Delphinum ridderspoor

incl. Consolida

Dichotome tabel voor bladmineerders

1a mijn klein, onregelmatig van vorm, voldiep; de larve, met duidelijke kop en poten, leeft later vrij tussen samengesponnen blad: Cnephasia incertana

1b mijn niet opvallend klein of onregelmatig, boven- of onderzijdig; de larve, een made, mineert levenslang => 2

1c gallen etc => Tabellen voor alle parasieten per soort

2a gangmijn van begin tot einde, nergens sterk verwijd; gebergte-soort: Phytomyza aconitella

2b blaasmijn, of tenminste plaatselijk sterk verwijde gang => 3

3a blaasmijn zonder spoor van een begingang; frass onregelmatig verspreid, vaak wolkig; ook in tuinen: Phytomyza aconiti

3b m ijn begint als een duidelijke gang (soms overlopen door de latere blaas, en dan alleen nog te herkennen aan de frasslijn) => 4

4a gangmijn, plaatselijk sterk verbreed; frass verspreid door de mijn, in grove korrels; Mediterrane soort, op Delphinium staphisagria: Ophiomyia delphinii

4b korte gangmijn, voortgezet in (en vaak overlopen door) een blaasmijn; frass, geconcentreerd in het topdeel van de mijn, in korte sliertjes; ook in tuinen: Phytomyza aconitophila

mod 10.v.2019