana

Acleris caledoniana (Stephens, 1852)

breed polyfaag

parasiet

Larven in samgengesponen bladeren.

waardplanten

Alchemilla alpina; Comarum palustre; Myrica gale; ? Pinus contorta; Potentilla erecta; Rubus chamaemorus; Vaccinium myrtillus, vitis-idaea.

fenologie

Univoltien, overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam en prothoracale plaat groen; kop kop geelbruin met postero-lateraal een zwarte tekening.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Graham (2014a), Hancock & Bland (2015a).

Acleris laterana

Acleris laterana (Fabricius, 1794)

variabele driehoekbladroller

polyfaag?

parasiet

Larven tussen samengesponnen bladeren.

waardplanten

Rhododendron; Vaccinium myrtillus.

Dit zijn de enige min of meer waarschijnlijk waardplanten. Daarnaast zijn er vermeldingen van de volgende incoherente mix: Crataegus; Filipendula ulmaria; Populus; Prunus; Rosa; Rubus; Salix; Sorbus; Symphytum officinale.

fenologie

Univoltien; overwintering als larve of imago.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bleekgroen; kop geelbruin, lateraal zwart-gevlekt; prothoracale plaat geelbruin, achterrand met een zwartbruine vlek; pinacula en anale plaat onopvallend. Zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acleris latifasciana Haworth, 1811.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a, Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993q), Swatschek (1958a).

Acleris comariana

Acleris comariana (Lienig & Zeller, 1846)

okergele driehoekbladroller

op kruidachtige Rosaceae

parasiet

Larven tussen samengevouwen bladeren.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Comarum palustre; Fragaria vesca; Geum rivale.

Verwijzingen naar Rhododendron; Salix dienen te worden bevestigd.

fenologie

Bivoltien; overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruingeel; kop geel, zijdelings zwart-gevlekt; prothoracale plaat geelbruin met zwarte achterrand; pinacula bruin.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Diakonoff & Dorst (1982a), Hancock & Bland (2015a), Kozlov & Kullberg (2010a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Pröse (1993a), Swatschek (1958a).

Acleris holmiana

Acleris holmiana (Linnaeus, 1758)

rode driehoekbladroller

op houtige Rosaceae

parasiet

larven tussen samengesponnen bladeren of aan de onderzijde onder een spinsel.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Cotoneaster; Crataegus; Cydonia; Malus domestica; Prunus spinosa; Pyrus;? Rosa; Rubus.

Schütze vermoedt dat vermeldingen van Rosa ontstaan zijn door verwarring met Acleris bergamnniana.

fenologie

Univoltien; overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geel tot wit; kop en prothoracale plaat bruin, zwart gevlekt; anale plaat en pinacula kleurloos (Swatschek).

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Acalla, Croesia, holmiana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schüztze (1931a), Swatschek (1958a).

Acleris forsskaleana

Acleris forsskaleana (Linnaeus, 1758)

kleine boogbladroller

op Acer

parasiet

Larven in samengesponen jonge bladeren en bloemen, later in samengevouwen bladeren.

waardplanten

Sapindaceae, monofaag

Acer campestre, platanoides, pseudoplatanus.

fenologie

Univoltien;overwintering als jonge larve.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit, kop, prothoracale en anale plaat bleek groenig, pinacula onopvallend. Zie voorts Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Chroesia, Croesia, Tortrix, forsskaleana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Acleris bergmanniana

Acleris bergmanniana (Linnaeus, 1758)

gouden boogbladroller

op Rosa

parasiet

De larve leeft tussen samengesponnen jonge bladeren en bloemknoppen.

waardplanten

Rosaceae, monofaag

Rosa canina, pendulina, rugosa, spinosissima.

Vermeldingen van Frangula alnus; Rhamnus cathartica dienen nader te worden bevestigd.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit; kop, prothoracale en anale plaat zwart; pinacula onopvallend.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Chroesia, Croesia, Tortrix, bergmanniana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schürze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2019a).

Aleimma loeflingiana

Aleimma loeflingiana (Linnaeus, 1758)

zonnesproetbladroller

op Quercus

parasiet

De larven leven vrij in ingerolde bladeren.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus.

Vermeldingen van Acer, Carpinus betulus betreffen waarschjijnlijk uitzonderingsgevallen.

fenologie

Univoltien; overwintering als ei.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Tortrix loeflingiana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Tortrix viridana

Tortrix viridana Linnaeus, 1758

groene eikenbladroller

op Quercus

parasiet

De jonge larven boren in knoppen, maar al snel leven ze vrij onderzijde van een gevouwen of ingerold blad. In sommige jaren buitengewoon talrijk.

waardplanten

Fagaceae, monofaag

Quercus canariensis, petraea, pubescens, robur, suber.

Vooral in jaren dat de soort massaal optreedt kunnen larven ook gevonden worden op andere soorten bomen.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groen; kop bruinzwart; prothoracale en anale plaat bleekbruin tot groen. Pinacula bruin, soms deels groenbruin (Swatschek)

puparium

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Mannai, Ezzine & Ben Jamâa (2018a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Spatalistis bifasciana

Spatalistis bifasciana (Hübner, 1787)

azuurbladroller

polyfaag

parasiet

Volgens verscheidene oudere bronnen boren de larven in bessen. Volgens recente Engelse waarnemingen echter leven de larven van verdorde bladeren van eiken en tamme kastanje.

waardplanten

Cornus mas; Ligustrum vulgare; Rhamnus cathartica; Vaccinium myrtillus, uliginosum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geel met grote violette pinacula; kop, prothoracle en anale plaat bruin, donker gerand (swatschek).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (2000a), Šumpich (2011a), Swatschek (1958a).

Thiodia citrana

Thiodia citrana (Hübner, 1799)

citroenbladroller

op Achillea, etc.

parasiet

De larven leven in een spinsel op de bloeiwijze, de hoofdjes samen nemend, Ook boort de larve sons in de bloemsteel. Overwintering en verpopping in en cocon tussen het strooisel.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Achillea cretica, millefolium; Artemisia campestris, vulgaris; Cota tinctoria; Tanacetum vulgare.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Semasia citrana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Schutze (1931a), Wimmer (1991a).

Eriopsela quadrana

Eriopsela quadrana (Hübner, 1813)

stuifmeeelbladroller

op Solidago

parasiet

Een grondblad is in de lengte naar boven gevouwen, zodat een galachtig uitziende buis ontstaat. De larve binnenin verricht schaafvraat, zonder de onderepidermis te beschadigen. Overwintering en verpopping in een cocon tussen het strooisel

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Solidago virgaurea.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Steganoptycha quadrana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Wullaert (2017a).

Enarmonia formosana

Enarmonia formosana (Scopoli, 1763)

schorsboorder

op Rosaceae

parasiet

De larve boort in de schors, vooral de dikke schors van oudere bomen, nabij de boomvoet en op plaatsen waar de schors door eerdere verwonding of kankers gezwollen is. De aanwezigheid van de larve op zijn beurt veroorzaakt loslating van de schors em gom-vorming. Roodbruine frass in schorsspleten verraadt de aanwezigheid van de larve.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Cydonia; Malus domestica; Prunus armeniaca, avium, cerasifera, cerasus, domestica, dulcis, laurocerasus, persica, serrulata; Pyracantha; Pyrus communis; Sorbus

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Zie Patočka & Turčáni (2005a).

synoniemen

Grapholitha woeberiana (Denis & Schiffermüller, 1775).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Buhr (1965a), Dang & Parker (1990a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Patočka & Turčáni (2005a).

Incurvaria vetulella

Incurvaria vetulella (Zetterstedt, 1839)

op Vaccinium

mijn

Ovipositie middels een legboor, dus geen ei zichtbaar. De larve maakt een kleine blaasmijn. Al na de eerste vervelling maakt de larve een min of meer ovale uitsnede uit de mijn. Hierin verpakt laten ze zich op de grond vallen, en leven daar verder van dor bladmateriaal.

waardplanten

Ericaceae, monofaag

Vaccinium myrtillus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

opmerkingen

Gebergtesoort.

literatuur

Arbeitsgemeinschaft Microlepidoptera Bayern (2011a), Burmann (1943b), Junnilainen, Buchner, Kaitila & Mutanen (2019a), Kovács & Kovács (2000a), Kurz (2016a), Laštůvka & Laštůvka (2017a).

Paraclemensia cyanella

Paraclemensia cyanella (Zeller, 1850)

op Acer

mijn

Ovipositie middels een legboor, dus geen ei zichtbaar. De larve maakt een kleine blaasmijn. Al na de eerste vervelling maakt de larve een min of meer ovale uitsnede uit de mijn. Hierin verpakt laten ze zich op de grond vallen, en leven daar verder van dor bladmateriaal.

waardplanten

Sapindaceae, oligofaag

Acer campestre, monspessulanum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Baldizzone, Varalda & Donato (2010a), Kovács & Kovács (2000a), Wieser (2004a).

Celypha rurestrana

Celypha rurestrana (Duponchel, 1843)

grauwe lijnbladtoller

op Hieracium

parasiet

De larve boort in de penwortel.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Hieracium umbellatum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Oletreutes lucivagana (Lienig & Zeller, 1846).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Schütze (1931a).

Celypha striana

Celypha striana (Denis & Schiffermüller, 1775)

paardenbloembladroller

op Taraxacum

parasiet

Aanvankelijk leeft de larve onder een spinsel buiten op de penwortel, later boort hij zich erin; het kan de dood van de plant tot gevolg hebben.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Taraxacum officinale.

Het voorkomen op Plantago lanceolata dient nader bevestigd.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Olehreutes striana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Corley, Rosete, Gonçalves ao (2016a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b) .

Piniphila bifasciana

Piniphila bifasciana (Hawoth, 1811)

tweebandbladroller

op Pinus

parasiet

De larve boort in jonge takken en in mannelijke bloeiwijzen.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus pinaster, sylvestris.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Olethreuetes bifasciana.

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Requena i Miret (1998a).

Lobesia botrana

Lobesia botrana (Denis & Schiffermüller, 1775)

druivenbladroller

polyfaag

parasiet

De larven spinnen de bloeiwijze bijeen en boren zich in de vruchten.

waardplanten

Berberis vulgaris; Clematis vitalba; Cornus sanguinea; Daphne gnidium; Hedera helix; Ligustrum vulgare; Lonicera; Ribes; Viburnum lantana; Vitis vinifera.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Polychrosis botrana.

opmerkingen

samen met Eupoecilia ambiguella een belangrijke plaag in de wijnbouw

literatuur

Abd El-Monsef Ahmed Ibrahim (2004a), Bradley, Tremewan & Smith (1979a) , Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Huertas Dionisio (2007a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a).

Zelkovaphis trinacriae

Zelkovaphis trinacriae Barbagallo, 2002

op Zelkova

gal

De bladeren aan het einde van een scheut zijn bleek, verdikt en schelpvormig; ze overlappen en vormen een bolvormig rozet. Luizen bruinzwart; het hele nageslacht van de fundatrix is gevleugeld.

waardplanten

Ulmaceae, nauw monofaag

Zelkova sicula.

verspreiding binnen Europa

Sicilië.

literatuur

Aphid Species File (2019), Barbagallo, Cocuzza & Suma (2009a), Blackman & Eastop (2019), Campo, Mazzeo, Nucifora ao (2018a).

Endothenia quadrimaculana

Endothenia quadrimaculana (Hawoth, 1811)

paardenkopbladroller

op Mentha, Stachys

parasiet

De larve boort in de wortelhals en wortelstok; hier ook de overwintering en de verpopping.

waardplanten

Lamiaceae, oligofaag

Mentha spicata; Stachys palustris.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Olehreutes antiquana (Hübner, 1822).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Lepiforum (2019), Schutze (1931a).

Endothenia ericetana

Endothenia ericetana (Humphreys & Westwood, 1845)

andoornkuifbladroller

op Mentha, Stachys

parasiet

Larven boren in de wortelstok.

waardplanten

Lamiaceae, oligofaag

Mentha arvensis; Stachys palustris, ? sylvatica.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Olethreutes ericetana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Schütze (1931a).

Endothenia nigricostana

Endothenia nigricostana (Haworth, 1811)

donkere kuifbladroller

op Stachys

parasiet

De larve boort in de stengel; overwintering in de wortelhals of wortelstok, verpopping in de stengel.

waardplanten

Lamiaceae, oligofaag

Lamium; Stachys palustris, sylvatica.

Robbins noemt nog Stachys officinalis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Olethreutes nigricostana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Huisman, Kuchlein, van Nieukerken ao (1986a), Lepiforum (2019), De Prins & Steeman (2013a), Robbins (1991a), Schütze (1931a)m Šumpich (2011a).

Endothenia ustulana

Endothenia ustulana (Haworth, 1811)

zenegroenbladroller

op Ajuga

parasiet

De larve boort aanvankelijk in de wortelstok, overwintert daar, en bort vervolgens in de stengel; aangetaste planten blijven sterk achter in hun ontwikkeling.

waardplanten

Lamiaceae, monofaag

Ajuga reptans.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Hancock & Bland (2015b), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Huisman, Koster, Nieukerken & Ulenberg (2003a). Lepiforum (2019), Robbins (1991a).

Epiblema turbidana

Epiblema turbidana (Treitschke, 1835)

hoefbladzadelmot

op Petasites

parasiet

De larven boren in de wortelhals en in de wortels. Daar ook de overwintering; de verpopping volgt in een cocon in de aarde.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Petasites albus, hybridus, ? pyrenaicus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Hancock & Bland (2015b), Huisman & Koster (1999a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Huisman, Koster, Nieukerken & Ulenberg (2003a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a).

Chromatomyia linnaeae

Chromatomyia linnaeae Griffiths, 1974

op Linnaea

mijn

nauw gangetje, snel overgaand in en overlopen door een onregelmatige bovenzijdige blaasmijn die een groot deel van het blaadje beslaat. Frass in verspreide korrels. Puparium in de mijn; de voorspiracula steken door de bovenepidermis naar buiten.

waardplanten

Caprifoliaceae, monofaag

Linnaea borealis.

verspreiding binnen Europa

Noordelijk Finland, Zweden; beschreven uit Canada..

literatuur

Griffiths (1974a), Itämies (1995a).

Endothenia marginana

Endothenia marginana (Haworth, 1811)

scherpe kuifbladroller

polyfaag

parasiet

De larven leven op de bloeiwijze, vretend van de zich ontwikkelende vruchten.

waardplanten

Galeopsis; Gentiana pneumonanthe; Pedicularis palustris, sylvatica; Plantago lanceolata; Rhinanthus minor;.

Blijkens foto’s van Rudolf Bryner in Lepiforum (2019) leeft de larve, evenals die van E. gentianaena, ook als boorder in het centrum van de hoofdjes van Dipsacus fullonum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Hancock & Bland (2015b), Heckford (2010a), Koster & van Nieukerken (1998a), Laasonen & Laasonen (1995a).

Endothenia oblongana

Endothenia oblongana (Haworth, 1811)

kust-kuifbladroller

op Plantago (etc.?)

parasiet

De larven boren in de wortels.

waardplanten

polyfaag?

Knautia arvensis; Plantago lanceolata.

Vermeldingen van andere planten, zeker waar het verwijzingen naar de hoofdjes betreft, verdienen nadere bevestiging: Centaurea jacea, nigra; Cirsium oleraceum, palustre; Dipsacus fullonum; Galeopsis; Odontites vernus, vulgaris; Pedicularis; Scabiosa; Stachys officinalis; Succisa; Verbascum thapsus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Olethreutes oblongana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Heckford (2010a), Koster & van Nieukerken (1998a), Laasonen & Laasonen (1995a).

Endothenia gentianaeana

Endothenia gentianaeana (Hübner, 1799)

kaardebolbladroller

op Dipsacus

parasiet

Een solitaire larve leeft in het inwendige van het hoofdje of de bloemsteel er vlak eronder, vretend van het merg; hier ook de overwintering en verpopping.

waardplanten

Caprifoliaceae, monofaag

Dipsacus fullonum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Olethreutes gentianaeana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2003a, 2004a), Koster & van Nieukerken (1998a).

Bactra furfurana

Bactra furfurana (Haworth, 1811)

getekende biesbladroller

op Eleocharis, Juncus

parasiet

De larve leeft als stengelboorder; ook de pop bevindt zich in de stengel, in een ijle cocon. Aangetaste stengels vergelen.

waardplanten

Cyperaceae, Juncaceae, beperkt polyfaag

Eleocharis palustris; Juncus conglomeratus.

Vermeldingen van Schoenoplectus lacustris zijn niet juist (Hancock & Bland).

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Martin & Stoecklin (2014a).

Myelois circumvoluta

Myelois circumvoluta (Fourcroy, 1785)

distelhermelijntje

op distels

parasiet

De larven ontwikkelen zich in de hoofdjes; eenmaal volgroeid dalen ze af in de stengel eronder voor de overwintering en verpopping.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Arctium; Carlina acaulis subsp. caulescens; Centaurea scabiosa; Cirsium eriophorum, vulgare; Jurinea cyanoides; Onopordum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Myelois cribrella (Hübner 1796).

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Harizanova, Stoeva, Cristofaro ao (2010a), Lepiforum, Mellini (1951a), Schütze (1931a), Wegner (2010a).

Dichrorampha aeratana

Dichrorampha aeratana (Pierce & Metcalfe, 1915)

asgrauwe wortelmot

op Leucanthemum

parasiet

De larven boren in de wortels, zonder de planten herkenbare schade te berokkenen. De larve overwinter in de wortel, verpopt zich daarna in een cocon in de bodem.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Leucanthemum vulgare.

Vermeldingen van Tanacetum vulgare worden betwijfeld van Nieukerken ea.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Hancock & Bland (2015b), Lepiforum, van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), De Prins (1974a), Wegner (2010a).

Grapholita compositella

Grapholita compositella (Fabricius, 1775)

sergeant-majoortje

op Fabaceae

parasiet

De larven van de eerste generatie, in de voorzomer, boren een naar boven lopende gang in de stengel; de larven van de tweede generatie leven tussen tezamen gesponnen bladeren of bloemen.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Astragalus cicer; Lotus corniculatus; Medicago sativa; Melilotus; Trifolium pratense, repens.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha, Laspeyresia, compositella.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Lepiforum, Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Bactra robustana

Bactra robustana (Christoph, 1872)

zeebiesbladroller

op Bolboschoenus

parasiet

Larven in de stengel en wortelstok. Verpopping in de stengel; aangetaste stengels vergelen.

waardplanten

Cyperaceae, monofaag

Bolboschoenus maritimus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Corley (2005a), Gerstberger (2003a), Hancock & Bland (2015b), Martin & Stoecklin (2014a), Ricker (2010a), Szőcs (1977a), Wegner (2010a).

Grapholita tenebrosana

Grapholita tenebrosana Duponchel, 1843

zwarte rozenbladroller

op Rosa (Sorbus)

parasiet

De larve boort in het vruchtvlees van de bottel, vlak onder de epidermis. De mijn is herkenbaar als een bruine streep; later raakt de bottel misvormd en kleurt donkerbruin. Overwintering en verpopping in een cocon die is vastgehecht aan een tak.

waardplanten

Rosaceae, oligofaag

Rosa canina, rugosa; Sorbus aucuparia.

Slechts zelden op Sorbus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto’s op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia, Grapholitha tenebrosana; Grapholitha, Laspeyresia, roseticolana Zeller, 1849.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2001a), Lepiforum (2019), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Cydia succedana

Cydia succedana (Denis & Schiffermüller, 1775)

scherpe spiegelmot

op Ulex, etc.

parasiet

De larven ontwikkelen zich in de peulen.

waardplanten

Fabaceae, monofaag

Cytisus scoparius;Genista anglica, sagittalis, tinctoria; Lembotropis nigricans; Lotus corniculatus; Ulex europaeus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Grapholitha, Laspeyresia, succedana.

larve

Lichaam wittig; kop lichtbruin, opzij donker gevlekt; prothoracale en anale plaat bruinig, donker gepincteerd; pinacula zwak lichtbruin (Swatschek).

literatuur

Disqué (1905a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Bactra lancealana

Bactra lancealana (Hübner, 1799)

gewone biesbladroller

op Cyperaceae, Juncaceae

parasiet

Larven boren in de stengel en wortelstok; hier ook de overwintering en verpopping.

waardplanten

beperkt polyfaag

Carex riparia; Cyperus longus; Eriophorum angustifolium; Juncus articulatus, conglomeratus, squarrosus; Schoenoplectus lacustris; Trichophorum cespitosum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Martin & Stoecklin (2014a), Schütze (1931a), Triberti, Longo Turri, Adami & Zanetti (2017a), Wegner (2010a).

Cydia nigricana

Cydia nigricana (Fabricius, 1794)

erwtenbladroller

op erwt etc.

parasiet

De larven boren zich in de peulen in de rijpende zaden. Overwintering en verpopping in in een cocon in de bodem.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Lathyrus japonicus, odoratus, pratensis; Lupinus; Pisum sativum; Vicia.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Foto op Lepiforum; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Laspeyresia nigricana; Cydia rusticella (Clerck, 1759).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Hancock & Bland (2015b), Hering (1957a), Huisman & Koster (2000a), Lepiforum (2019), Maček (1999a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Robbins (1991a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Grapholita lunulana

Grapholita lunulana (Denis & Schiffermüller, 1775)

slanke haakspiegelmot

op Fabaceae

parasiet

De larven boren in de peulen; overwintering en verpopping in een cocon tussen het strooisel.

waardplanten

Fabaceae, oligofaag

Lathyrus japonicus, linifolius, pratensis, tuberosis; Pisum sativum; Vicia cracca.

Vermeldingen van Trifolium zijn niet waarschijnlijk.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam oranje gekleurd; kop, prothoracale en anale plaat bruin; pinacula onopvallend, hoogstens op de thorax soms bruin; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Cydia lunulana; Grapholitha, Laspeyresia dorsana auct. nec (Fabricius, 1775).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1979a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015b), Meijerman & Ulenberg (2000a), Requena i Miret (1998a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Ptycholomoides aeriferana

Ptycholomoides aeriferana (Herrich-Schäffer, 1851)

ravenbladroller

op Larix

parasiet

De larve leeft tussen samengesponnen naalden; hier ook de verpopping.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Larix decidua.

Vermeldingen van Acer platanoides, pseudoplatanus, Betula dienen nader te worden bevestigd.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam groen; prothoracale plaat bruin met zwarte mediane sulcus; anale plaat geelgroen; zie ook Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Pseudargyrotoza conwagana

Pseudargyrotoza conwagana (Fabricius, 1775)

zilvervlekbladroller

op Fraxinus, Ligustrum, Syringa

parasiet

De larven boren in de vruchten, vretend van de zaden.

waardplanten

Oleaceae, oligofaag

Fraxinus excelsior; Ligustrum vulgare; Syringa vulgaris.

De veel herhaalde vermelding van Berberis vulgaris behoeft bevestiging.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam gelig; kop en prothoracale plaat bruingeel; pinacula en stigmata met moeite herkenbaar; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Tortrix conwayana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Tetranychus urticae

Tetranychus urticae Koch, 1836

bonenspintmijt

breed polyfaag

Tetranychus urticae on Nerium oleander

Nerium oleander, Hongarije, Győr, 12.vii.201 © László Érsek

Tetranychus urticae on Nerium oleander

uitlopende knop

Tetranychus urticae on Nerium oleander

de bladeren zijn bedekt met een ijl spinsel waarin vervellingshuidjes blijven hangen.

Tetranychus urticae: mite

mijt

Tetranychus urticae on Nerium oleander

Nerium oleander, Hongarije, Mosonmagyaróvár, 1.v.2011 © László Érsek; ook de houtige delen van de plant kunnen overtrokken worden door het spinsel.

parasiet

De mijten leven onder een dun spinsel vrij op de bladeren.

waardplanten

Nerium oleander; Phaseolus vulgaris.

Slechts enkele van de vele honderden plantensoorten waarop deze mijt wordt aangetroffen!

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

opmerkingen

Vooral in kassen een bijzonder schadelijke soort.

literatuur

Blanes-Dalmau, Caballero-López & Pujade-Villar (2017a).

Falseuncaria ruficiliana

Falseuncaria ruficiliana (Haworth, 1811)

primulabladroller

op kruiden

parasiet

De larven boren in de vruchten.

waardplanten

Antirrhinum; ? Bellis perennis; ? Galatella linosyris; Gentiana verna; ? Inula helenium; Linaria vulgaris; Pedicularis sylvatica; Primula farinosa, veris; Rhinanthus minor; ? Solidago virgaurea.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit, kop bruin tot zwart; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis ciliella (Hübner, 1796).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Cochylis pallidana

Cochylis pallidana Zeller, 1847

zandblauwbladroller

op Jasione

parasiet

Larven in de bloemen en vruchten; overwintering en verpopping in een cocon tussen het strooisel.

waardplanten

Campanulaceae, monofaag

Jasione montana.

Dat de larve ook zou leven op Campanula zoals Kasy schrijft, wordt elders niet herhaald.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, Nieukerken & Ulenberg (2003a), Kasy (1987a), Wegner (2010a).

Cochylis hybridella

Cochylis hybridella (Hübner, 1813)

koperrandbladroller

op Crepis, Helminthotheca, Picris

parasiet

Larven in de hoofdjes. Overwintering en verpopping in een cocon in het strooisel.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Crepis; Helminthotheca echioides; Picris hieracioides.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lihaan geel, dorsaal rood; kop geelbruin; prothoracale plaat gelig, achterrand donker of met twee donkere vlekken; zie Swatschek.

synoniemen

Conchylis hybridella.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Lepiforum (2019), Requena i Miret (1998a), Swatschek (1958a).

Cochylis molliculana

Cochylis molliculana Zeller, 1847

dubbelkelkbladroller

op Helminthotheca

parasiet

Larven in de hoofdjes.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Helminthotheca echioides.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

fenologie

Twee generaties; de eerste generatie verpopt in een cocon in het hoofdje, de tweede maakt een cocon tussen het strooisel en verpopt zich na de overwintering.

literatuur

Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a).

Cochylis dubitana

Cochylis dubitana (Hübner, 1799)

blauwe distelbladroller

op Asteraceae

parasiet

Larven in de hoofdjes.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Arctium lappa; Carduus acanthoides, nutans; Centaurea jacea; Cirsium vulgare; Crepis; Hieracium; Picris; Senecio; Solidago virgaurea.

fenologie

Twee generaties.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruinwit tot wit; kop bruin, prothoracale plaat lichtbruin, donkerder gerand; anale plaat donker gepuncteerd; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis dubitana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Cochylis flaviciliana

Cochylis flaviciliana (Westwood, 1854)

regenboogbladroller

op Knautia, Succisa

parasiet

De larven leven in de bloemhoofdjes; overwintering en verpopping in een cocon tussen het strooisel.

waardplanten

Caprifoliaceae, oligofaag

Knautia arvensis; Succisa pratensis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Murria Beltrán (2005a), Wimmer (2007a).

Cochylis roseana

Cochylis roseana (Haworth, 1811)

roze bladroller

op Dipsacus

parasiet

De larve vreet zich een met zijde beklede gespiraliseerde gang door de vruchten buitenop het hoofdje; hier ook de overwintering en de verpopping.

waardplanten

Caprifoliaceae, monofaag

Dipsacus fullonum.

Vermeldingen van Antirrhinum; Aster; Solidago dienen nader bevestigd.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam vuilbruin, kop bruin; zie Swatschek.

synoniemen

Conchylis roseana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (1999a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Swatschek (1958a).

Cochylidia rupicola

Cochylidia rupicola (Curtis, 1834)

veelkleurige bladroller

op Eupaotrium, etc.

parasiet

De larven leven in de bloemen, vretend van de zich ontwikkelende vruchten. Overwintering en verpopping in een afgebroken en verdroogde stengel.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Eupatorium cannabinum; Galatella linosyris.

De soort wordt eveneens vermeld van Agrimonia; Lycopus europaeus (Rosaceae, Lamiaceae) De biologie van de larven hier is niet beschreven.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit; kop lichtbruin; prothoracle plaat gelig; zie Swatschek.

synoniemen

Conchylis rupicola.

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (2000a), Swatschek (1958a).

Cochylidia heydeniana

Cochylidia heydeniana (Herrich-Schäffer, 1851)

fijnstraalbladroller

op Erigeron

parasiet

De larven van de eerste generatie leven in de hoofdjes; die van de tweede generatie leven in de bloeistengel, overwinteren en verpoppen daar ook.

waardplanten

Asteraceae, mpnofaag

Erigeron acris, canadensis.

Uit Spanje ook vermeld van Dittrichia viscosa; Pulicaria dysenterica; Solidago virgaurea.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Huertas Dionisio (2007a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a).

Cochylidia implicitana

Cochylidia implicitana (Wocke, 1856)

kamillebladroller

op Asteraceae

parasiet

De larve leeft van het najaar tot in het voorjaar als boorder in de stengel; daar verpopt hij zich ook.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Achillea; Anthemis cotula; Artemisia campestris; Aster; Chrysanthemum; Gnaphalium; Matricaria chamomilla; Solidago virgaurea; Tripleurospermum inodorum, maritimum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bleekgeel; kop lichtbruin; prothoracale plaat gelig, achterrand met twee zwarte vlekken of geheel donker; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis implicitana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Eupoecilia ambiguella

Eupoecilia ambiguella (Hübner, 1796)

blauw smalsnuitje

polyfaag op besdragende planten

parasiet

De larven leven in de bessen, vretend van het vruchtvlees en de zaden.

waardplanten

Acer campestre; Cornus mas, sanguinea; Frangula alnus; Hedera helix; Ligustrum; Lonicera periclymenum; Syringa x persica; Viburnum; Vitis vinifera

Dit zijn slechts de meest genoemde waardplanten.

fenologie

De soort heeft in noordelijk Europa één generatie, maar verder naar het zuiden twee tot drie.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruinwit; kop en prothoracale plaat zwartbruin; anale plaat en pinacula bruin; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis ambiguella.

opmerkingen

In streken waar wijn verbouwd wordt een belangrijke plaag. Larven van de eerste generatie spinnen bloemen en jonge vruchten bijeen, larven van latere generaties boren in de vruchten.

literatuur

Abd El-Monsef Ahmed Ibrahim (2004a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Meijerman & Ulenberg (2000a), Molet & Mackesy (2014a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Eupoecilia angustana

Eupoecilia angustana (Hübner, 1799)

gewoon smalsnuitje

polyfaag op lage planten

parasiet

De larven leven vrij op bijeengesponnen bloemen in de bloeiwijze, eten van de zich ontwikkelende vruchten; hier ook de overwintering en verpopping.

waardplanten

Achillea millefolium; Calluna vulgaris; Origanum vulgare; Plantago; Solidago virgaurea; Thymus.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam ± geelbruin, kop en prothoracale plaat zwartbruin; anale plaat bruin; zie Swatschek.

synoniemen

Euxanthis angustana; Eupoecilia fasciella (Donovan, 1808).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Swatschek (1958a), Wegner (2010a).

Agapeta zoegana

Agapeta zoegana (Linnaeus, 1767)

kanariepietje

op Asteraceae, Caprifoliaceae

parasiet

De larve boort in de wortels; daar ook de overwintering en verpopping.

waardplanten

Asteraceae, Caprifoliaceae, nauw polyfaag

Centaurea jacea, nigra, paniculata; Jurinea; Knautia arvensis; Scabiosa columbaria; Serratula tinctoria.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit; kop okerkleurig tot geelbruin, zonder laterale vlekken; prothoracale en anale plaatgelig; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Euxanthis zoegana.

opmerkingen

Huisman ea (2005a)schrijven van de larven zouden leven in de “zaaddozen” van Dipsacus fullonum; waarschijnlijk is dit een verschrijving.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2005a), Muller (1989a), Patočka & Turčáni (2005a), Requena i Miret (1998a), Swatschek (1958a).

Agapeta hamana

Agapeta hamana (Linnaeus, 758)

distelbladroller

op Carduus, Cirsium

parasiet

De larven boren in de wortels; meestal overwinteren ze daar ook, en vindt er de verpopping plaats.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Carduus; Cirsium.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Euxanthis hamana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2001a), Schütze (1931a).

Gynnidomorpha alismana

Gynnidomorpha alismana (Ragonot, 1883)

alismabladroller

op Alisma

parasiet

De larve leeft als boorder in de stengel; daar ook de overwintering, in een zijden cocon, en de verpopping.

waardplanten

Alismataceae, monofaag

Alisma plantago-aquatica.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Phalonidia alismana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), De Prins, Steeman & Sierens (2016a).

Gynnidomorpha vectisana

Gynnidomorpha vectisana (Humphreys & Westwood, 1845)

zwartstipbladroller

op Triglochin

parasiet

De larven van de eerste generatie, in de voorzomer, leven vrij in de bloeiwijze. Die van de najaarsgeneratie leven als stengelboorders en overwinteren in de wortels; aangetaste stengels vergelen en vertonen aan de voet uitgeworpen strogele frass.

waardplanten

Juncaginaceae, monofaag

Triglochin maritima, palustris.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Phalonidia vectisana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1873a), Hancock & Bland (2015a), Huisman & Koster (1996a), Gerstberger (2003a), Ricker (2010a), Wegner (2010a).

Gynnidomorpha minimana

Gynnidomorpha minimana (Caradja, 1916)

kartelbladbladroller

op Menyanthes, Pedicularis, Triglochin

parasiet

Larven ontwikkelen zich als boorder in de stengel, misschien ook in de vruchten.

waardplanten

polyfaag

Menyanthes trifoliata; .Pedicularis palustris; Triglochin

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Phalonidia minimana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2005a), Itämies (2011a), van Nieukerken, Gielis, Huisman ao (1993a), Triberti, Longo Turri, Adami & Zanetti (2017a) .

Phalonidia curvistrigana

Phalonidia curvistrigana (Stanton, 1859)

guldenroedebladroller

op Solidago

parasiet

De larven leven in de hoofdjes, vretend van de jonge vruchten; van buiten is hun aanwezigheid weinig opvallend. Ze overwinteren in een cocon in het strooisel.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Solidago virgaurea.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bleek bruin; kop bruin, prothoracale en anale platen lichter, donker gepuncteerd; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Brevisociaria, Conchylis, curvistrigana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Hancock & Bland (2015a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Phalonidia affinitana

Phalonidia affinitana (Douglas, 1846)

zultebladroller

op zulte

parasiet

Ovipositie op een hoofdje. De jong larve vreet kortstondig in het hoofdje, daalt daarna als boorder af in de stengel, soms tot in de wortel.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Tripolium pannonicum subsp. tripolium (“Aster tripolium”).

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam wittig, kort voor de verpopping wat roodachtig; kop bruin; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis affinitana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Gerstberger (2003a), Hancock & Bland (2015a), Hering (1928a), Kasy (1959a), Patočka & Turčáni (2005a), Ricker (2010a), Sønderup (1949a), Swatschek (1958a), Szőcs (1977a), Wegner (2010a).

Phalonidia udana

Phalonidia udana (Guenée, 1845)

wderikbladroller

op Lysimachia

parasiet

De larve boort in de stengel; daar ook de overwintering en de verpopping.

waardplanten

Primulaceae, monofaaag

Lysimachia thyrsiflora, vulgaris.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam vuilwit met 5 onduidelijke lichtrode lengtelijnen; kop, prothoracale en anale plaat lichtbruin; zie Swatschek.

synoniemen

Conchylis udana.

literatuur

Disque (1905a), Fazekas (2014a), Groenen, Huisman & Doorenweerd (2013a), Hancock & Bland (2015a), Mutanen, Aarvik, Huemer ao (2012a), Swatschek (1958a).

Phalonidia manniana

Phalonidia manniana (Fischer von Röslerstamm, 1839)

muntbladroller

op Lycopus, Mentha

parasiet

De larve boort in de stengel; daar ook de overwintering en verpopping.

waardplanten

Lamiaceae, oligofaag

Lycopus europaeus; Mentha aquatica, longifolia, x piperita.

Vermeldingen in de literatuur van Alisma plantago-aquatica; Butomus umbellatus; Inula zijn twijfelachtig.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis manniana.

opmerkingen

Tot voor het onderzoek van Mutanen ea verward met Ph. udana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Fazekas (2014a), Groenen, Huisman & Doorenweerd (2013a), Hancock & Bland (2015a), Mutanen, Aarvik, Huemer ao (2012a), Patočka & Turčáni (2005a), Triberti, Longo Turri, Adami & Zanetti (2017a) .

Phtheochroa sodaliana

Phtheochroa sodaliana (Haworth, 1811)

bont smalsnuitje

op Frangula, Rhamnus

parasiet

De larven leven in bessen, vretend van de zaden. Ze spinnen bessen bijeen en verhuizen van de een naar de ander. Aangetaste bessen kleuren voortijdig donker. De larve overwintert in een cocon in het strooisel.

waardplanten

Rhamnaceae, oligofaag

Frangula alnus; Rhamnus cathartica.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam rood, segmentgrenzen groenig; kop lichtbruin; prothoracale plaat donkerder bruin, achteerrand donker bestippeld; pinaula steken bleek af. Zie Hinneberg, Swatschek.

synoniemen

Hysterosia sodaliana; Phtheochroa amandana Herrich-Schäffer, 1851.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Hancock & Bland (2015a), Hinneberg (1901a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Aethes deutschiana

Aethes deutschiana (Zetterstedt, 1839)

op Bartsia

parasiet

De larven vreten de vruchten, aanvankelijk als boorder, later van buiten. Verpopping extern.

waardplanten

Orobanchaceae, monofaag

Bartsia alpina.

Dat de soort zou leven Centaurea phrygia subsp. pseudophrygia (Bassi & Scaramozzino) is vermoedelijk achterhaald.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bassi & Scaramozzino (1989a), Kovács & Kovács (2006a), Molau, Eriksen & Teilmann Knudsen (1989a), Taylor & Rumsey (2003a).

Aethes aurofasciana

Aethes aurofasciana (Mann, 1855)

op Gentiana

parasiet

De larven boren in de wortelhals, maken van daar uit ook blazige mijnen en de bladeren van het grondrozet. De bladeren vergelen deels, bloemen sterven voortijdig af. Verpopping in de plant (Rudolf Bryner in Lepiforum, 2019)

waardplanten

Gentianaceae, monofaag

Gentiana acaulis, clusii.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Kovács & Kovács (2006a).

Aethes kindermanniana

Aethes kindermanniana (Treitschke, 1830)

op Asteraceae

parasiet

De larve leeft vrij op de samengesponnen uitgebloeide hoofdjes, vretend van de vruchten.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Artemisia campestris; Leucanthemum vulgare; Tanacetum vulgare.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Conchylis kindermanniana.

larve

Lichaam vuilgrijs; kop zwartbruin; prothoracale plaat bruinig, donker gepuncteerd en met donkerder achterrand; anale plaat bruinig; zie Swatschek

literatuur

Disqué (1905a), Farkas (2008a), Kovács & Kovács (2006a), Schütze (1931a), Swatschek (1958a).

Aethes rubigana

Aethes rubigana (Treitschke, 1830)

donker c-smalsnuitje

op distels, klit

parasiet

De larve boort in de uitgebloeide hoofdjes, vretend van de vruchten. Daarna boort hij zich in een een stengel, in afwachting van de overwintering; daar ook de verpopping.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Arctium lappa, minus; Cirsium oleraceum, vulgare.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam vuil geelwit; kop, prothoracale en anale plaat bruin; zie Swatschek.

synoniemen

Aethes badiana Hübner, 1822.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Farkas (2009a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2001a), Kovács & Kovács (2006a), Swatschek (1958a).

Aethes cnicana

Aethes cnicana (Westwood, 1854)

c-smalsnuitje

op distels

parasiet

De larve boort op de uitgebloeide hoofdjes, vretend van de vruchten. Daarna boort hij zich in een een stengel, in afwachting van de overwintering; daar ook de verpopping.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Carduus; Cirsium oleraceum, palustre, vulgare.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruinwit; kop lichtbruin; prothoracale plaat bruinig, achterrand donker; anale plaat niet gepuncteerd; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni/

synoniemen

Conchylis cnicana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Fazekas (2008a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Kovács & Kovács (2006a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Aethes bilbaensis

Aethes bilbaensis (Rössler, 1877)

bruinschoudersmalsnuitje

op Apiaceae

parasiet

De larve leeft vrij op de uitgebloeide schermen, vretend van de vruchten. Daarna boort hij zich in een een stengel, in afwachting van de overwintering; daar ook de verpopping.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Carum carvi, verticillatum; Crithmum maritimum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Fazekas (2008a), Hancock & Bland (2015a), Kovács & Kovács (2006a), Razowski (1962a), Wullaert (2018a).

Aethes francillana

Aethes francillana (Fabricius, 1794)

peensmalsnuitje

op Apiaceae

parasiet

De larve leeft vrij op de uitgebloeide schermen, vretend van de vruchten. Daarna boort hij zich in een een stengel, in afwachting van de overwintering; daar ook de verpopping.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Angelica sylvestris; Astydamia latifolia; Conium maculatum; Crithmum maritimum; Daucus carota; Elaeoselinum meoides; Eryngium campestre; Pastinaca sativa; Peucedanum officinale.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

pop

Zie Patočka & Turčáni.

literatuur

Baldizzone & Scalercio (2018a), Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Fazekas (2008a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Kovács & Kovács (2006a), Patočka & Turčáni (2005a) (2005a), Razowski (1962a), Wegner (2010a) .

Aethes flagellana

Aethes flagellana (Dupunchel, 1836)

kruisdistelsmalsnuitje

op Eryngium

parasiet

De beschrijvingen van de biologie zijn tegenstrijdig. Waarschijnlijk leeft de larve vrij op de uitgebloeide bloeiwijze, vretend van de zaden, en boort zich daarna in een stengel voor de overwintering.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Eryngium campestre.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Lozopera flagellana.

literatuur

Corley, Rosete, Gonçalves ao (2016a), Disqué (1905a), Farkas (2008a), Huisman & Koster (1996a), Huisman, Koster, Muus & van Nieukerken (2013a), Huisman, Koster, van Nieukerken & Ulenberg (2004a), Kovács & Kovács (2006a), Razowski (1962a), Requena i Miret (1998a).

Aethes dilucidana

Aethes dilucidana (Stephens, 1852)

pastinaaksmalsnuitje

op berenklauw, pastinaak, etc.

parasiet

de larven leven op de uitgebloeide schermen, vretend van de vruchten.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Heracleum sphondylium; Pastinaca sativa; Peucedanum oreoselinum.

fenologie

Voor de oerwintering boort de larve zich in een stengel.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Farkas (2008a), Gielis, Huisman, Kuchlein ao (1985a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, Nieukerken & Ulenberg (2003a), Kovács & Kovács (2006a), Razowski (1962a).

Aethes sanguinana

Aethes sanguinana (Treitschke, 1830)

op Eryngium

parasiet

De laeven boren in de stengel.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Eryngium campestre.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam vuilgeel; kop, prothoracale plaat, borstpoten en stigmata zwart, pinacula zwart met zwarte borstels; zie Swatschek.

literatuur

Corley, Marabuto, Maravalhas ao (2008a), Farkas (2008a), Kovács & Kovács (2006a), Swatschek (1958a).

Aethes tesserana

Aethes tesserana (Denis & Schiffermüller,1775)

prachtsmalsnuitje

op havikskruid e.d.

parasiet

De larven leven als wortelboorders.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Crepis; Helminthotheca echioides; Hieracium; Inula conyzae; Picris hieracioides.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geelwit, kop bruingeel, prothoracale plaat geel; zie Swatschek.

synoniemen

Conchylis alcella (Fabricius, 1781).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Farks (2008a), Hancock & Bland (2015a), Kovács & Kovács (2006a), Swatschek (1958a).

Aethes smeathmanniana

Aethes smeathmanniana (Fabricius, 1781)

kommabladroller

op duizendblad, etc.

parasiet

De larven leven in een spinselbuis op de uitgebloeide hoofdjes of schermen, vretend van de vruchtjes.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Achillea millefolium; Anthemis arvensis, cotula; Centaurea nigra; Lactuca sativa.

fenologie

Overwintering als larve, in de spinselbuis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam bruingrijs; kop zwartbruin; prothoracale en aanale plaat bruin, donker gepuncteerd; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conhylis smeathmanniana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Fazekas (200a), Hancock & Bland (2015a), Kovács & Kovács (2006a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Aethes margaritana

Aethes margaritana (Haworth, 1811)

roestbandsmalsnuitje

op Achillea etc.

parasiet

Larven vrij op de bloemen en vruchten.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Achillea millefolium; Leucanthemum vulgare; Matricaria chamomilla; Tanacetum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam vuil grijsgroen; kop geelbruin, prothoracale plaat geelbruin met donkere punten; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis dipoltella (Hübner, 1813).

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Fazekas (200a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Koster, Nieukerken & Ulenberg (2003a), Kovács & Kovács (2006a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Aethes williana

Aethes williana (Brahm, 1791)

geschaafd smalsnuitje

polyfaag

parasiet

De larve boort in het onderste deel van de stengel, en daalt vervolgens in in de wortel/

waardplanten

Apiaceae, Asteraceae

Daucus carota; Eryngium campestre; Ferula; Gnaphalium sylvaticum; Helichrysum arenarium.

fenologie

In Engeland één generatie (larven van augustus tot april), in Hongarije twee.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geel; kop licht tot donker bruin; prothoracale plaat gelig; anale plaat donker gepuncteerd; zie Swatschek.

pop

Zie Patočka & Turčáni.

synoniemen

Conchylis zephyrana (Treitschke, 1830).

opmerkingen

Soms schadelijk op Daucus.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Fazekas (2008a), Hancock & Bland (2015a), Huisman, Kuchlein, van Nieukerken ao (1986a), Kovács & Kovács (2006a), Patočka & Turčáni (2005a), Swatschek (1958a).

Aethes piercei

Aethes piercei Obraztsov, 1952

 schijnbeemdkroonsmalsnuitje

op Succisa

parasiet

Larven in de wotels.

waardplanten

Caprifoliaceae, monopfaag

Succisa pratensis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Aethes hartmanniana f. piercei.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Fazekas (2008a,b), Hancock & Bland (2015a), Kovács & Kovács (2006a), De Prins (1981a).

Aethes hartmanniana

Aethes hartmanniana (Clerck, 1759)

beemdkroonsmalsmuitje

op Knautia, Scabiosa

parasiet

De larven leven in de wotels.

waardplanten

Caprifoliaceae, oligofaag

Knautia arvensis; Scabiosa columbaria, ochroleuca; Succisa pratensis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

larve

Lichaam geel; kop lichtbruin; prothoracale plaat ± gelbruin; pinacula opvallend, groot en donker; zie Swatschek.

synoniemen

Chlidonia, Conchylis, hartmanniana.

literatuur

Bradley, Tremewan & Smith (1973a), Disqué (1905a), Fazekas (2008a,b), Hancock & Bland (2015a), Kovács & Kovács (2006a), De Prins (1981a), Swatschek (1958a).

Anguina pacificae

Anguina pacificae Cid del Prado Vera & Maggenti, 1984

op Agrostis, Poa

parasiet

Groene gallen aan de basis van de stengel. Veel gallen bevatten naast aaltjes een witte bacterie-massa.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Agrostis canina; Ochlopoa annua.

verspreiding binnen Europa

Ierland.

literatuur

Cid del Prado Vera & Maggenti (1984a), Fleming, Maule, Martin ao (2015a).

Cenopalpus scoopsetus

Cenopalpus scoopsetus Hatzinikolis & Papadoulis, 1999

op Erica

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Ericaceae, monofaag

Erica manipuliflora.

verspreiding binnen Europa

Kreta.

literatuur

Hatzinikolis & Papadoulis (1999a).

Cenopalpus bakeri

Cenopalpus bakeri Düzgünes, 1967

polyfaag

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Crataegus microphylla; Cydonia oblonga; Diospyros kaki; Eriobotrya japonica; Juglans regia; Malus domestica; Pyrus communis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Hatzinikolis & Emmanouel (1987a); Raissi Ardali, Hadizadeh, Mohammadi Sharif & Khanjani (2014a).

Cenopalpus arbuti

Cenopalpus arbuti Hatzinikolis & Emmanouel 1987

op Arbutus (Cercis)

Cwnopal;us arbuti

mijt, dorsaal (uit Hatzinikolis, Papadoulis & Panou)

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Ericaceae, ? monofaag

Arbutus unedo.

On kleine details afwijkende mijten ook gevonden op Cercis siliquastrum (Fabaceae)

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Hatzinikolis & Emmanouel (1987a), Hatzinikolis, Papadoulis & Panou (2009a).

Dasyneuriola prolifica

Dasyneuriola prolifica Dorchin & Danon, 2019

op Suaeda

Dasyneuriola prolifica: gall on Suaeda vera

Suaeda vera, vergqlde eindknop (uit Dorchin ea)

parasiet

1-2 cm grote vergalling van eind- of okselknoppen. Tussen de verdikte en verbrede bladeren leven 3-30 licht-oranje larven. Verpipping in witte zijden cocons in de gal. Multivoltien.

waardplanten

Amaranthaceae, monofaag

Suaeda asphaltica, vera.

verspreiding binnen Europa

Canarische Eilanden, Spanje, Israel.

larve

Dasyneuriola prolifica: spatula

spatula en geassocieerde papillen (uit Dorchin ea)

literatuur

Dorchin, Danon & Dor (2019a).

Tenuipalpus punicae

Tenuipalpus punicae Pritchard & Baker, 1958

op Punica

Tenuipalpus punicae

mijt, dorsaal (uit Ueckermann ea)

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Lythraceae, monofaag

Punica granatum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Raissi Ardali, Hadizadeh, Mohammadi Sharif & Khanjani (2014a), Ueckermann, Palevsky, Gerson ao (2018a).

Cenopalpus lineola

Cenopalpus lineola (Canestrini & Fanzago, 1876)

op Pinus

parasiet

De mijten leven vrij op de naalden, die kunnen verdrogen en afvallen.

waardplanten

Pinaceae, monofaag

Pinus halepensis, nigra, pinea, sylvestris.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Hatzinikolis & Emmanouel (1987a), Ueckermann, Palevsky, Gerson ao (2018a).

Cenopalpus lanceolatisetae

Cenopalpus lanceolatisetae (Attiah, 1956)

polyfaag

Cenopalpus lanceolatisetae

mijt, dorsaal (uit Ueckermann ea).

parasiet

De mijten leven vrij op de bovengrondse delen van de plant.

waardplanten

Alnus subcordata; Cotoneaster; Crataegus azarolus; Cydonia oblonga; Malus dometica, sylvestris; Punica granatum; Prunus armeniaca, domestica & subsp. insititia, persica, salicina; Pyrus communis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Hatzinikolis & Emmanouel (1987a), Raissi Ardali, Hadizadeh, Mohammadi Sharif & Khanjani (2014a), Ueckermann, Palevsky, Gerson ao (2018a).

Brevipalpus phoenicis

Brevipalpus phoenicis (Geijskes, 1939)

polyfaag

parasiet

De mijten leven vrij op alle bovengrondse delen van de plant; de bladeren kunnen verbruinen en afvallen, de vruchten blijven klein en krijgen schurftplekken.

waardplanten

Citrus reticulata, sinensis; Passiflora edulis; Phoenix canariensis.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Brevipalpus yothersi (Baker, 1949).

literatuur

Childers, French & Rodrigues (2003a), Ueckermann, Palevsky, Gerson ao (2018a) .

Brevipalpus obovatus

Brevipalpus obovatus Donnadieu, 1875

polyfaag, vooral op Citrus

Brevipalpus obovatus

mijt, dorsaal (uit Ueckermann, Palevsky, Gerson ea)

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

g

Alnus subcordata; Borago officinalis; Campsis grandiflora; Citrus; Erythrina crista-galli; Glebionis coronaria; Prunus cerasus; Pyrus communis; Rubus persicus; Smilax excelsa.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Childers, French & Rodrigues (2003a), Raissi Ardali, Hadizadeh, Mohammadi Sharif & Khanjani (2014a), Ueckermann, Palevsky, Gerson ao (2018a).

Brevipalpus californicus

Brevipalpus californicus (Banks, 1904)

polyfaag, vooral op Citrus

Brevipalpus californicus

mijt, dorsaal (uit Ueckermann ea)

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, kunnen verbleking veroorzaken, blaarvorming en necrotische plekken.

waardplanten

Alnus subcordata; Citrus; Glebionis coronaria; Rubus persicus; Salix alba.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Childers, French & Rodrigues (2003a), Raissi Ardali, Hadizadeh, Mohammadi Sharif & Khanjani (2014a), Ueckermann, Palevsky, Gerson ao (2018a).

Pentamerismus oregonensis

Pentamerismus oregonensis McGregor, 1949

op Cupressaceae, etc.

parasiet

De mijten leven vrij op de naalden, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Cupressaceae, oligofaag

Calocedrus decurrens; Juniperus communis, horizontalis, scopulorum; Platycladus orientalis.

Maa ook Glebionis coronaria (Asteraceae)

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Raissi Ardali, Hadizadeh, Mohammadi Sharif & Khanjani (2014a), Ueckermann & Ripka (2015a).

Cenopalpus adventicus

Cenopalpus adventicus Ueckermann & Ripka, 2015

op Rosmarinus

Cenopalpus adventicus

mijt, dorsaal (uit Ueckermann & Ripka)

parasiet

De karmijnrode mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren en stengels, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Lamiaceae, monofaag

Rosmarinus officinalis.

verspreiding binnen Europa

Hongarije.

literatuur

Ueckermann & Ripka (2015a).

Cenopalpus cumanicus

Cenopalpus cumanicus Ueckermann & Ripka, 2015

op Populus

Cenopalpus cumanicus

mijt, dorsaal (uit Ueckermann & Ripka)

parasiet

De volwassen mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, tussen de beharing van de hoofdnerf; larven vooral op de bladstelen en jonge twijgen.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Populus alba, canescens.

verspreiding binnen Europa

Hongarije.

literatuur

Ueckermann & Ripka (2015a).

Acritonotus nascimentoi

Acritonotus nascimentoi Carmona, 1972

op Ruscus

Acritonotus nascimentoi

mijt, lateraal (uit Carmona)

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken. De vervellingshuidjes van de mijten waren zo talrijk dat het deed denken aan een neeldauw-aantasting.

waardplanten

Asparagaceae, monofaag

Ruscus hypoglossum.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

literatuur

Carmona (1972a).

Aculodes sylvatici

Aculodes sylvatici Skoracka, Labrzycka & Rector 2009

op Brachypodium

Aculodes sylvatici

mijt, dorsaal (uit Skoracka ea)

parasiet

De mijten leven vrij op de bovenzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Poaceae, monofaag

Brachypodium sylvaticum.

verspreiding binnen Europa

Croatië.

literatuur

Skoracka, Labrzycka & Rector (2009a).

Aculodes festucae

Aculodes festucae Skoracka, Labrzycka & Rector 2009

op Schedonorus

Aculodes festucae

mijt, dorsaal (uit Skoracka ea)

parasiet

De mijten leven vrij op de bovenzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Poaceae, monofaag

Schedonorus arundinaceus.

verspreiding binnen Europa

Croatië.

literatuur

Skoracka, Labrzycka & Rector (2009a).

Acaralox croatiae

Acaralox croatiae Skoracka, Labrzycka & Rector, 2009

op Calamagrostis, Molinia

Acaralox croatae

mijt, dorsaal (uit Skoracka ea)

parasiet

De mijten leven vrij op de bovenzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Calamagrostis epigeios; Molinia caerulea.

verspreiding binnen Europa

Croatië.

literatuur

Ripka (2015b), Skoracka, Labrzycka & Rector (2009a).

Shevtchenkella erigerivagrans

Shevtchenkella erigerivagrans (Davis, 1964)

op ? Artemisia, ? Taracacum

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Asteraceae, oligofaag

Artemisia absinthium; Taraxacum officinale.

Nogal onwaarschijnlijke combinatie.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Tegonotus erigerivagrans.

literatuur

Boczek & Petanović (1996a), Petanović & Stanković (1999a).

Aculops knowltoni

Aculops knowltoni (Keifer, 1964)

op Populus

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Salicaceae, monofaag

Populus alba, grandidentata, x canescens.

verspreiding binnen Europa

(PESI, 2019).

synoniemen

Aculus knowltoni.

literatuur

Ripka (2007a), Ripka & de Lillo (1997a).

Aceria banatica

Aceria banatica Vidović, 2011

op Echinops

parasiet

De mijten leven vrij aan de onderzijde van de bladeren, zonder herkenbare schade te veroorzaken.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Echinops ritro subsp. ruthenicus.

verspreiding binnen Europa

Servië.

literatuur

Vidović (2011a).