Pteridium adelaarsvaren

Dichotome tabel voor bladmineerders

Zie voor de biologie van de mineerders van adelaarsvaren ook Brown & McGavin (1982a) en McGavin & Brown (1986a).

1a mijn in de bladsteel, eventueel deels in het onderste deel van de middennerf => 2

1b mijn in de bladschijf, of de uiterste top van de middennerf => 4

1c gallen etc => Tabellen voor alle parasieten per soort

2a mijn in het bovenste deel van de hoofdnerf, waardoor het topdeel van het blad verschrompelt en afsterft: Chirosia nigripes

2b mijn in het onderste deel van de hoofdnerf en/of de bladsteel => 3

3a mijn van de onderste vertakkingen van de bladschijf tot op grondniveau; larve: bovenste van de twee achterwaartse uitsteeksels van het kopskelet gegaffeld: Chirosia albitarsis

3b mijn alleen in het lagere deel van de bladsteel; larve: dit bovenste uitsteeksel enkelvoudig: Chirosia crassiseta

4a mijn in de hoofdnerf en het bladgedeelte van de bladspits, die daardoor naar beneden oprolt: Chirosia grossicauda

4b mijn niet uitsluitend in de bladtop, vervormt het blad niet => 5

5a bij begin van de mijn een langerekt, onderzijdig, eischaaltje; blaasmijn, zich over een aantal deelblaadjes uitstrekkend: Chirosia cinerosa, histricina

5b geen eischaaltje te zien; gangmijn of een secundaire blaasmijn => 6

6a frass fijnkorrelig, plaatselijk ontbrekend; larve met gechitniseerde kop: Psychoides verhuella

6b frass in klonten en slierten, nergens ontbrekend; larve een made: Phytoliriomyza hilarella en Ph. pteridii

Tabellen voor alle parasieten per soort

mod 9.x.2017