Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Angelica

Angelica engelwortel

incl. Archangelica, Ostericum

Dichotome tabel voor bladmineerders

1a korte, heldere voldiepe gangmijntjes, meestal verscheidene bijeen in de oksels van de zijnerven; larven met duidelijke poten en kop; oudere larven zitten alleen nog maar met kop en borststuk in de mijn: Epermenia chaerophyllella

1b grotere gang- of blaasmijn, niet zo in groepen in de nerfoksels; larve een made => 2

1c gallen etc => Tabellen voor alle parasieten per soort

2a grote blaasmijn met zeer duidelijke primaire en secundaire vraatlijnen; achterspiracula met elk 3 papillen => 3

2b gang- of blaasmijn zonder herkenbare vraatlijnen; achterspiracula met meer papillen => 4

3a larve in juni-october: Euleia heraclei

3b larve in october-november: Cryptaciura rotundiventris

4a mijn met een lastig zichtbare onderzijdige begingang; latere mijn een soms plaatselijk zeer brede gang of secundaire blaas => 5

4b mijn zonder onderzijdig begindeel => 6

5a latere mijn duidelijk gangachtig over de hele lengte; larve: bovenste naar achteren gerichte arm van het kopskelet zwart: Phytomyza archangelicae

5b latere mijn plaatstelijk blaasachtig verwijd en/of sterk gekronkeld, leidend tot een secundaire blaas; larve: bovenste naar achteren gerichte arm van het kopskelet bruin: Phytomyza angelicastri

6a primaire blaasmijn zonder spoor van een begingang, meestal met verscheidene larven: Phytomyza angelicae **

6b gangmijn: Phytomyza pastinacae

** Er bestaat een mogelijkheid dat ook Phytomyza sitchensis op deze waardplant gevonden zou kunnen worden.

Niet opgenomen in de tabel: Cnephasia asseclana.

Tabellen voor alle parasieten per soort

Laatste bewerking 10.v.2019